‘Vroeger’: gemopper tussen generaties

Altijd als een belegen of extra belegen mopperkont de jeugd van tegenwoordig bekritiseert, is er wel een weekendkrantkaternlezer die fijntjes glimlachend vertelt dat ‘het in de tijd van Plato ook al zo was’ dat ouderen de jongere generatie bekritiseerde. Meestal heeft zo iemand meer kennis van een broodplank dan van de Griekse oudheid, maar dat maakt niemand verder wat uit. Mensen hebben dan de welbekende ‘o ja’ reactie, en wel in twee opzichten.

‘O ja, joh?’ in de betekenis van ‘Is dat zo? Wat verrassend!’ Of ‘O ja!’ in de zin van ‘Zie je nou wel. Dat gezeur over de jeugd van tegenwoordig is gewoon onzin. De oudere generatie heeft altijd kritiek op de jongere’.

Waaruit impliciet de conclusie kan worden getrokken, dat ouderen een stel gerimpelde citroenen zijn, die niets beters te doen hebben dan het zuur uit zichzelf te persen met behulp van kritiek op van alles. Laatst sprak ik een jongere die het niet had over ’50 plus’ maar over ’50 pus’. Het was een slip of thetong, maar desgevraagd zei hij dat het een bewuste uitdrukking van hem was. Ik vergaf hem dat leugentje. Mensen vertellen er volgens de weekendkrantenkaterns zo’n 10-15 per dag, en ach, waarom zou je in toorn ontbranden als iemand jou een keer om de tuin leidt? Zoals een bekend man ooit zei: ‘Ik heb liever mensenkennis dan vertrouwen. Want wie is er echt te vertrouwen?’ Hij bedoelde dat mensen zodra de wind van west naar oost draait ,hun opvattingen aanpassen, als hun behoeftes plotseling een andere kant uitwaaien. Als je er een dijk van zou moeten bouwen, dan liepen de landerijen accuut onder water.

Plato mag dan regelmatig een 50 pusserde mond snoeren, als hij zijn ongenoegen uitbraakt over de jeugd van tegenwoordig, toch valt er wel wat te mopperen op ze, merkte ik de afgelopen dagen. Zo is daar het straatracen. Ik woon in een dorp, en van tijd wordt het toch al broze wegdek van de dorpsstraat geteisterd door zwarte autootjes met ondoorzichtig donkere ramen. Vol gas scheurt dan een dun klein mannetje, niet gehinderd door enig sociaal bewustzijn, de bloemperkjes en paddestoelen aan gort.

Vanochtend reed zo’n puistig zuiperdje zijn auto in één rechte streep over de parkeerplaats, daarbij bijna de viskraam en een moeder met een babboe-kinderasielfiets rammend. Toen hij uitstapte sprak iemand hem aan, en lachend haalde hij zijn schouders op.

‘Mijn auto wilt dit’ zei hij. Het verkeerde gebruik van het onregelmatige werkwoord ‘willen’ is een kenmerk van dit soort mannetjes. Ze plakken er altijd een t achter. Jij wilt zeker klappen, zeggen ze dan, of hij wilt niet begrijpen dat blowen gezond is, of ze wilt gewoon aandacht.

Hij liep door om sigaretten te halen, zag ik later, want de jeugd van tegenwoordig rookt meer dan de jeugd van 5 jaar terug. En dit ervaarde ik deze week nog, toen ik voor station Hilversum op een lieve kennis stond te wachten. Kwam er een groepje jongens naar me toe, waarvan er een met toegeknepen ogen vroeg of ik misschien een sigaret had. Ze waren vrij rustig al denk ik dat schoonmaakteams van het stationsplein een halve dagtaak hadden aan het reinigen van al het sputum, dat de ondoelmatig bewegende 14-jarigen van zich af tuften.

Ik wil niet zo ver gaan om te zeggen, dat de hele jeugd zo is, of dat de oude Plato het daarover had toen hij mopperde op de jongeren van zijn tijd. Maar ik vind wel dat je daar kritiek op mag hebben. We hoeven als 50 pussers niet net te doen, of schreeuwen normaal is. Of dat het zo heurt, dat ze elkaar in supermarktkarretjes tegen prullenbakken aanrijden op stille zondagen, want ook daarvan was ik getuige.

Altijd praten over dat het vroeger beter was, dat is vervelend en wordt hoofdzakelijk gedaan door mensen, die bij iedere moderne ontwikkeling reageren alsof de apocalypse definitief is ingezet. Maar jongeren een spiegel voorhouden, dat moet kunnen vind ik. Om daarna tevreden naar huis te keren, en als 50 pusser een lekker citroentje met suiker tot je nemen. Net als vroeger. Toen niet alles beter was, maar drinken nog iets ondeugends had en alcoholisme nog niet de norm was.

En als je nu denkt, dat ik een uitgeperste citroen ben, een verzuurde zeurpiet, dan geef ik je gelijk. Niets fijner dan extra belegen doorzeuren over de dingen die de jongere generatie verkeerd doet. Net als Plato. Die net als ik enorm jaloers was op de jeugd natuurlijk. Want bij alles wat ik in het leven gewonnen heb, ben ik mijn jonge onbezonnenheid kwijt. En dat is nu precies wat ‘vroeger’ zo leuk maakte.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *