Bert Overbeek

Berichten van Bert Overbeek

Gerommel met integriteit kan niet meer in de open 21e eeuw!

Het is maar weer gebleken. Integriteit hoort bij modern leiderschap. In het boek ‘De schakelaar’ had ik het er al over, ver voordat de toeslagenaffaire ons kabinet liet vallen. Ik noem in dat boek 10 ingrediënten van modern leiderschap, en integriteit is de eerste.

Het boek ‘De schakelaar’ heb ik gestuurd naar een paar politici in de Tweede Kamer, waaronder Sigrid Kaag en de voormalig kamervoorzitter Arib. Niets op gehoord. Geen dankjewel. En dat hoefde ook niet. Ik hoopte alleen wel dat ze het zouden lezen. Omdat ik erg geloof in ondermeer integriteit, en mijn intuïtie al zei dat er iets mis was in het Haagse.

Is feedback geven nou echt zo moeilijk?

Het is soms schrijnend om te zien hoe managers feedback geven. Ze nemen iets waar en geven dat niet weer in een waarneming, een indruk om vervolgens die indruk in een vraag te checken. Wat ze doen is interpreterende woorden gebruiken, die door hun medewerkers totaal niet begrepen of herkend worden. Dit is vooral lastig, omdat managers sleutelfiguren zijn, en ook nog eens de beoordelingen schrijven. Dat medewerkers dan ‘in de weerstand’ springen, hoeft niemand te verbazen.

Een voorbeeld. Joost, een manager, gaf zijn medewerker Trijnie feedback op haar neiging om af en toe bot te reageren op collega’s. Dit deed zij, omdat ze vond dat haar collega’s te weinig aangesproken door Joost, en zij zich zorgen maakten om het proces. Omdat sommige managers vinden dat inhoud er niet toe doet, zien ze dingen door de vingers, die slecht zijn voor het eindresultaat. Types als Trijnie zijn dat de waarschuwers.

Training en leiding geven vereisen anno 2021 soms neuro-science

In de 25 jaar dat ik nu trainer en coach ben, heb ik meer dan 12 000 mensen mogen begeleiden in Learning & Development trajecten. In meer dan 75 organisaties in binnen- en buitenland. En die trajecten gingen van operationele afdelingen tot aan raden van bestuur. Alle mogelijke beroepsgroepen van alle mogelijke niveaus heb ik begeleid. Accountants, advocaten, sales medewerkers, bierbrouwers, HR-managers, bloemenveilers, energiemaatschappijen, talloze managers, en heel veel teamleiders en medewerkers.

Het is moeilijk te zeggen wat dat doet me je inzicht in mensen, zeker als je daarvoor eerst jaren op de trein gewerkt hebt als conducteur, wat je net zo veel over mensen leert dan een studie psychologie. Omdat ik door allerlei goede trainers getraind ben in mijn begintijd, en een vrouwelijke leidinggevende had die mij voortdurend vertelde dat ik me moest blijven verwonderen, en op moest passen met oordelen en hokjes, heb ik een open mind ontwikkeld. En een bizarre liefde voor mensen.

En zo komt het dat ik, ondanks de bestaande trainingsmodellen en -methoden, die ik me eigen mocht maken, altijd ben blijven studeren in boeken die me verder konden verdiepen in mijn vak. De laatste 15 jaar zijn daar de breinwetenschappen bij gekomen. En die hebben mij nogal wat nieuwe inzichten gebracht. In 2008 wilde ik daar graag met collega’s over in gesprek, maar de trainingswereld was nog te veel in de greep van de psychologie, die in die dagen de neurowetenschap een beetje buiten de deur wilde houden. Slechts een enkele collega was ook op het spoor van de neurowetenschappen gekomen, en het was een feest ze te ontmoeten en inzichten uit te wisselen.

Waarom mannen en vrouwen samen toch iets verder komen als ze samenwerken

Enige jaren geleden schreef ik mijn boek ‘Mannen en/of vrouwen’. Het haalde de top 5 bij Managementboek. Het ging over inclusie en diversiteit. Ik gaf er talloze trainingen en lezingen over, met name aan organisaties die de durf hadden om het onderwerp praktisch aan te pakken, en niet in de vorm van politiek correcte rapportjes, vrolijke  maar ineffectieve bijeenkomsten of projectgroepen die geen centimeter invloed hebben op de werkelijkheid van een organisatie.

‘Mannen en/of vrouwen’ laat zien hoe je het met elkaar vrolijk kan doen, samenwerken. Het noemt niemand a priori dom of naar. Het mannen- en het vrouwenbrein hebben een eigen dynamiek en een eigen kwaliteit. Waarbij ik wil opmerken, dat er eigenlijk niet zoiets bestaat als een mannen- of vrouwenbrein, maar dat legt het boek verder wel uit.

Integriteit is belangrijk voor leiders, en Mark Rutte had dat kunnen weten

In mijn boek ‘De schakelaar’ (2020), dat handelt over 21e eeuws en dus ook over toekomstig leiderschap,  ga ik onder andere in op integriteit. Had Mark Rutte het maar gelezen! Ook al gaat het in dit boek over organisaties en minder over de politiek, dat had hem een boel leugens en/of vergeetachtigheid kunnen schelen. Integriteit, zo blijkt uit een zeer groot internationaal onderzoek van Globe uit 2014, scoort heel hoog bij leiderschap, en duidelijkheid en transparantie zijn daar dochters van. Ik heb nogal wat voorbeelden gezien van leiders en managers die informatie verborgen hielden uit ego-motieven. Bij ego-motieven gaat het de leider vooral om bevestiging van zichzelf, en dan vooral van een beeld dat hij of zij van zichzelf heeft of wil neerzetten. Hij verbergt zijn kwetsbaarheid, omdat hij denkt dat mensen hem niet zullen waarderen als hij die laat zien.

Ego-leiders zijn meer bezig met zichzelf dan met hun mensen of de organisatie. Als je de eerlijkheid hebt om dit bij jezelf te onderkennen, dan is het geen slecht idee om in trainingen, therapieën of coaching de verbinding te maken met je kwetsbaarheid, angsten en verwachtingen. In onze 21e eeuw wemelt het van de hulpverleners op dit gebied, in de reguliere en spirituele wereld. Maar bewijs je omgeving een dienst, DOE het. Werk aan jezelf.

Duidelijke leiders bevorderen verandering en zwetsen niet over comfortzones

Integriteit, zo blijkt uit een zeer groot internationaal onderzoek van Globe uit 2014, scoort heel hoog bij leiderschap, en duidelijkheid en transparantie zijn daar dochters van. Bovendien zijn organisaties die open communiceren wendbaarder, en dat is noodzakelijk in deze tijden waarin dingen soms per dag veranderen. De logheid en onduidelijkheid van veel grote organisaties is een belemmering om mee te kunnen in een tijdperk dat in rap tempo omvangrijk digitaliseert. Dit werd grondig beschreven in het boek ‘Exponentiële organisaties’ van Yuri van Geest.

‘Dagelijkse informatie updates scheppen verwarring’, hoorde ik een CFO laatst zeggen, want soms lijkt iets op maandag een besluit en moet het op woensdag worden teruggedraaid. Dat lukt maar moeilijk in een grote organisatie, al kan het ook daar sneller als de organisatie niet teveel te maken heeft met ingewikkelde besluitvormingsprocedures.

‘Om de 2 jaar een nieuwe manager, en niemand weet meer wat je hebt opgebouwd!’

Eigenlijk was hij verdrietig. Tot voor 5 jaar terug noemden ze hem ‘klein maar fijn’. Hij wist altijd een oplossing. Als niemand het meer wist, gingen ze naar Frits. Zijn ervaring en kennis waren enorm. En toen kwam er een nieuwe machine, en werden zijn collega’s weggesaneerd.  Hij mocht blijven, vanwege bewezen diensten. Ook managers werden vervangen. En twee jaar later weer. Van de oude garde was nog maar weinig over. Zijn kwaliteiten en het krediet dat hij had opgebouwd waren een vlek uit het verleden geworden. Zijn status was weg.

Jong en oud: hou op met mopperen op elkaar, maar verbind je!

Het schijnt voor de mens nodig te zijn om het steeds over jong en oud te hebben. Al duizenden jaren mopperen ouderen op de jeugd van tegenwoordig. Ze zijn te eigenwijs, te luidruchtig en doen aan domme dingen, zoals overmatig drankgebruik of onverstandige liefdescapriolen. Wie denkt dat dat iets van deze tijd is, moet ik teleurstellen. Plato had het er al over.

Omgekeerd vinden jongeren ouderen vaak saai, ouderwets en zeurderig. Deze week hoorde ik een jonge leidinggevende weer eens zeggen, dat ‘die oude garde niet in beweging te krijgen is. Ze doen het al 30 jaar zo, en dus is dat goed, en ondertussen verandert de markt in hoog tempo en willen de brontosaurussen alles houden bij het oude.’  Ook klagen jongeren erover dat ze niet serieus genomen worden door ouderen. Het ergste vinden ze ouderen, die denken dat ze op hun ervaring zitten te wachten, en voortdurend verhalen vertellen waar ze alleen zelf door geboeid worden.

Vreemde effecten van goede trainingsmethoden (1): voice dialogue en de innerlijke familie

Vandaag ben ik onuitstaanbaar. Ik merk het aan mijn gedrag op straat. Ik gedraag me betweterig en assertief en domineer bewust de gesprekken, omdat ik geen zin heb in de meningen van anderen. Tegen marktkoopmannen en -vrouwen mekker ik over de kwaliteit van hun producten, en ik vind dat de espresso naar gewone koffie smaakt bij de Coffee to go’s.

Sommige mensen zouden dit een stemming noemen. Ik spreek liever van een obstinate ‘subpersoonlijkheid’, een term die ik heb ontleend aan een interessante behandelmethode, die voice dialogue heet. De methode gaat uit van een innerlijke familie. Je bestaat uit een kern, je werkelijke ik, en daarnaast heb je in het leven een aantal subpersoonlijkheden ontwikkeld, die gericht zijn op aandacht en overleven.

Geen discriminatie op de werkvloer, maar dus ook niet van witte/blanke mannen

Meer dan eens las ik in kranten, dat mannen een overbodige soort zijn. Ik begrijp dat wel. Ze moorden meer, voeren oorlogen met wapens, kunnen niet praten en niet luisteren (volgens hun vrouwen), zijn niet attent met Valentijnsdag en binnen afzienbare tijd kunnen we gewoon mensen klonen en zijn wij mannen dus ook niet meer nodig voor de voortplanting.

Voor de goede orde: dit mag allemaal hardop gezegd worden. Zeg je als man iets kritisch over vrouwen, dan moet je van goeden huize komen, wil je niet intellectueel gelyncht worden. Alleen vrouwen mogen vrouwen bekritiseren. Doe je het als man, dan keren zelfs met elkaar bekvechtende vrouwen zich per ommegaande tegen jou.