Tinder maakt teamleider boos

‘Ik ga allerlei politiek incorrecte uitspraken doen over vrouwen de komende tijd’ mopperde Simon. Dat verwonderde ons, zijn collega’s in het bedrijfsrestaurant, niet. Simon stond bekend als een womanizer, die de vrouw hoofdzakelijk zag als een vorm van mannelijke ontspanning. Hij was single, al zou hij het zelf nooit zo noemen.

‘Single? Dat is een 45-toeren plaat, of een weg die rond de stad slingert. Een mens is vrijgezel.’

Simon was een periode erg verliefd geweest op een van de mooiste vrouwen die de mensen in zijn dorp hadden gezien, pochte hij. Ze kwam dan ook niet uit het dorp zelf, waar de vrouwen zich volgens hem teveel lieten beïnvloeden door de blonde hockeymodes. Als de mannen met elkaar zaten, en er passeerde een blonde vrouw, en ze begonnen haar te prijzen, alsof het een exotische bloem was uit de rozentuin van het locale slot, dan temperde hij het enthousiasme door te zeggen, dat het een typisch voorbeeld was van ‘kantoorblond’.

Toch mopperde hij dan niet, zoals nu. En de laatste tijd, tijdens zijn verkering met de brunette uit Amsterdam, glom hij als een flink opgepoetste appel.

‘Het is uit’ zei hij.

Hij zuchtte. Ik zag even verdrietige ogen, maar die wist hij snel om te zetten in een stoere blik. Op je werk zijn je emoties geen uithangbord.

‘Die wijven zijn tegenwoordig op drift. Ik denk door die 50 shades of gray, of zo. Als je als vrijgezel de markt opgaat…’

Hij sprak over liefde altijd als over een handelsomgeving waar je levensmiddelen kon kopen.

‘Als je als vrijgezel de markt opgaat, wemelt het van de vrouwtjes die je zo mee naar huis kunt nemen’

‘Lopen er kaboutertjes op de markt?’ vroeg Joost, een van de collega’s.

‘Kaboutertjes?’

Simon klonk geïrriteerd, wat hij altijd had als je hem onderbrak in zijn verhaal. Als dominante man met een scherpe tong was hij niet gewend dat iemand hem tegensprak, en bovendien was hij een veertiger, en veertigers denken altijd dat ze het middelpunt van het universum zijn. Wat, ik zeg het maar even, een misvatting is, want het universum heeft geen middelpunt.

‘Ja, kaboutertjes. Je hebt het over vrouwtjes. Lopen er dan alleen maar dwergvrouwen rond?’

‘Oh mogen we ineens geen vrouwtjes meer zeggen onder elkaar?’ beet hij terug.

Hij zuchtte en vervolgde zijn verhaal.

‘Als je als vrijgezel de markt opgaat, kun je de vrouwen zo wegplukken. Maar ga je dan eindelijk eens een relatie met ze aan, serieus bedoel ik he, speel je eindelijk eens even niet de afstandelijke hard-to-get man die volledig in control is, dan zijn ze in no time weg. Omdat ze zo nodig moeten tinderen.’

Hij schonk zichzelf nog een espresso in zonder suiker en het gebak dat gehaald was in verband met een verjaardag. Hij was gestopt met dit soort dingen uit angst dat zijn lichaam zich opblies tot het formaat van een vetgemest varken. Dat verminderde de kansen op ‘de markt’.

‘Ze zei: ik tinder momenteel een beetje, en dat gaat alleen om de aandacht, hoor. Ze kwam uit 15 jaar relatie en wilde kijken of ze nog aantrekkelijk was voor de mannen. Verder geen bijbedoelingen, hoor, zei ze steeds.’

‘Ik tinder ook’ zei Joost ‘Uit nieuwsgierigheid’

Simon keek hem vernietigend aan.

‘Tinder is voor frustraten. Voor idioten die in het normale leven te bang zijn om contact te leggen. Schriele kereltjes en aandachtzieke vrouwtjes. Maar goed, nu is die trut er dus toch vandoor met zo’n tindermakaak.’

‘Wat rot voor je’ zei Jolanda, de enige vrouw in het gezelschap en daar was even weer dat spoor van verdriet zichtbaar in zijn blik.

‘Ze zoekt het maar uit’ mompelde hij ‘Maar ik zeg je, Jolanda, jouw soort…’

Hij bedoelde met ‘soort’ niet alleen zijn vrouwelijke collega’s, maar zo ongeveer alle vruchtbare vrouwen.

‘Jouw soort is het pad kwijt. Waar zijn de vrouwen gebleven, die zich niet de kop gek laten maken door aandacht, en die nog gewoon trouw kunnen zijn? Het begint met gebrabbel over tijd voor zichzelf, en over vrijheid, maar het eindigt tussen de lakens.’

‘Alle vrouwen zijn hoeren’ lachte Joost ‘Behalve je moeder’

‘Jij moet gewoon even helemaal je mond houden, Joost,’ zei Simon streng ‘We zijn hier op kantoor en dit helpt niet’

Iedereen nipte nu van de koffie, en er viel een stilte waar de duivel zelf een ei in leek uit te broeden.

‘Ach, dat gezwets met jullie helpt me ook niet verder. En dat geklaag ook niet. Ik ben aan de dijk gezet door een ordinaire del uit Amsterdam. Amsterdam nota bene. Daar waar je een mierenhoop van provincialen aantreft, die geen groter genoegen kennen dan pochen op een woonplaats waar een miljoen mensen op elkaar gedrukt en aan elkaar gekleefd leven in benepen bovenwoninkjes, en dan net doen of dat wat betekent.’

We schoten in de lach.

‘Dit vind ik grappig als Feyenoordfan’ zei Joost. Maar Simon was nog niet klaar.

‘En weet je wat ik het ergste vind? Dat ze er zo’n oneerlijk onzinverhaal van heeft gemaakt. Ze was er nog niet aan toe, het kwam te vroeg, ze was op zoek naar andere kanten van zichzelf, het was een onderzoek, een zoektocht. Draaikonterij van een ongestelde ananas. Ze is, net als alle vrouwen behalve Jolanda, gewoon op drift. Door 50 tinten grijs, door tinder, doordat deze wereld zo ziek is als een plofkip met vogelgriep.’

Hij maakte zich op om naar zijn bureau te gaan.

‘Nou ja, het wordt vast een keer beter.’

We knikten, tikten hem bemoedigend op zijn schouder en rug.

‘Komt allemaal goed, Simon. Shit happens. Het heeft tijd nodig.’

En met zijn bijzondere gevoel voor collegiale tact voegde Joost er aan toe, dat Simon altijd nog kon gaan tinderen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *