Ik verzet me op deze blog wel eens tegen slecht management. Ik hou van goede managers, mensen die er toe in staat zijn om een duidelijke meerwaarde te hebben, die een team beter kunnen laten presteren en in een betere sfeer. Maar uit gesprekken met allerlei goed gekwalificeerde mensen verneem ik dat organisaties momenteel regelmatig worden geleid door slechte managers. Dat zijn managers die denken dat teams beter presteren als je ze met cijfers om de oren slaat. Ze denken dat dat voldoende is om de boel in beweging te krijgen. Verder mikken ze regelmatig mails de organisatie in met gespierde taal. Niet zelden op vrijdagmiddagen, kort voor een weekend. Ze brengen stress en zelden continuïteit.
Het brein is een hype geworden. Ook in de wereld van de trainers en de coaches gaat het nu los. Je kunt geen training meer bijwonen of het brein wordt even genoemd. Het wetenschappelijk gehalte van de opmerkingen van trainers en coaches is niet altijd even degelijk, maar de ontwikkeling om het brein te betrekken bij management development en andere vormen van training is van harte toe te juichen.
We moeten niet vergeten dat je als trainer en organisatieadviseur met breininteresse in 2008 nog tegen gesloten deuren aan liep, als je de hersenen bespreekbaar probeerde te maken. Gelukkig is dat nu anders. Om collega-trainers, -managers, – coaches, en alle anderen te helpen om te focussen in hun vakgebieden, heb ik me de afgelopen 10 jaar in het brein verdiept. (Swaab, Goldberg, Sitskoorn, Den Boer, en vele vele anderen)
Deze week begon ik aan een vierdaags teamtraject, waarin de onderlinge chemie centraal staat. Steeds vaker heb ik dat soort trajecten, en ik denk dat dat komt doordat ik een reëel beeld heb van de effecten van dat soort trajecten. De teneur is nogal eens dat workshops, trainingen of tweedaagse bijeenkomsten een beperkt effect hebben. Maar ik hoor uit de evalutaties steeds het tegenovergestelde.
Het effect van trainingen kan heel goed zijn. Als er goede trainers zijn die de essentie weten te raken. Trainers die niet met zichzelf bezig zijn, of met hun modellen lopen te preken. Dat het mis kan gaan, zie je nogal eens in feedbacktrainingen. In het onderstaande voorbeeld had de trainster een goed gevoel over de dag. Ze vond dat er ‘hard gewerkt’ was en dat er veel bereikt was. Ze merkte op dat de groep er aan het begin van de dag heel anders bij had gezeten dan aan het einde van de dag. Ooit leerde ik iets geweldigs van René ten Bos van Schouten en Nelissen. René zei: Trainers denken altijd dat zij iets geweldigs hebben gedaan of doen, maar aan het einde van de dag bepalen de mensen zelf wel wat ze mee naar hun werkplek nemen. Lees wat er de ochtend na de training gebeurde.
Veel organisaties hebben nodeloos veel managementlagen. De managers vormen complete apparaten. 60% van de Nederlandse medewerkers was volgens een onderzoek dat goed bekend staat, ontevreden over hun leidinggevende. En er verschijnen steeds meer boeken over zelfsturende teams. Zelfsturende teams waren eerder populair in de jaren negentig. Maar de experimenten slaagden niet, omdat er informele pikordes ontstonden in de teams, en er opnieuw een hierarchische structuur ontstond. Nu waren de zwakkeren echter niet beschermd tegen de grillen van hun informele leiders.
Een verhaal vertelt vaak meer dan 1000 modellen. Werken via stappenmodellen heeft een zekere schoonheid. Maar een verhaal leert je vaak meer. Zoals het onderstaande verhaal over Winsum, een HRM-manager. Het verhaal komt uit de praktijk. Het verwoordt de moeite die een personeelschef (oud maar lekker woord) heeft met zijn positie. De organisatie vindt HRM maar een betweterig clubje, terwijl de HRM’ers zelf in de veronderstelling zijn dat dit komt doordat de organisatie iets niet ‘ziet’ of ‘doet’ wat ze wel zou moeten doen. Waar het toe kan leiden, lees je in onderstaand verhaal.
Iedereen heeft zijn eigen metafoor voor organisaties. De één ziet zijn bedrijf als een machine. Een tweede ziet het als een dorp; een plaats waar mensen een gemeenschap vormen. Een derde vindt zijn organisatie te vergelijken met een democratische volksvergadering. En zo zijn er nog wel een aantal te bedenken. Ik zelf hou er wel van om organisaties te zien als biologische organismen. Als systemen die je kunt vergelijken met zogenaamde ‘osmotische systemen’. Het menselijk lichaam is zo’n systeem, maar ook een bos of regenwoud.
Wanneer iemand een pietje precies is, dan past hij uitstekend in een werkomgeving die belang hecht aan een zorgvuldige afwerking van taken. Maar wat gebeurt er met hem wanneer je hem in een chaotische omgeving zet, waarin snel schakelen noodzakelijk is? En iemand die goed is in sales, een extraverte prater die gemakkelijk contact legt en zijn relaties fantastisch beheert, past prima op een afdeling met klantencontact. Maar hoe zou hij zich gaan voelen wanneer je hem op een rustig en ordelijk werkende IT-afdeling plaatst?
Heel wat boeken staan vol met interessante dingen over management. We moeten meer gaan samenwerken in de markt in plaats van elkaar te beconcurreren, we moeten onze medewerkers tot aandeelhouder maken, ruimte maken voor professionals en ze faciliteren in plaats van ze directief aan te sturen en onze wetgeving zit vol gelijkheid als het gaat om kansen. Tussen jong en oud, man en vrouw, blank en gekleurd.
En wat zien we? We zien dat in de bedrijfstop voor het merendeel mannen zitten. Mannen die jaknikkers en vriendjes om zich heen verzamelen. Die er geen moeite mee hebben om mensen, die goed functioneren, een andere functie te geven om te ontslaan omdat ze alleen maar naar het scoren op de korte termijn kijken.
Een opdrachtgever van me is manager. Hij belde vorige week om even iets samen tegen het licht te houden, zoals hij dat uitdrukte. Twee van zijn medewerkers waren betrapt door een derde. Die twee waren toevallig ook zijn beste medewerkers, terwijl de derde bekend stond om de grote hoeveelheid roddels die hij verspreidde, en bovendien om zijn middelmatige productie. Hij had –samen met een schoonmaker- de twee ontdekt toen ze halfnaakt lagen te vrijen. Het was na zessen, ze hadden niemand meer verwacht (de schoonmaker was al langs geweest).
Bert Overbeek, is trainer, coach, interim manager en oprichter van Jongebazen. Opgeleid door NS en Schouten en Nelissen, besloot Jongebazen-eindredacteur Bert Overbeek na 25 jaar loondienst om voor zichzelf te gaan werken rond 2005. Hij wilde zijn klanten meer op maat bedienen, de basis van zijn werk verdiepen en de kwaliteit van zijn werk vergroten en had het gevoel dat hij daarvoor onafhankelijk moest kunnen opereren (www.pitchersupport.com). Hij is er gelukkig van geworden.



Laatste reacties
Bedankt Bert. Ik ben altijd weer blij en gerustgesteld als er tussen de swaben nog zw…
reactie op: Het brein en de ziel; ook voor managers!Dus Peter kijkt - in zijn eigen vrije tijd; want er zou niemand meer op kantoor zijn …
reactie op: Porno gevonden op de werkcomputer! Wat nu, manager? (Case)Nog een beter idee: Alles controleren bij iedereen binnen alle bedrijven. Ook op onei…
reactie op: Porno gevonden op de werkcomputer! Wat nu, manager? (Case)