Liefdesproblemen leiden tot ziekteverzuim…maar niet als we Jan Geurtz begrijpen

Een van de belangrijkste dingen in ons leven zijn onze liefdesrelaties. Niet prettig voor organisaties. In het jaar van echtscheiding bedraagt het verzuim 8,5 tot 9%, bijna 4 procentpunt hoger dan van degenen die continu gehuwd zijn. Een reden om eens wat dieper hier op in te gaan. In verband hiermee las ik het boek ‘Over liefde en loslaten’ van Jan Geurtz, en daar kwam ik erg interessante dingen tegen.

Bij Geurtz zien we een prachtig voorbeeld van iemand, die vanuit spiritualiteit tot een voor iedereen te begrijpen en toe te passen methode komt. Iedereen kent het. Je wordt verliefd, je wilt steeds bij elkaar zijn, je kunt nachten doorgaan en je bent helemaal gelukkig. Na verloop van tijd vermindert dit, maar de relatie gaat voor met een wederzijdse warmte: de verliefdheid gaat over in liefde, zeggen we dan.

We trouwen, krijgen kinderen, en de relatie wordt na verloop van tijd een prettige zekerheid, waar we ons niet eens meer van bewust zijn. Alles gaat zijn gangetje, totdat er iets mis gaat. Voor die tijd was het liefdespaar trouw, en stelde het elkaar gerust. We wilden geen gekke dingen, en konden elkaar volledig vertrouwen. En dan wil een van de partners ineens een paar maanden op reis, of hij of zij wordt verliefd op een ander. De ander schrikt er enorm van, en we worden ons bewust van pijn.

Het is een cruciaal moment. Een tweesprong. Overwinnen we de crisis, of gaan we uit elkaar? Heel wat huwelijken mislukken hierdoor. In zijn boek (Geurz schreef er meer) doorgrondt Geurtz wat er psychologisch met ons gebeurt. Relaties, zo stelt hij, verdoven onze ego-pijnen. Wat zijn dat?

Met name eigenlijk onze ideeën over onszelf. We hebben in het verleden beelden over onszelf opgebouwd. Helaas vaak negatieve beelden. We denken ergens dat we er niet toe doen, dat we ongeliefd zijn, bijvoorbeeld. Ook hebben we ideeën ontwikkeld over dat wat een relatie is of moet zijn. De ander moet ons trouw zijn, is ‘van ons’, biedt ons veiligheid, en is ‘de ware’ of ‘de andere helft’. ‘We zijn voor elkaar gemaakt’. En we blijven bij elkaar tot de dood ons scheidt.

Zoals met alles zijn we dit ons niet altijd bewust. De beelden zijn onbewust, maar bepalen wel ons gedrag. Heel veel gedrag is erop gericht om in stand te houden, wat ons een goed gevoel lijkt te geven. Maar eigenlijk, zo stelt de schrijver, is dat de oorzaak van onze pijn.

De liefde van de ander geeft ons in het begin een goed gevoel, of een gevoel van veiligheid. Dit goede gevoel van een externe bron hebben we nodig omdat we het onszelf niet lijken te kunnen geven. Daar doen we over het algemeen weinig moeite voor, maar Geurtz wijst een weg, waardoor we onafhankelijk worden van de externe bevestiging en bevrediging.

Kernachtig verwoordt hij dat de relatie, die best veel potentie kan hebben, is gaan functioneren als de bedekker van onze egopijn; dat gevoel van zelfafwijzing. Raakt de ander verliefd op een ander, dan komt dat gevoel in alle hevigheid opzetten. Niet de werkelijkheid zelf veroorzaken dat, maar onze eigen gedachten over die werkelijkheid. We gaan er van alles bij bedenken, zien onze geliefde in romantische situaties met de ander, en worden boos of verdrietig. We voelen ons eenzaam. Maar niet door de werkelijkheid. Het zijn onze gedachten over die werkelijkheid.

De pijn zet ons aan tot verzet. Verzet tegen de persoon of situatie die ons dit ‘aandoet’. We zien niet in, dat we ons beter niet kunnen verzetten, maar het gevoel van pijn beter kunnen toelaten, ja, kunnen verwelkomen. Dat doen is het begin van ‘ruimer kijken’. En van minder pijn. Het kan zelfs het begin zijn van opluchting. Geurtz laat vervolgens zien dat je goed moet doorgronden welke behoefte van je onvervuld blijft.

‘Ik doe er niet toe’ is bijvoorbeeld een gevolg van de behoefte aan erkenning en geliefd te worden. De vraag of je er daadwerkelijk niet toe doet, als je partner verliefd is op een ander, zou wel eens een antwoord kunnen hebben, dat strijdig is met je verhaal. Zelf ben ik wel eens verlaten, omdat iemand teveel van me hield, maar in een verwerking zat en dat kostte haar te veel energie in die fase. Toch geloofde ik daadwerkelijk dat ik er niet toe deed, zelfs al zei die partner duizend maal van wel.

Onze verhalen over de wereld zijn nooit 100% waar. Dus ook de verhalen over onszelf niet. De onbewuste zelfafwijzing doorzien, en de pijn die er mee samenhangt binnen laten, is het begin van het einde van de ellende. Begrijpen dat je lijdt aan je eigen verhaal over de situatie, in plaats van aan de situatie zelf, verdiept je zeer. Hier wordt Geurtz boeddhistisch. Mediteren laat je dit inzien. Je moet het boek lezen om de finesses van zijn inzichten te doorgronden, maar het is zeer de moeite waard om dat te doen.

Uiteindelijk leidt zijn methode er toe, dat je de pijn kunt loslaten. Daarover zegt hij: ‘Identificatie met (…) angstige, pijnlijke en boze gevoelens (doordat iemand bijvoorbeeld verliefd op een ander wordt; BO) is in feite een verkramping van onze natuurlijke ruime geest tot een heel klein deel van je werkelijke ervaring (…). Loslaten is die verkramping ruimte geven om weer naar haar natuurlijke ruimte terug te keren’

Wat bedoelt hij? Verderop zegt hij dat lijden ten diepste is  ‘je hart sluiten om je af te schermen tegen pijn, terwijl de pijn juist door het afsluiten van je hart veroorzaakt wordt.’

Laat de controle los, sta jezelf je emotie toe, verzet je er niet tegen, en zie in dat je pijn nooit veroorzaakt wordt door de ander, maar vooral door je eigen denken en fantasieen over wat er gebeurt. En hier zien we weer boeddhistisch gedachtengoed. De werkelijkheid, zo klinkt het in die levensbeschouwing, is goed van zichzelf, het is je denken dat haar negatief maakt. Je zit verdrietig te wezen in een prachtig hier en nu, waar de bloemen geuren, de vogels zingen, het weer lekker is, en toch voel jij je door je gedachten een en al somberheid.

De kracht van dit boek is dat degenen die zich er voor open stellen, daadwerkelijk een alternatief aangereikt krijgen voor hun liefdesverdriet. En passant leren ze een ander soort liefdesrelatie kennen. En die kan uiteindelijk bij sommigen een huwelijk redden.
Voor organisaties scheelt dat het nodige ziekteverzuim. Toch mooi.

Bert Overbeek (pitcher.support@hetnet.nl) helpt organisaties door training, coaching, lezingen en zijn boeken. Op dit moment werkt hij aan ‘Goden en goeroes’, een boek over spiritualiteit op de werkvloer. Het verschijnt bij Futuro Uitgevers eind november. 

2 thoughts on “Liefdesproblemen leiden tot ziekteverzuim…maar niet als we Jan Geurtz begrijpen”

S Bauer 2 maanden ago

Er komen altijd wel goede inzichten uit JG zijn schrijven naar voren.
Gevoelens en gedachten zijn bijvoorbeeld soms lastig te (onder)scheiden, zeker als deze elkaar vrij direct opvolgen.
Als je op jezelf bent aangewezen dan zet contemplatieve meditatie je weer even stevig in je schoenen.
Als je echt voortgang wilt boeken, ga dan met Zen-meditatie aan de slag. (Er zijn voldoende docenten in NL)
Bedenk wel;
Mediteren is als lopen in een fijne mist. In het begin merk je er niks van, maar na een tijd ben je doorweekt.

Giel 2 maanden ago

boeddhistische romantiek, wie is er niet groot mee geworden… Uiteindelijk worden de mooiste boeddhistische methodes voor het romantische karretje gespannen om maar zoveel mogelijk aan de monogamie regels te voldoen. Uiteraard kan je, als de wil er is, nagenoeg alles lijmen. Maar moet je dat wel? Misschien is je volgende liefde nog veel beter? Romantiek maakt meer kapot dan je lief is want als je de relatie boven de mensen stelt omwille van het hogere, grotere goed….tja.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *