Ex-president Clinton en zijn beeld van leiderschap

Als een president een boek schrijft, wat leer je dan? In ieder geval dat groot leiderschap iets meer is dan alleen maar softe skills. Ex-president Bill Clinton heeft samen met James Petterson het boek ‘President vermist’ geschreven. Clinton wordt door zijn affaire met Monica Lewinsky niet vaak opgevoerd als een voorbeeldleider. Maar 8 jaar Het Witte Huis maakt hem wel interessant genoeg om kennis te nemen van zijn opvattingen over leiderschap.

Dit zal je zelf uit het verhaal moeten distilleren, maar dat is de kracht van storytelling. Je leert er meestal meer van dan van een model. Het verhaal is spannend genoeg om het boek te lezen. Het is een thriller en geen slechte. Amerika wordt bedreigd door een computervirus dat de hele digitale infrastructuur plat lijkt te leggen. Op zichzelf is dat al interessant genoeg om het boek te lezen. Het probleem is modern, en de kwetsbaarheid van onze digitale toekomst is eigenlijk les 1 uit het boek.

We hebben ons in zeer veel dingen afhankelijk gemaakt van digitale middelen, en een terrorist die de boel hackt en infecteert met een computervirus kan een hele samenleving en economie vernietigen. Dat wordt zeer geloofwaardig en indringend beschreven in ‘President vermist’.

Maar er is meer. En dat zit hem in het leiderschap van president Duncan. Clinton en Petterson laten alle aspecten van leiderschap zien. We zien een president die betrouwbaar en moedig is, loyaal is aan zijn mensen, die een teamplayer is, maar in zijn besluiten -waar nodig- keihard kan zijn, ook met mensen. Hij durft risico’s te nemen, moet soms zaken verzwijgen om onrust te vermijden, en de tegenstander niet in de kaart te spelen, en hij moet even flexibel als vasthoudend zijn. Hij moet vooral iemand zijn die kan schakelen per situatie in zijn gedrag. Met president Duncan laat ex-president Clinton impliciet zien hoe hij naar leiderschap kijkt.

Leggen we dit beeld nu op leiderschap in organisaties, en we kijken wat managementboeken en -trainingen ons leren, dan zien we dat risico nemen, moed en het keiharde aspect vaak ontbreken. Ons beschaafde westerse ideaal van een leider wordt bepaald door zachtere skills. Je moet mensen kunnen meenemen, ze moeten een goed gevoel bij je hebben, je moet mensen kunnen erkennen en motiveren en ze vrijheid geven om zich in hun professionaliteit te kunnen ontwikkelen.

Harvard boeken over management wijzen ook allemaal in die richting. Gelukkig zien we dat veel leiderschap zich ook in die richting ontwikkelt, maar wat doen we aan de moed, aan lef en aan het vermogen om een krachtige beslisser te zijn? En betrouwbaarheid, integriteit, hoe ontwikkel je dat? Elk zaterdagkatern van welke krant dan ook laat wel weer een voorbeeld van bestuurlijke onbetrouwbaarheid zien.

Je leert het niet in opleidingen, en de meeste managementliteratuur gaat er ook niet over. Vandaar dat het altijd fijn is als er een boek verschijnt dat primair over leiderschap gaat. En dan ook nog van een ex-president, die de verhoudingen in de wereld zeer goed kent. Het boek is dan ook een aanrader, en als je het nog niet gelezen hebt, dan raad ik je aan om het zo snel mogelijk te doen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *