Dat gebabbel over ‘je moet het loslaten’…

Ons land zit vol met melk-boeren-honden psychologen. Waar je ook komt, overal is wel iemand te vinden die kaas gegeten schijnt te hebben van het oplossen van psychische problemen. De problemen van een ander, dan. Als je in een onbewaakt ogenblik per ongeluk de vergissing maakt om een flintertje kwetsbaarheid te laten zien, springt er gelijk iemand met goedbedoelde adviezen op je tere ziel. Na het lezen van een paar edities van Happinez of het tijdschrift Psychologie, beschouwt men zichzelf als de ideale vertrouwenspersoon van mensen, die mentaal van het padje zijn.

De adviezen zijn overigens vrijwel altijd en overal hetzelfde. Wat ook niet anders kan, want alle melkboerenhondenzieleknijpers lezen dezelfde bladen. Er zijn voor hen een paar grondprincipes, die gemakkelijk toe te passen zijn. Wat daarbij helpt, is dat het probleem van een ander altijd simpel op te lossen is. Veel makkelijker dan dat van jezelf. Je babbelt iemand even de oplossingen in, na het tonen van wat vaderlijke en moederlijke empathie, en klaar is kees. Een lepeltje aandacht, een schepje invoelend kijken, en de ander heeft het gevoel dat je alle problemen met een knip van je vingers uit de weg ruimt.

Een oplossing die je momenteel overal hoort is het woord ‘loslaten’. Welk probleem je ook opvoert, het verlies van je huisdier of een paraplu, het einde van een relatie, een verhuizing, of het missen van een trein; er staat altijd wel iemand klaar die je vertelt dat je ‘gewoon’ moet loslaten. Behalve dat ze kennelijk behoefte voelen om je kwetsbaarheid of verwarring gelijk plat te slaan als de buik van een afgetrainde vechtmachine, vertellen ze je nooit hoe het precies moet, dat loslaten.

En dat kunnen ze ook niet, ben ik achtergekomen na enig doorvragen. Ze weten het gewoon niet. Niemand weet wat loslaten is, en het is dan ook maar de vraag of loslaten wel bestaat. Misschien is het alleen maar een woord, een menselijk bedenksel waar we achteraanlopen alsof het een luchtballon is.  En als het al bestaat, wordt het schromelijk overschat.

Loslaten is namelijk een heel onpraktische en onwerkbare opdracht. Zelfs een baby kan het niet. Als een baby zijn claxon aanzet, en de wereld via ongeremde huilsirenes laat weten dat hij iets van je moet, dan zeg je niet tegen hem: ‘Laat alles maar eens lekker los, lieverd’. Maar wat doe je wel? Juist ja. Je pakt een tingelding met een feeëriek muziekje, en houdt dat voor zijn ogen, of speelt voor de zoveelste maal kiekeboe. Je leidt de kleine af. En dat werkt uitstekend.

En zo is het ook met volwassenen. Stel: iemand piekert zich suf over de vraag hoe hij zijn baas duidelijk kan maken, dat hij het pinnige gedrag vertoont van een overjarige akela. Dan vraag je toch teveel van zo iemand als je tegen hem zegt dat hij even alles moet loslaten. Het is hem waarschijnlijk zelfs niet duidelijk wat je bedoelt. Wat precies moet hij dan loslaten? Zijn gedachten? Zelfs een kind weet dat dat niet gaat. Zeg je tegen zo’n kleine dat hij of zij niet aan een roze olifant moet denken, dan denkt het natuurlijk alleen nog maar aan een roze olifant.

En zo gaat het ook met loslaten.

Als je liefdesverdriet hebt, en een van de melkboerenhondenpsychologen ziet je kwetsbaarheid, dan zal ie je onmiddellijk adviseren om alles ‘los te laten’. Als je dan vraagt hoe dat moet zeggen ze: ‘Gewoon. Loslaten. Niet meer aan denken’. Hebben die zielskannibalen dan niet door, dat je door zo’n advies juist veel meer gaat denken aan het object van je liefdesverdriet? Nee, dat hebben ze niet door. Want als je het inlevingsvermogen ontbeert, om in te zien dat het uiten van kwetsbaarheid vaak niet veel meer nodig heeft dan een luisterend oor, en dat iemand zijn eigen oplossing moet vinden, dan peper je hem voortdurend in met eigen projecties, vermengd met een snufje tijdschriftinformatie.

Weg met dat woordje ‘loslaten’ dus. Niemand heeft er iets aan. Vooral niet als je er van die facebook-toilettegel-zinnen aan toevoegt als ‘Loslaten is vasthouden’. Dan komt de kwetsbare geest namelijk helemaal terecht in het labyrinth van voorgekookte cliché-adviezen, die zelfs voor een hoogbegaafde wiskundige nog niet uit te voeren zijn.

Rest de vraag waarom mensen zo graag het goeroetje uithangen. Waarom ze het zo nodig vinden anderen onmiddellijk te gaan besprenkelen met wijze raad. Want vraag maar eens door, of het hen gelukt is om in moeilijke situaties zelf los te laten. Nou dat is dan meestal met veel pijn en moeite maar net gelukt, en meestal pas na lange tijd.

Maar waarom dan dat goeroegedrag? Ik weet het ook niet, maar ik vermoed wel iets. Ik denk dat het om aandacht gaat. Een kwetsbare geest is mooi. Hij verbindt je met je eigen gevoeligheid; je leeft ervan op. Als een vampier bijt je zo iemand in de nek, om er de diepgang uit te zuigen, die in je eigen leven ontbreekt. En dan wacht er nog een beloning: de dankbaarheid van die gevoelige geest aan de andere kant. En dit alles alleen maar, omdat je de Happinez hebt nagepapagaaid met het belangrijkste woord dat de melkboerenhondenpsychologievereniging kent; het woordje ‘loslaten’.

We moeten het loslaten dus loslaten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *