Je persoonlijke allergie…een worsteling?

Ieder mens is, naar verluidt, uniek, en daar moeten we vooral blij mee zijn, anders liepen we voortdurend onszelf tegen het lijf, en uit ervaring kan ik je zeggen dat dat geen pretje is. Maar om nu te zeggen, dat we er alleen maar blij mee moeten zijn, waag ik te betwijfelen. Je komt toch regelmatig mensen tegen, waarbij je happy bent dat je er niet samen mee op een zeilboot zit.

Er zijn zelfs mensen die in de prachtigste karakters een voorstadium van moordlust weten op te wekken. Je moet echter voorzichtig zijn met je daar al te nadrukkelijk over uit te spreken, want er is een hele sekte opgestaan van mensen, die onmiddellijk de gelegenheid aangrijpen om je te vertellen dat je niet mag oordelen.

Waarom dat niet mag, is nooit helemaal duidelijk, en of het waar is, is een volgende vraag. Om te beginnen werken onze hersenen nu eenmaal als een soort security. Ze delen iemand binnen enkele seconden in in de categorie ‘veilig’ of ‘onveilig’. Dat zit in onze biologie. Net als het alom verguisde ‘in hokjes indelen’. Dat mag ook niet van het 21eeeuwse syndicaat van softe moraalridders. Terwijl ons brein bij een ontmoeting met nieuwe mensen direct gaat zoeken naar een categorie waardoor we onze veiligheid kunnen bewaken.

Geeft allemaal niets, als we het maar beseffen. Dieren doen het namelijk ook. Chimpansees wat minder vriendelijk; die gaan soms over tot een bloedige strijd, terwijl de aan hen verwante bonobootjes de kennismaking bezegelen met een orgie, waar zelfs de meest doorgewinterde pornokijker rode konen van zou krijgen. Dat vergroot voor de hippie onder de apen de veiligheid, en het is waar, als je met iemand geslapen hebt weet je gelijk wat voor vlees en geest je in de kuip hebt.

Mensen zijn dreuzels, wist Harry Potter, kruimels. We zitten opgezadeld met een eigenwijs brein vol tegenstrijdigheden, dat zich in miljoenen jaren evolutie heeft gevormd, en zijn eigen verkeerde beoordelingen niet door heeft. De evolutie is geen perfecte schepper. Vandaar dat we gemakkelijk kunnen roepen anderen niet te veroordelen, terwijl we het onbewust continu doen.

Ik zelf probeer het niettemin toch, niet te oordelen, maar ik moet tot mijn schande opmerken dat ik het helaas wel doe. En dat komt het sterkst tot uitdrukking, wanneer iemand mijn allergie aanwakkert. Ik ben daar nooit blij mee, want het herinnert me zo onontkoombaar aan mijn beperking. Ik maak mezelf graag wijs dat ik een sterk rechtvaardigheidsgevoel heb, maar als iemand mijn allergie wordt, dan komen eigenschappen in mij naar boven, waarvan ik het bestaan misschien vermoedde, maar kundig wist te verdringen.

In mijn buurt wonen minstens twee allergieën. Toevallig twee vrouwen. Allebei babbelziek en bijzonder vaardig in het misbruik van andermans aardigheid en beleefdheid. De eerste, laat ik haar Tinie noemen, vertoont gedrag dat in alle opzichten strijdig is met dat wat je leert over goede communicatie. Ze valt je in de rede, staat in je territorium, zit aan je terwijl je dat per sé niet wilt, voelt niet aan hoe je stemming is en heeft daarbij de stem van een verdwaalde kraai in de Sahara.

Je herkent haar al van verre aan haar jassen in het lelijkste donkergroen dat ik ken. Natuurlijk neem ik het haar niet kwalijk dat ze wat corpulent is, niet iedereen is een Claudia Schiffer. Ik heb me nog nooit geërgerd aan mensen die wat ronder zijn dan anderen. Maar als iemand in mijn allergie zit, merk ik toch dat ik een lichte weerzin voel, als ik zie dat zo iemand altijd maar pizza’s eet en chocola. Ik geef toe, dat dat een erg vervelende eigenschap van me is. Maar vergeet niet, dat ik net als jij een brein heb dat niet perfect is.

Wat dikker zijn is geen punt, en ik haak ook niet af als iemand reeds op jonge leeftijd het haar in een kort permanentje propt, en dan zegt dat het een ‘lekker pittig kort koppie’ is. Maar als het zich combineert met een harde stem en aanrakingen waar je niet gediend van bent, kruipen de regenwormen onder je huid, wat een krachtige elektrodermale reactie geeft.

Om dit allemaal te voorkomen, en eventuele woedeaanvallen voor te zijn, probeer ik Tinie dan ook te vermijden. Natuurlijk vind ik rationeel dat ook zij recht heeft op een beetje geluk en een fijn leven, maar andere delen van mijn brein zouden haar het liefst uit mijn gezichtsveld gummen. Nu zijn er futuristen, die voorspellen dat er google contactlenzen zullen komen, waarmee je iemand met een druk op de knop uit je beeld kan vagen. Mijn onrechtvaardige kant wacht er met smart op.

Tot hilariteit van mijn dochter loop ik echt een blokje om, als ik Tinie ergens aan zie komen lopen. Ik loop bijvoorbeeld terug naar mijn woning, soms zelfs in een drafje, en doe alsof ik iets vergeten ben. Om het hoekje kijk ik dan of ze uit het beeld is verdwenen. En zowaar, dat lukt bij haar meestal goed. Bij een tweede dame lukt dat minder. Charlotte heet ze.

Charlotte is wat rustiger, maar kan zichzelf niet vermaken en zuigt je energie op door eindeloos over haar kwaaltjes te praten, waarvan de meesten geen enkele allure hebben. Ze loopt -op zoek naar een slachtoffer om klaagliederen mee te zingen- voortdurend te wandelen met haar hond, die denk ik wel heel duur moet zijn, want hij is nogal lelijk en zijn geslacht is nogal nadrukkelijk zichtbaar, wat ik normaal niet opmerk, maar als iemand in mijn allergie zit, dan vallen me zulke dingen op en verwijt ik de eigenares van alles.

-Waarom doe je dat beest niet een kek broekje aan?, denk ik dan. Maar dat doet ze natuurlijk nooit.

Ook Charlotte is onontkoombaar voor iemand die zich aan de regels van fatsoen wil houden. Voor je het weet is je dagplanning naar de kanariepieten als je met haar in gesprek raakt. Je komt er simpelweg niet vanaf. Ontlopen is bij haar moeilijk, soms lijkt het alsof ze je staat op te wachten. En tijdens het uitlaten lopen zij en haar blaffende veelplasser traag en voortdurend rond te kijken. Wanneer ze je in het vizier krijgt, dan zwaait ze en maakt ze ineens vaart om je te vragen hoe het ‘hee’met je is.

Ik weet het. Het ligt aan mezelf. Ik weet dat deze mensen ongetwijfeld kwaliteiten zullen hebben, en waarschijnlijk ook kwaliteiten die ik zelf mis. En meer nog dan aan hen heb ik de pé in over het feit dat ik allergieën heb. Dat ik zelf ook een immense dreuzel ben. En dan vraag ik me toch even af: hoe doen die bonobo’s dat toch?

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *