Interview met 2e kamerlid Sjoera Dikkers: ‘Afrika niet sexy? Afrika is booming’!

Door: Bert Overbeek Gepubliceerd op 05 jan, 2012 in de rubriek Verandermanagement
Kennisbank onderwerpen: Concurrentiekracht, Diversiteit

Opleiding

Boek van de week

‘Afrika is booming. Het is het Azië van de toekomst. De economie groeit er explosief. In je mobieltje en je kleding zitten grondstoffen uit Afrika. Het landschap is schitterend, de mensen zijn veerkrachtig en licht. Je bent er ook zo. Je stapt in het vliegtuig, je eet wat en slaapt wat en je bent in Ghana. En daar gebeurt van alles. In Accra komt alles samen. Die boot mogen wij niet missen. Begrijp me goed, ik idealiseer Afrika niet hoor. Zo was ik blij dat ik Nigeria uit kon. Ik vond het naar daar. En in Noord-Soedan zie ik vooral bij mannen veel arrogantie. Maar verder geniet ik altijd enorm in Afrika.’ 

Aan het woord is kamerlid Sjoera Dikkers (handelsbetrekkingen en ontwikkelingssamenwerking) in haar werkkamer. Die bevindt zich in de Tweede Kamer, met uitzicht op het Haagse Plein. Daar waar ze vroeger demonstreerde. Op een gegeven ogenblik vond ze dat het klaar was met demonstreren en dat ze politieke verantwoordelijkheid moest nemen. Zo kwam ze uiteindelijk in de Kamer terecht.

 

We praten vandaag over Afrika en de PVDA. We realiseren ons dat die onderwerpen voor de lezers van jongebazen.nl weinig sexy zullen lijken. In een tijd van oneliners en versimpeling is de nuance niet populair. Daar lijdt de PVDA onder, en daar lijdt het denken over Afrika onder. Bij het woord
‘ontwikkelingssamenwerking’ zie je de gezichten de andere kant uit draaien. Toch heeft ze daar een interessant standpunt over.

 

‘Dat beeld van de arme neger die afhankelijk is van ons, ontwikkelde westerlingen, dat is niet meer van deze tijd. De media koesteren het echter. Afrika komt vooral in het nieuws als er iets mis is. Dus zien we droogte en hitte, en arme Afrikanen. Natuurlijk bestaan die, maar het is zeker geen representatief beeld van heel Afrika.

 

Helaas kunnen we nog niet helemaal van de ontwikkelingshulp af. Het geld is nog steeds nodig. Dat is geen sexy boodschap in een tijd dat mensen niet verder denken dan hun landsgrenzen. We geven maar 0,7 % van onze enorme rijkdom weg aan arme landen. Dat is niet veel. Maar nog steeds scoor je als je roept dat de ontwikkelingshulp weg moet.

 

Je scoort sowieso als je simpele dingen roept. Dat is ook het probleem dat we als PVDA hebben momenteel. Je kunt onze boodschap niet in een paar oneliners vatten. Dingen liggen genuanceerd, en door de nuance weg te laten win je aan zeggingskracht, maar je verliest ook van alles. Als wij onze boodschappen uitleggen zijn we een tijdje aan het woord. De vraag is of dat bij deze tijd
past.

 

Ik ben woest op de mondiale ongelijkheid, maar het is niet handig in het debat, emotioneel zijn.  Ik zie mensen wel eens in tranen uitbarsten in vergaderingen. Dat helpt niet. Maar van binnen voel ik
van alles. Nu kan constructief boos worden geen kwaad, dus dat word ik ook van tijd tot tijd. Ik ga graag met gestrekt been het debat in. Op zulke momenten zie je ineens de pers verschijnen.’

 

Dikkers zegt het met een ironische glimlach. Ze lijkt zich af en toe te verwonderen over politiek Den Haag. Als premier Rutte over de Nederlandse armoede zegt dat die ‘best pittig’ is, vindt ze dat een understatement.  Dat soort dingen vindt ze vervreemdend en ze noemt ze ‘een demotivator’.

 

‘Ik ben niet een typische Haagse regent. Ik heb moeten wennen aan de Tweede Kamer. Je moet de procedures kennen, weten hoe je iets op de agenda krijgt. Je moet van de lange adem zijn. Ik erger me aan mezelf dat ik daar nog niet goed genoeg in ben. Om iets te bereiken zal je je oprechte verontwaardiging moeten temperen, het opgeheven vingertje moet weg. Als je gedreven wordt door je idealen en je verontwaardiging over de ongelijkheid in de wereld, is dat niet
altijd gemakkelijk.

 

Ja, ik vecht tegen onrecht. Kom ik in Afrika, om even bij dat voorbeeld te blijven, dan geniet ik van de energie. De Afrikanen die hier wonen moeten een constructieve bijdrage leveren aan ons land. En dat kunnen ze ook, want het ondernemen zit Afrikanen in het bloed.  Maar zie ik sommige Afrikanen hier, bijvoorbeeld een deel van de eerste generatie Soedanezen, dan word ik boos. Ik merk dat ze geen aansluiting zoeken met onze samenleving. Dat kan niet.

 

Hoe armer mensen zijn, hoe meer ze delen. Hebben 20 mensen 20 kippen in een rijke omgeving, dan deelt niemand iets; zijn er 20 mensen die in een arm land 1 kip hebben, dan wordt er gedeeld. Kom er eens om in onze westerse samenleving. We zeuren hier over die 0,7% ontwikkelingshulp die naar Afrika gaat, waarvan overigens ook nog eens 0,5% terugvloeit in onze eigen economie, maar over dat miljard dat we in ons bedrijfsleven steken, hoor je niemand.’

 

Het is de pijn van een mission driven kamerlid dat Nederland vooral aan de belangen van Nederland ziet denken. Op dat punt scoor je gemakkelijk bij de kiezers, maar is het ook goed voor ons land? Dikkers denkt van niet.

 

‘Goede zakenlieden denken ver buiten hun eigen grenzen. Maar wij in Nederland en Europa denken niet verder dan onze eigen landsgrenzen. Je ziet het in Europa. Nu het moeilijk wordt, zie je dat het idee van delen er niet is. Ieder land zorgt in eerste instantie voor zichzelf.

 

Jonge Europese bazen moeten die dingen anders gaan benaderen, vind ik. Internationaal
denken. Inzien dat Afrika een booming market is, dat het daar hard gaat, dat het een steeds serieuzere handelspartner is. Bovendien is het belangrijk om te begrijpen dat maatschappelijk ondernemen de toekomst heeft. Een voorbeeld is Unilever dat zijn theeplantages sustainable heeft
gemaakt.

 

De consument, of liever: de eindgebruiker, wil eerlijke dingen op de markt. Hij wil geen goedkope producten waar kinderarbeid aan kleeft. Het gaat om samen handel drijven. Om zingeving. En om nog maar een keer naar Afrika te kijken: mensen moeten daar dezelfde kansen hebben als wij hier. Dat lijkt me ook voor liberalen een interessant idee.

 

We moeten op den duur ophouden om de kas ginds te spekken, we kunnen beter gaan samenwerken met Afrika als serieuze handelspartner. Op basis van gelijkheid. Dat spekken van de kas, dat is nu nodig. Maar het moet veranderen. Nu houden we ongewild zieke systemen in stand door geld te geven dat helaas nog broodnodig is.’

 

Ik begrijp niet waarom de PVDA mensen als Sjoera Dikkers met hun inspirerende gedrevenheid niet meer op de voorgrond stellen. Zij is iemand met geur en kleur, en met een duidelijke opvatting over dingen die goed zijn voor onze economie. Daar hoef je het niet mee eens te zijn, maar het geeft in ieder geval een krachtig gezicht aan een partij die rigoureus moet veranderen, wil het niet
zijn totale electoraat verliezen.

(Bert Overbeek twittert op Goeroetweets. Zijn nieuwe boek ‘Voer voor jonge bazen’ bevat een aantal van dit soort interviews met topmensen uit de politiek en het bedrijfsleven. Het boek is te bestellen bij managementboek.nl en de boekhandel. www.pitchersupport.com)

 

 

Uw reactie op deze bijdrage

  • Alle reacties die zich houden aan onze Code of conduct worden opgenomen.
  • Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Over Bert Overbeek en JongeBazen

Bert Overbeek, is trainer, coach, interim manager en oprichter van Jongebazen. Opgeleid door NS en Schouten en Nelissen, besloot Jongebazen-eindredacteur Bert Overbeek na 25 jaar loondienst om voor zichzelf te gaan werken rond 2005. Hij wilde zijn klanten meer op maat bedienen, de basis van zijn werk verdiepen en de kwaliteit van zijn werk vergroten en had het gevoel dat hij daarvoor onafhankelijk moest kunnen opereren (www.pitchersupport.com). Hij is er gelukkig van geworden.

Redactie