‘Mag je als witte heteroman geen mening meer hebben over diversiteit of zo?’

Ik ontmoette een teamleider die ik jaren geleden coachte. Hij zat in de trein van Utrecht naar Rotterdam net als ik en we zaten met zijn tweeën in een compartiment. Hij feliciteerde me met het succes van mijn boek ‘Diversiteit’, al was hij door ‘het gedoe rond die Sylvana’ geïrriteerd geraakt. Ook refereerde hij aan twee gebeurtenissen van de laatste tijd, waaruit hij de conclusie trok dat ‘Surinamers’ zich de laatste tijd ‘echt fout’ opstelden.

Ik heb afgeleerd om tegen dat soort zinnen onmiddellijk ten strijde te trekken. Ik had kunnen zeggen dat hij het verkeerd zag, dat Sylvana naar mijn mening vaak verkeerd beoordeeld wordt, dat het een vorm van selectieve waarneming was dat Surinamers zich ‘fouter’ opstelden dan anderen. Ik bedoel: de sfeer in de totale samenleving is grimmiger dan hij wel eens geweest is, en velen stellen zich ‘fout’ op. Kijk alleen maar op twitter, om over ons gedrag in de auto nog maar te zwijgen.

Ik trok niet ten strijde en vroeg door.

‘Hoe kom je aan deze ideeën?’

Hij had twee voorbeelden, begon gelijk over het eerste voorval te praten en vertelde dat hij bij een supermarkt-to-go naar zo’n selfservice kassa liep en ongeveer tegelijkertijd met ‘zo’n Surinaamse’ arriveerde.

‘Ze maakte veel misbaar. Je moet niet denken, riep ze met een harde stem, dat je hier ook zomaar eerst mag omdat je een pak aan hebt, meneer. Netjes op je beurt wachten. Ik pikte het niet. Ik zei dat ik volgens mij net iets eerder was en dat dat niets met mijn pak te maken had. Daarop keek ze me aan met een zeer vijandige blik en zei: altijd hetzelfde met die witte mannen. Ze weten zelf niet meer hoe arrogant ze zijn. Ik zei dat ik vond dat ze discrimineerde. Toen begon ze me heel hard uit te lachen.’

Niet zo lang daarna had hij opnieuw een onaangenaam voorval meegemaakt. Wederom met een Surinaamse vrouw, of zoals hij het zei ‘zo’n Sylvana-type’. Hij had in een stiltecoupé gezeten, en die vrouw zat te bellen. Hij was opgestaan en had gevraagd of ze  er rekening mee wilde houden dat het een stiltecoupé was. Ze negeerde het eerst, belde door en zei toen dat ze even iemand iets duidelijk moest maken.

‘Ze begon tegen me uit te varen. Niet normaal. Met vuurspuwende ogen en een harde stem riep ze dat ik niet moest denken dat de slavernij nog bestond. Ik keek haar aan, overwoog of ik wat terug zou zeggen, maar de rest van de coupé keek, en ik wilde het niet laten escaleren al had ik daar erg veel zin in. Maar voor haar was het nog niet klaar. Je moet niet denken dat je de verstandigste bent omdat je niets zegt, zei ze.’

Hij zei tegen me dat het jammer was dat dit soort voorbeelden ontbraken in mijn boek. Die ontbreken niet, maakte ik hem duidelijk.

-Maar wat vind jij er dan van, Bert? We hoeven ons toch niet alles te laten welgevallen. Of mag je als succesvolle blanke heteroman geen mening hebben over deze dingen?

Op Rotterdam CS zei ik hem dat we er even voor moesten gaan zitten. We gingen naar cafe Engels, vlakbij het station, en ik ben met hem in gesprek gegaan. Ik zei ongeveer dit.

-Natuurlijk heb je als succesvolle witte heteroman in dit land net zo goed recht op een mening als alle andere mensen. Maar mijn algemene mening is dat we in dit land onhandig discussiëren met mensen met een andere culturele achtergrond dan wijzelf. Ongenuanceerd vooral. De situaties die hij opvoerde vond ik daarvan voorbeelden. Zoals ik het foeilelijk vind om verkeerd gedrag ‘typisch Marokkaans’ te noemen, of dingen te zeggen als ‘gekleurde mensen hebben een lager IQ’ vind ik het ook verkeerd om succesvolle witte heteromannen te discrimineren.

In zijn voorbeelden, er even van uitgaande dat ze waar zijn gebeurd, zie je dat uiterlijke kenmerken en zijn afkomst tegen hem worden gebruikt. (Iets wat veel gekleurde Nederlanders overigens dagelijks meerdere keren meemaken.) Wat je ook ziet, is dat de twee vrouwen zijn gedrag aanhouden tegen de geschiedenis, en meer in het bijzonder: de geschiedenis van de slavernij. Die geschiedenis speelt zeker een rol in de perceptie van veel gekleurde Nederlanders. Ze vinden dat de witte samenleving die schandvlekken op ons blazoen bedekken en wegpoetsen.

Welk boek je ook openslaat over de mensheid: discriminatie komt overal voor. Slavernij is bijvoorbeeld geen Nederlandse of ook maar ‘witte’ uitvinding. Nederland heeft een zeer verwerpelijke rol gespeeld in de slavernij (en dan met name de VOC-provincies Zeeland, Zuid- en Noord-Holland), maar het waren Moren en gekleurde Afrikanen die de infrastructuur daarvoor hadden opgezet. Het christelijk-koloniale westen maakte er op zeer bedenkelijke wijze gebruik van, en behandelde de slaven gruwelijk. Dat is niet recht te praten en dat moeten we ook niet willen.

De verhalen van wit-Nederlandse martelingen en machtsmisbruik in Suriname zijn in de Surinaamse gemeenschap nog steeds levend, omdat velen ze uit persoonlijke overlevering kennen. Van familieleden. Witte Nederlanders kunnen zich daar maar moeilijk in verplaatsen. Wij kennen privileges waarvan we ons niet bewust zijn. Wij denken ook vaak dat mensen zich veel te snel gediscrimineerd voelen.

Sylvana wordt in die hoek geplaatst. Ze laat in de ogen van velen geen gelegenheid onbenut om racisme te zien op plekken waar dat niet bestaat. Sinterklaas is ‘gewoon’ een kinderfeest. En Van der Gijp en Johan Derksen zijn niet homofoob, maar maken ‘gewoon’ grappen. Sylvana moet dus niet zo zeuren. Vindt men.

Eigenlijk begrijpen veel mensen het niet. Waar maakt ze zich nou druk over? En dat maken veel witte Nederlanders haar via twitter op zeer onbeschofte wijze duidelijk. Waarmee ze het beeld van de Nederlander met superioriteitsgedrag bevestigen.

Hoe moet het dan wel? Ik heb het al vaker gezegd, en leg het in mijn boek ‘Diversiteit’ ook uit. We moeten ophouden met verkeerd gedrag te verbinden met een nationaliteit, cultuur, levensbeschouwing of ras. Zulk gedrag komt in elke samenleving voor. Helaas. En meestal bij groepen die het financieel niet goed hebben. We moeten naar de intentie leren kijken, en op gedrag reageren. Niet op onze bedenksels van ‘witte mensen dit, gekleurde mensen dat’. Natuurlijk mag je als witte heteroman duidelijk maken dat je discriminatie afkeurt, je hoeft niet lijdzaam te ondergaan dat mensen je in een hokje plaatsen dat niets over jou zegt. En dat geldt natuurlijk ook voor anderen.

We zullen echt moeten leren om het samen te gaan doen met elkaar. Dat is geen idealistische prietpraat, dat is noodzaak. Een urgentie voor onze moderne samenlevingen. De dierenwereld geeft trouwens het voorbeeld. Etholoog Frans De Waal laat zien in zijn boeken dat empathie, het je inleven in anderen, de basis is van samenleven in de dierenwereld. Dat is bij ons niet anders. Zeker in de toekomst, in een wereld waarin de diversiteit zal toenemen. Komop, hou op met dat gedoe over zwart en wit, en over dat gewijs naar mensen met een andere culturele achtergrond. Kijk hoe je samen iets moois kan neerzetten. Punt.

Bert Overbeek is trainer, coach, interim manager en schrijver. Hij is bovendien gespecialiseerd in het brein, diversiteit, big data en robots en intuïtie. Over het laatste onderwerp geeft hij lezingen en trainingen. Hij schreef drie top 10 managementboeken, waarvan ‘Het flitsbrein’ handelt over intuïtie en het brein.

www.pitchersupport.jimdo.com

pitcher.support@hetnet.nl 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *