Rubriek: Diversiteit

Diversiteit in gedrag: niet alles is narcisme of autisme!

Toen ik 38 was, 21 jaar geleden, had ik nog een echte leidinggevende. Altijd leuk, een leidinggevende. Niets fijner dan gecontroleerd te worden door iemand, waarvan je dingen accepteert, waarvoor je een ander in de kliko zou laten verdwijnen. Hierarchie moet er zijn, zeker voor de zoon van een militair, zoals ik, die van oudsher de wereld had leren opdelen in generaals, kolonels, grootmajoors, sergeantmajoors, kortom: in rangen en standen.

Naar wat hoger staat in de rangorde heb je te luisteren, leerde ik, dus nam ik mijn leidinggevende zeer serieus. Bert, zei ze, jij bent creatief, niet zo georganiseerd en ik vind je ook vrij druk. Dat hoorde ik mijn hele leven al, maar in plaats van het te onderkennen, schoot ik onmiddellijk in een contractie van verzet als iemand me drukte verweet.

Niemand luistert naar niemand in zwarte pieten discussie

Kinderfeestjes zijn bij uitstek gelegenheden voor uit de fatsoenlijke band barstende emoties. Als er ergens geschreeuwd wordt, gehuild, gejengeld en door suikers aangedreven hyperactiviteit wordt gestimuleerd, dan is het wel op partijtjes van ons kleine grut. Een kind moet immers kind mogen zijn. Dus laat maar gaan, jongens, dat primaire gedrag. Het moet ons dan ook niet verbazen als in de discussie over een kinderfeestje eenzelfde primair gedrag wordt vertoond.

Hèt voorbeeld van een discussie over een kinderfeestje is de zwarte pieten discussie. Zelden heb ik in Nederland partijen zo in een kramp van communicatiefouten zien schieten, als in deze discussie. Mensen vallen elkaar in de rede, schreeuwen overtuigingen door elkaar, bezorgen elkaar hersenschuddingen, verwijten elkaar een terreurorganisatie te zijn, en net als op kinderfeestjes wordt er flink gehuild en gejengeld. Niemand luistert naar niemand en men probeert voortdurend de ander te overtuigen, terwijl die ander helemaal niet luistert.

Boek van de week

Opleidingen

Bekijk alle opleidingen

Man-vrouw verschillen: het oerwoud in organisaties?

Organisaties zijn hormonen- bubbelbaden. Die conclusie trok ik al in mijn boek ‘Mannen en/of vrouwen’. En het verklaart waarom mannen zo hardnekkig de top van organisaties blijven beheersen. Ondanks hun politieke correcte uitspraken over ‘meer vrouwen in de top’. Net als veel andere mensen stelde ik mijzelf in dit tweede deel van mijn drieluik over diversiteit (binnenkort verschijnt het derde: ‘Goden en goeroes’) ‘Waarom zijn er zo weinig vrouwen in de top van organisaties?’ De beste verklaring vond ik in de biologie.

Laten we de dierentuin er maar eens bijnemen. Als twee mannelijke steenbokken met elkaar uitmaken wie zijn genen mag gaan doorgeven, gaan zij daarvoor de strijd aan. Dat ziet er prachtig uit, maar voor de dieren is het geen pretje. Zij stoten elkaar zo hard als ze kunnen met hun horens op de meest kwetsbare plekken. Chimpansees, die genetisch iets dichter bij ons staan, doen ook zoiets. Tot bloedens toe verwonden zij elkaar om de alfaman in de groep te mogen zijn.

Vacatures

Construction Manager (Venlo)

Als Construction Manager ben je verantwoordelijk voor de aansturing van een groep Uitvoerende Medewerkers die werkzaamheden uitvoeren aan HS- en MS-installaties. Je hebt kennis van primaire, secund... Bekijk alle vacatures

Advertorial

Download de brochure van Leiderschap in Management

Wilt u meer vertrouwen en verbinding tussen management en medewerkers en weten hoe het nieuwe proces in te richten? Lees verder

‘Vroeger’: gemopper tussen generaties

Altijd als een belegen of extra belegen mopperkont de jeugd van tegenwoordig bekritiseert, is er wel een weekendkrantkaternlezer die fijntjes glimlachend vertelt dat ‘het in de tijd van Plato ook al zo was’ dat ouderen de jongere generatie bekritiseerde. Meestal heeft zo iemand meer kennis van een broodplank dan van de Griekse oudheid, maar dat maakt niemand verder wat uit. Mensen hebben dan de welbekende ‘o ja’ reactie, en wel in twee opzichten.

‘O ja, joh?’ in de betekenis van ‘Is dat zo? Wat verrassend!’ Of ‘O ja!’ in de zin van ‘Zie je nou wel. Dat gezeur over de jeugd van tegenwoordig is gewoon onzin. De oudere generatie heeft altijd kritiek op de jongere’.

‘Otentiek’: hoe een grijze mus een krassende kraai werd…

Tom had ik 5 jaar geleden voor het laatst gezien. Hij was toen een vriendelijke lachende, introverte man, die zichzelf zag als een fletse vlek op een fleurige lapjesdeken . Hij werkte bij een bank, groot en fatsoenlijk van uitstraling en dus doortrokken van een corruptie, die alleen voor een hoogbegaafde financial te doorgronden was. Hij had eigenlijk best een heel aardige carriere met een prima salaris, vond hij, een fijne vrouw ook en twee kleine kinderen. Leuk autootje, waarmee hij twee keer per jaar een vakantie in Luxemburg organiseerde, omdat hij ondanks de kinderen toch naar het buitenland wilde, al was Luxemburg dan ook meer een regenachtig appendixje van België dan ‘echt buitenland’.

Tinder maakt teamleider boos

‘Ik ga allerlei politiek incorrecte uitspraken doen over vrouwen de komende tijd’ mopperde Simon. Dat verwonderde ons, zijn collega’s in het bedrijfsrestaurant, niet. Simon stond bekend als een womanizer, die de vrouw hoofdzakelijk zag als een vorm van mannelijke ontspanning. Hij was single, al zou hij het zelf nooit zo noemen.

‘Single? Dat is een 45-toeren plaat, of een weg die rond de stad slingert. Een mens is vrijgezel.’

Simon was een periode erg verliefd geweest op een van de mooiste vrouwen die de mensen in zijn dorp hadden gezien, pochte hij. Ze kwam dan ook niet uit het dorp zelf, waar de vrouwen zich volgens hem teveel lieten beïnvloeden door de blonde hockeymodes. Als de mannen met elkaar zaten, en er passeerde een blonde vrouw, en ze begonnen haar te prijzen, alsof het een exotische bloem was uit de rozentuin van het locale slot, dan temperde hij het enthousiasme door te zeggen, dat het een typisch voorbeeld was van ‘kantoorblond’.

Regels! Normen en waarden! Daar mag je onaardig over doen…

Ik ken een man met een snor, die auditor is en organisaties doorlicht, en die enorm opleeft als hij zich aan de regeltjes houdt. Hij is geen vriend, maar iemand die ik regelmatig in onze straat zie lopen. Soms wil hij een praatje maken, bijvoorbeeld als de straat afgesloten is om leidingen te leggen, met alle herrie die daarbij hoort. Dan komt hij kijken of mensen niet toch stiekem op plaatsen lopen waar ze niet mogen komen. Als hij in de buurt is, komt dat steeds minder vaak voor.

Het maakt niet uit of het om belangrijke of minder belangrijke regeltjes gaat, want hij heeft moeite om hoofd- en bijzaken van elkaar te scheiden. Hij windt zich bijvoorbeeld niet alleen op over opgeschoten jongetjes die geen meisjes kunnen krijgen, en dat compenseren met straatraces, maar ook over mensen die voordringen bij de slager of mensen die per ongeluk een papiertje op straat laten vallen.  

Meditatie als ziekteverzuimpreventie?

Er gebeurt van alles op de werkvloer. En diversiteit is een thema, dat daar vaak nog te weinig aan bod komt. In praktische zin dan. Er zijn talloze vormen van diversiteit. Sekseverschillen, verschillen in nationaliteit, maar ook de vaak vergeten diversiteit in levensbeschouwingen en spiritualiteit. Terwijl juist die verschillen heel bepalend zijn voor de manier waarop mensen samenwerken.

Op dit moment leggen mijn uitgever en ik de hand aan het boek ‘Goden en goeroes’, dat tegen november en december zal verschijnen. Dit behandelt spiritualiteit op de werkvloer, ook voor managers die niets met spiritualiteit hebben. Een fragment. 

Creativiteit: ons brein in de eeuw van innovatie!

Hoe komt het dat sommige mensen creatiever worden, als ze dement worden? Een interessante vraag voor iedereen die iets met innovatie heeft, en die weet dat het brein daar een rol bij speelt. En het is maar één van de vragen waarop de Amerikaanse neurowetenschapper Elkhonon Goldberg een uitgebreid antwoord geeft in zijn boek ‘Creativity: the human brain in the age of innovation’, uitgegeven bij Oxford Publishers in New York.
Goldberg is de ‘grote broer’ van Dick Swaab. Hij geldt als een gigant in zijn vakgebied, en zijn boeken ‘Het sturende brein’ en ‘De wijsheidsparadox’ hebben het in Nederland goed gedaan. Toch zijn het geen bestsellers geworden, zoals de boeken van Yuval Harari, Daniel Denett of Daniel Kahemann. Waarschijnlijk komt dit doordat Goldberg in zijn boeken nogal eens in vaktechnisch jargon vervalt. Dat maakt zijn meer dan interessante werk nogal ontoegankelijk en dat is jammer. 

Is kwetsbaarheid krachtig en sexy genoeg (in business)?

Waarom jokkebrokken kamerleden, maar ook teamleden, over hun liefdesaffaire? Waarom verzuchten CEO’s zelden dat ze het ook even niet weten? Waarom riep een hardwerkende vrouwelijke collega onlangs niet dat ze het helemaal niet meer zag zitten, na twee nachten wakker te hebben gelegen van het werk, zoals haar man mij vertelde? En waarom profileren wij ons in vergaderingen, waardoor die soms nodeloos lang duren?