De menselijke geest is een product van het brein, zeggen (hersen)wetenschappers. Alles wat je doet, voelt, denkt en gelooft komt voort uit de chemie en elektriciteit van je bovenkamer. Maar er zijn nog steeds deskundigen die geloven dat we een ziel hebben die buiten het brein kan bestaan. Tijdens dit leven zit die ziel ‘gevangen’ in ons lichaam. En hij werkt samen met het brein. 
Wie de discussie tussen voor- en tegenstanders van de ziel volgt, moet in elk geval opmerken dat het onderwerp nogal wat losmaakt. De passie waarmee ‘gestreden’ wordt, liegt er niet om. Men scheldt elkaar uit voor rotte vis, en het is ook al tot rechtszaken gekomen. Het onderwerp houdt ons kennelijk bezig.
Vandaag kregen we een nieuwe koning en namen we afscheid van de oude. De ouderen onder ons herinnerden zich nog de overgang van koningin Juliana naar koningin Beatrix in 1980. De sfeer was deze keer feestelijker. Of je nu wel of niet voor het koningshuis bent, het moment is historisch en verdient een gedicht. (Dit gedicht is gepubliceerd op www.egobert.wordpress.com; Bert’s niet-zakelijke blog.)
Vorige week sprak ik met een jonge IT-ondernemer. We hadden het over grote organisaties en hun toekomst. Alles wordt ‘leaner’ in organisatieland. Kleiner ook. Grote organisaties zullen zich opdelen in kleine units. Steeds meer werk zal in de toekomst gerobotiseerd en gecomputeriseerd worden. Cursussen gaan steeds vaker via internet en appjes lopen. Sommige bedrijven in de USA mikken alle cultuur- en gedragsonderdelen eruit. Ze lijden aan een vorm van bedrijfsanorexia en met name gedrag zit dan in de hoek waar de klappen vallen. Met betrekking tot de toekomst dient de vraag zich aan, of cultuur en gedrag überhaupt nog een rol zullen gaan spelen in bedrijfsvoering.
Ik verzet me op deze blog wel eens tegen slecht management. Ik hou van goede managers, mensen die er toe in staat zijn om een duidelijke meerwaarde te hebben, die een team beter kunnen laten presteren en in een betere sfeer. Maar uit gesprekken met allerlei goed gekwalificeerde mensen verneem ik dat organisaties momenteel regelmatig worden geleid door slechte managers. Dat zijn managers die denken dat teams beter presteren als je ze met cijfers om de oren slaat. Ze denken dat dat voldoende is om de boel in beweging te krijgen. Verder mikken ze regelmatig mails de organisatie in met gespierde taal. Niet zelden op vrijdagmiddagen, kort voor een weekend. Ze brengen stress en zelden continuïteit.
Het brein is een hype geworden. Ook in de wereld van de trainers en de coaches gaat het nu los. Je kunt geen training meer bijwonen of het brein wordt even genoemd. Het wetenschappelijk gehalte van de opmerkingen van trainers en coaches is niet altijd even degelijk, maar de ontwikkeling om het brein te betrekken bij management development en andere vormen van training is van harte toe te juichen.
We moeten niet vergeten dat je als trainer en organisatieadviseur met breininteresse in 2008 nog tegen gesloten deuren aan liep, als je de hersenen bespreekbaar probeerde te maken. Gelukkig is dat nu anders. Om collega-trainers, -managers, – coaches, en alle anderen te helpen om te focussen in hun vakgebieden, heb ik me de afgelopen 10 jaar in het brein verdiept. (Swaab, Goldberg, Sitskoorn, Den Boer, en vele vele anderen)
Feedback geven is niet gemakkelijk. Je ziet het in het operationele proces (de werkvloer noemt het gewoon ‘werkvloer’). Er zijn verschillende redenen om geen feedback te geven. Managers zeggen daar geen boodschap aan te hebben. ‘Mijn mensen moeten het gewoon doen. Zo moeilijk kan het toch niet zijn?’ Maar ook die managers krijgen een continu feedback proces meestal niet van de grond.
Mensen geven desgevraagd een paar redenen op waarom feedback geven moeilijk is. Ze zullen hun collega’s niet kwetsen. De sfeer wordt er niet beter van. Sommige mensen werken er al 30 jaar, die ga je toch geen feedback geven? Er zijn bovendien collega’s die lastig reageren als je feedback geeft. Je kunt er ruzie van krijgen. En, last but not least, als iemand de informele leider is, krijg je problemen als je feedback geeft. Er wordt over je geroddeld en je wordt buitengesloten.
Deze week begon ik aan een vierdaags teamtraject, waarin de onderlinge chemie centraal staat. Steeds vaker heb ik dat soort trajecten, en ik denk dat dat komt doordat ik een reëel beeld heb van de effecten van dat soort trajecten. De teneur is nogal eens dat workshops, trainingen of tweedaagse bijeenkomsten een beperkt effect hebben. Maar ik hoor uit de evalutaties steeds het tegenovergestelde.
In een artikel stelde ik ooit vast dat ik het woord ‘bila’ het vreselijkste woord vond in managementland. Intussen zie je hieronder nu bijna 120 reacties. Een record! En reden om het artikel nog eens te plaatsen. Eigenlijk ben ik zeer benieuwd of we nu nog managementuitdrukkingen missen ergere kennen. Dus graag een paar woorden die per ommegaande uit het managementvocabulair moeten verdwijnen. Voel je vrij om te reageren. (Op www.egobert.wordpress.com vind je een paar korte verhalen over het bedrijfsleven van mijn hand. Gewoon een cadeautje!)
Ze zeggen gewoon hun mening. Meer niet. Soms leidt dat tot rechtszaken, maar vaker tot toename van hun populariteit. Hun programma is amusement maar verstand van voetbal valt ze niet te ontzeggen. Vaak is het er gezellig en er wordt veel gelachen. Leedvermaak. Een mannending. Het is dan ook een mannenprogramma op een zender die zichzelf graag profileert als een mannenzender. Ik heb het over Voetbal International. Een programma waar ook ikzelf graag naar kijk. En 2x per week. Je zou me een fan kunnen noemen. Van het programma, niet van alle sprekers. Van der Gijp vind ik erg grappig, en een filosoof die geweldig kan relativeren al zijn er signalen dat dat niet geldt voor dingen die hem persoonlijk raken.
Gisterenavond was ik in Paradiso om een concert van de Amerikaanse band Eels. Hoewel Eels al jaren bestaat en prachtige en goedverkochte platen heeft verkocht zijn er nog steeds mensen die de band niet kennen. En die missen iets. Eels, geleid door Mr E, is een kwaliteits-rockband die behalve stevige dansmuziek met een rauwe stem melodieuze, creatieve nummers ten gehore brengt.
De band bestaat uit 3 gitaristen en een 2-koppige ritmesectie, waaronder een bassist. Vaak is de muziek recht-toe-recht-aan en snerpen de gitaren met elkaar mee. Maar daarvan alleen gaat een zaal niet plat. Het zijn de onverwachte wendingen in de muziek, en de humoristische performance van de bandleden die onderscheidend zijn bij deze band. En weemoedige rustige nummers, die net te snel gaan om ballad te mogen heten, zoals ‘In my dreams’.
Bert Overbeek, is trainer, coach, interim manager en oprichter van Jongebazen. Opgeleid door NS en Schouten en Nelissen, besloot Jongebazen-eindredacteur Bert Overbeek na 25 jaar loondienst om voor zichzelf te gaan werken rond 2005. Hij wilde zijn klanten meer op maat bedienen, de basis van zijn werk verdiepen en de kwaliteit van zijn werk vergroten en had het gevoel dat hij daarvoor onafhankelijk moest kunnen opereren (www.pitchersupport.com). Hij is er gelukkig van geworden.


