Voetbal Inside en Sylvana Simons…

Sylvana Simons en Sunny Bergman hebben de aanval geopend op het programma Voetbal Inside. Ze vinden Derksen, van der Gijp en Genee homofoob en racistisch. De sponsors van het RTL7-programma worden aangesproken met de vraag: ‘Willen jullie dergelijk gedrag daadwerkelijk faciliteren?’ Heineken, Gilette en Toto nemen in niet al te scherpe bewoordingen afstand van de inhoud van het programma, maar stellen hun sponsoring nog niet aan de orde.

Wat is hier aan de hand? Wie heeft gelijk? Een antwoord op deze vraag laat zien hoe complex diversiteitsthematiek kan zijn. Simons en Bergman laten ons zien dat wij ons als samenleving regelmatig schuldig maken aan vormen van discriminatie; ook als we zeggen dat we het niet willen of niet doen. Ze creeëren awareness. Hun visies zijn goed doordacht en genuanceerd.

Veel blanke Nederlanders voelen zich hierdoor aangevallen. En vinden het allemaal maar overdreven. De dames maken overal een punt van. Zo redeneren ze. Nu sinterklaas voorbij is, hebben ze weer een nieuwe target nodig, en die hebben ze gevonden in Voetbal Inside, gaan ze verder. Iemand zei: Sylvana en Sunny Bergmans ‘framen’ gebeurtenissen steeds zo, dat Nederland een racistisch land lijkt. De realiteit is anders.

Wat de framing betreft: daar doet iedereen aan mee. De een stelt de gebeurtenissen zo voor, en de ander doet het soms totaal tegenovergesteld. Dat geldt ook voor Simons en Bergmans, maar niet minder voor de drie heren van Voetbal Inside. Hoe zit het daar? Derksen zegt regelmatig, net als van der Gijp, dat zij maar een ‘meninkje’ geven en dat mensen dat niet zo serieus moeten nemen. Het is amusement. Zij hebben overigens ook een ‘meninkje’ over Sylvana Simons. En hebben zich daar regelmatig over uitgelaten. En niet heel erg lief, zeg maar.

Die meninkjes komen sterk overeen met wat je in de Nederlandse voetbalkantines hoort. Het kan niet ontkend worden dat de heren af en toe bedenkelijke gemeenplaatsen uitspreken over ‘homofielen’ (zouden vooral in het mode- en kappersvak voorkomen), de sinterklaasdiscussie (grachtengordelgedoe van een stelletje fanatici) of ‘kut’-Marokkanen. Alleen Genee werpt daar weleens wat tegenin. De regelmatige kijker zal veel van de uitspraken opvatten als ‘humor om te lachen’. Zoals Derksen dat noemt.

Het programma doet het goed. Het bestaat allang, wint prijzen als de Televizierring en de noodlijdende televisietak van RTL heeft het programma hard nodig. Toch is het volgens mij te gemakkelijk om te zeggen dat het programma niet zo serieus moet worden genomen, omdat het amusement is en slechts meninkjes verwoordt. Voetbal Inside is een instituut.

De meningen die er verwoord worden, gelden voor veel kijkers wel degelijk als een maatgevend voorbeeld. Een journalist met de ervaring van Johan Derksen kan simpelweg niet volhouden dat media zoals het zijne geen invloed hebben. Hij zegt regelmatig dat mensen als een kudde achter deze media aanlopen. Maar vervolgens rekent hij zijn eigen programma hier kennelijk niet toe. Dat hij de spreekbuis kan zijn van discriminatie weigert hij in overweging te nemen. Andere ‘meninkjes’ hierover worden niet serieus genomen.

Dat schept verantwoordelijkheden. En meerdere malen is mij gebleken dat de heren van Voetbal Inside die verantwoordelijkheid met een korreltje zout nemen. Intussen zeggen ze tussen de regels door allerlei dingen die opgevat kunnen worden als homofoob en racistisch. Daarin zijn ze overigens een afspiegeling van de voetbalwereld, waarin het racisme nog weliger tiert.

Een punt dat ermee samenhangt is dat in Nederland een bijzondere opvatting over humor (‘om te lachen’) leeft. Een groot deel van de blanke Nederlanders vindt dat in humor alles gezegd moet kunnen worden. Dit pad is ongeveer 40 jaar geleden geopend door een programma met de naam Hadimassa en Neerlands Hoop in Bange Dagen. Freek de Jonge en in zijn kielzog Youp maakten daarna een kunst van het cynisme; de ironie verdween want werd te zwak gevonden. Het cynisme richtte zich tegen hypocrisie en vormelijk-fatsoenlijk gedrag. Het kwam op in de dagen dat allerlei menselijke ongein bedekt werd met de mantel der liefde. Schijnheilgheid troef. En het sarcasme van onze cabaretiers liet dit meedogenloos zien.

Via Theo van Gogh, Hans Teeuwen en Theo Maassen werd het allemaal nog wat grover, maar ook daar richtte het zich tegen onechtheid. Wel kreeg je de indruk dat je als cabaretier vooral zo grof mogelijk voor de dag moest komen, om goed gevonden te worden. Bij Maaskantje ontstond een ander soort humor. Het cynisme was destructiever en het richtte zich ook tegen onschuldige mensen. Bespotting was niet meer alleen gericht tegen schijnheiligheid. Alles wat niet grof was, werd schijnheilig gemaakt, ook als het dat niet was.

Er kwam een reactie. Sommige Nederlanders begonnen in het Balkenende-tijdperk de grofheid ter discussie te stellen. Moeten we alles maar goed vinden, vroegen ze zich af. Onmiddellijk werden ze aan de schandpaal genageld: moralisten waren het. Fatsoensneukers. En natuurlijk werden ze ook weer aangepakt. Grof. Waarbij opgemerkt moge worden, dat moralisme een soort doodzonde is in Nederland. Iets wat Sunny Bergman en Sylvana Simons nu ook weer merken.

Humor om te lachen, zoals Derksen dat noemt, wortelt in Nederland in een culturele blanke ontwikkeling. In onze cultuur is dat een manier om om te gaan met dingen die ons niet aanstaan. Het is de vuilnisbak van onze denkbeelden, zou je kunnen zeggen. De losplaats van onze frustraties, onwetendheid en irritaties.

Het gekke is dat Nederlanders in cabaret en amusement graag de schijnheiligheid aanpakken, maar in feite is dit zelf een enigszins hypocriet fenomeen: door erom te lachen hoef je het niet te benoemen op de plek waar je het  zou moeten doen. Als Johan Derksen het zegt, hoef je het zelf niet te doen. Je kunt in commissie spreken: Johan Derksen heeft het gezegd. Dus je hoeft niet echt te zijn, maar kunt blijven lachen. Schijnheilig? Hoezo?

Terug naar de uitspraken van de heren in Voetbal Inside. Ik geloof niet dat hun intentie homofoob of racistisch is, zoals de dames ons willen doen geloven. Ik kijk vaak naar het programma, en ik zie de uitspraken meer als voetbalkantinegebabbel over het leven. Ze roepen eigenlijk over iedereen iets. Over de vierde man, de scheidsrechters, over voetbaltrainers, over het dominantie regime in Saoedi Arabië, over voeding, ga zo maar door. En het gaat altijd een beetje badinerend. De heren zijn gewoon niet zo politiek correct.

Maar ik geloof wel dat zij lijden aan iets waaraan we allemaal lijden (zoals ik in mijn boek Diversiteit verwoord): ‘wij-zij’-denken en een wat afhoudende reactie op iets dat anders is. Conservatief En dit vaak op een onbewust niveau. En ze verpakken het in ‘humor om te lachen’. Dan mag je immers alles zeggen.

De uitspraken van van der Gijp over ‘homofielen’ en van Derksen over ‘Marokkanen’ maken echter –zonder dat ze het misschien willen- ‘wij-zij’-superioriteitsdenken zichtbaar. Hun intentie hoeft niet racistisch te zijn. Maar hun uitspraken zwemen er wel naar. Ik zou toch nadenken, als ik hen was, over de aard en uitstraling van hun uitspraken. Waarom zou je dit soort uitspraken doen? Omdat je altijd en overal je meninkje moet kunnen uiten? Of omdat het ‘humor om te lachen is’? En omdat dat boven alles gaat? Ook de gekwetste gevoelens van mensen?

Aan de andere kant is de framing van Bergmans en Simons zo, dat er bewust wordt gediscrimineerd door de heren van Voetbal Inside.  Deze framing komt voort uit een specifiek denkbeeld over dat wat racisme en discriminatie is. Of dit de manier is waarop anderen over racisme en discriminatie denken, valt te betwijfelen. Er zijn echt erg veel mensen die niets met racisme hebben, zich bewust zijn van eventuele vooroordelen, maar ook wel snappen dat sommige dingen niet vanuit een verkeerde intentie komen.

Niettemin vind ik de houding van de twee vrouwen prima. Het amusementsgedrag van de heren kan op dit gebied wel wat tegenwicht gebruiken, en mensen bewust maken van hun vaak onbewuste ideeën over discriminatie. Ik hou het hierop: de heren hebben het niet zo serieus bedoeld. Maar mogen zich realiseren dat ze worden bekeken door de samenleving die hun bedoelingen niet altijd doorgronden. Dus niet zo bagatelliseren, heren, dat discrimineren.

En humor om te lachen, daar moeten we toch over nadenken. Niet zelden is het de vuilnisbak van onze onvrede. Aan de andere kant is het ook een manier van omgaan met de dingen. Toch nog maar eens over nadenken dus.

We zullen in elk geval moeten proberen om elkaar te begrijpen. Alleen dan komen we verder. Anders zullen we tot in lengte van dagen over elkaar heen blijven vallen. Of is dat de bedoeling?

Nee toch?

Bert Overbeek is trainer, coach, interim manager en schrijver. Hij is bovendien gespecialiseerd in het brein, diversiteit, big data en robots en intuïtie. Over het laatste onderwerp geeft hij lezingen en trainingen. Hij schreef drie top 10 managementboeken, waarvan ‘Het flitsbrein’ handelt over intuïtie en het brein.

www.pitchersupport.jimdo.com

pitcher.support@hetnet.nl 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *