Moderne tijd leidt tot licht verteerbare muziek

Het is interessant om ‘The water rises’ van Laurie Anderson met het Kronos Quartet (https://www.youtube.com/watch?v=MlVXBxAuDGw) te vergelijken met andere muziekstukken uit de geschiedenis. ‘The water rises’ is een voorbeeld van hoe strijkkwartetten en musici muziekstukken behandelen in onze tijd. Het past prima in de tradities van Philip Glass, Michael Nyman en andere grootheden uit onze tijd.

Hoewel Anderson & Kronos geen ‘minimal music’ is in de zuivere zin van het woord, heeft het er zeker invloeden van. Ook is er verwantschap met de muziek van U2- en Coldplayproducer Brian Eno en andere klanktapijtkunstenaars uit de popwereld, zoals Bill Nelson van Bebop de Luxe in zijn nadagen en David Sylvian van Japan.

Opvallend is de afwezigheid van de barokke complexiteit van Bach’s vioolconcerten, de frivole virtuositeit van Mozart, of van Schönbergs opgejaagde emoties in Verklährte Nacht; een muziekstuk dat een gedicht probeert te verbeelden, waarin twee geliefden spreken over het feit dat de vrouw zwanger is van een andere man. In de moderne muziek is het allemaal niet zo diepgaand, lijkt het, ondanks soms diepliggende filosofieën over de totstandkoming van de muziek.

Dromerige herhaling van ingedikte thema’s, weinig uitschieters, ingetogen, mooi gearrangeerd, net als in veel popmuziek; dat is wat ‘The water rises’ gemeen heeft met andere modernen. Eigenlijk zijn het vooral de adagio’s uit het verleden, waar ze enigszins mee verwant zijn.

De vraag rijst of dit iets zegt over de ‘mind’ van onze tijdgenoten, en die van hun collega’s uit het verleden. Zijn we ‘vlakker’ geworden? Is de behoefte aan complexiteit verdwenen? Daar waar kunstenaars en musici vroeger nogal uitpakten om te laten zien wat ze konden, leren we tegenwoordig vooral om onszelf te beperken. ‘Kill your darlings’ heet het.

Ik trek voor mijzelf voorzichtig een conclusie. We maken tegenwoordig kunst zoals we fast food maken. Het moet snel te verteren zijn. Daar waar men vroeger de tijd nam om iets tot zich te nemen, moet dat nu allemaal tussen de bedrijven door. Ligt iets niet gemakkelijk in het gehoor, dan laten we het liggen. In de 19e eeuw luisterden mensen zeven uur naar een debat tussen twee presidentskandidaten. Nu wordt dat in een half uurtje beslist.

Kenmerkend voor onze tijd is de snelheid waarmee dingen moeten. Daar wordt voor gewaarschuwd en flink over gepubliceerd in de psychologische, neurologische en spirituele hoek. Het maakt ons tot snelle consumenten; dingen moeten snel verteerbaar zijn. ‘The water rises’ zoekt op een mooie manier naar rust, zoals veel andere componisten, en dat lukt zeker, ook bij de sing a song writers. Maar het lijkt van diepgang beroofd. Van mij mag het experiment wel weer terugkomen. De popmuziek heeft zo’n fase gekend; zo in het midden van de jaren zeventig toen Genesis, Todd Rundgren, de Van der Graaf Generator en Yes hun muzikale onderzoekstochten deden. Daarna is de muziek niet per sé minder mooi geworden, maar onze snelle consumeerdrang heeft wel een aanslag gepleegd op de diepgang. En zouden we met business anders omgaan?

Jammer? Ach, ik weet het niet. Het is een tijdsverschijnsel. Ieder tijdperk krijgt de goden die het verdient. Die van ons heet snel verteerbare muziek. ‘The water rises’ is zeker niet het minste dat deze eredienst aan de goden van onze tijd oplevert. Niettemin is het een interessante vraag voor iedere manager, nee, voor ieder mens: blijven we teveel aan de oppervlakte?

Bert Overbeek schrijft managementboeken, en verdiept zich momenteel in de parallellen tussen kunst, muziek, literatuur en management. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *