Kwetsbare mannen; crisis bij Coetzee

De Zuidafrikaanse nobelprijswinnaar Coetzee is erg goed in het schetsen van mannen, die in penibele omstandigheden komen te verkeren. In ‘Langzame man’  verliest de hoofdpersoon een deel van zijn been. In Michael K verlaat de hoofdpersoon de stad om zijn moeder naar haar geboorteoord te rijden. Zijn moeder sterft; er zijn momenten dat je het gevoel hebt dat hij zich in een gevaarlijk luchtledige bevindt. Dan is er ‘Dagboek van een slecht jaar’,  waarin de hoofdpersoon, een schrijver –ondanks zijn succes- in vertwijfeling raakt, omdat een aantrekkelijke vrouw zijn werk niet waardeert. En in ‘In ongenade’ zien we hoe een hoogleraar zich vergrijpt aan een studente.   

Coetzee heeft kennelijk een zwak voor het thema van mannen die hun autonomie en waardigheid kwijt raken in de weinig eervolle confrontatie met hun bestaanscontexten. Dat vind ik een voortreffelijke keuze van hem. Zo er al een uiterlijke schijn is, dan is hij snel verdwenen. Zoals bij de hoogleraar uit ‘In ongenade’, een geslaagde man die een heel boek van Byron voorbereidt; een bezigheid die volstrekt onbelangrijk wordt in het licht van de teloorgang die de hoogleraar ondergaat.

De mannen hebben in zijn boeken, net als in het werkelijke leven, hun bezigheden. Ik ben een man, en weet hoe belangrijk de dagelijkse dingen voor een man kunnen zijn. Ik kan mij voorstellen dat mijn soort gelukkig kan worden met het schrijven van boeken over Byron, dat dat een zinvol gevoel geeft.  

Maar daar haalt Coetzee ze uit. Om ze aan omstandigheden over te leveren, waaraan ze zich niet kunnen onttrekken. Nederlandse schrijvers als Hermans en Heeresma beweerden dat je de ware aard van mensen in slechte omstandigheden pas echt leert kennen. In oorlogstijd bijvoorbeeld. Coetzee heeft minder nodig om de werkelijkheid van zijn personages zichtbaar te maken.

En dat is gelijk de kracht van zijn boeken. Wat doen mannen die zichzelf lang hebben kunnen wijsmaken dat ze zijn wat ze doen, dat hun waardigheid samenhangt met hun functie, hun financiële zekerheid? Wat gebeurt er als ze in opspraak raken, wat doen ze als ze hun been verliezen, wat wanneer ze de gewelddadige jungle van Zuid-Afrika door moeten?

Een goede vraag voor mensen die denken dat het leven niet meer is dan werken, dat een identiteit correspondeert met een maatschappelijke status, een baan, een auto, een huis. You can’t always get what you want, zongen de Rolling Stones 40 jaar geleden. Coetzee gaat verder. You can get what you never wanted.

 

De vrouwen in zijn boeken zijn vaak krachtige wezens. Ze dragen hun lot anders, moediger. Het zijn heldinnen. Niet minder getekend door de omstandigheden, trouwens. De dochter van de hoogleraar uit ‘In ongenade’ is daarvan een prachtig voorbeeld. Ondanks de complexe relatie met haar vader, die haar maar blijft beschermen, leeft ze in de onbeschermde wereld van het Zuidafrikaanse platteland.

Wanneer ze wordt verkracht, draagt ze haar lot op een manier die de lezer met respect vervult. De bescherming van haar vader blijkt ze helemaal niet nodig te hebben. Overigens schiet die ook aan alle kanten tekort. Het is een excellent voorbeeld van hoe het kan gaan in het mannenbrein. Hij denkt dat hij iets waardevols geeft, dat hij iets goeds moet doen, maar het is vooral waardevol en goed in zijn beleving. De werkelijkheid zelf heeft vaak behoefte aan andere zaken.

Ook de Bosnische vrouw die Coetzee’s langzame man begeleidt, klaagt niet over een lot dat toch allesbehalve de status van een paradijs benadert. Ze intrigeert hem, ook seksueel, ondanks zijn situatie, ondanks een geamputeerd been, ondanks zijn leeftijd. Die seksualiteit zit de hoofdpersonen van ‘In ongenade’ en ‘Dagboek van een slecht jaar’ ook duchtig in de weg.

Het contrast tussen de breekbare man en de moedige vrouw valt voortdurend op in die boeken, en lijkt een belangrijk thema voor Coetzee. Het is uitermate boeiend hoe hij dat onderwerp oppakt. De kille, half afwezige manier waarop de mannen met hun alles bepalende seksualiteit omgaan in de boeken, intrigeert.  

 

Zulke boeken in crisistijd lezen kan geen kwaad. Je hoeft het sobere, zelfs wat fatalistische wereldbeeld van Coetzee niet te omarmen, om zijn boodschap te begrijpen. De schrijver is een zeer serieuze man, die de humor niet vergeet in zijn prachtige werk, maar het lachen is steeds wat zuur, alsof het pijn doet bij de mondhoeken.

Maar het is een geweldige observator, Coetzee. En een groot filosoof; een man met een visie. Een man die de wereld heeft leren kennen vanuit Zuidafrikaans perspectief. Een wereld waar macht, geweld en dreiging vervlochten zijn met de voor ons westerlingen zo herkenbare routinematigheden, als een baan, als een mooie carriere, een auto, een huisje buiten en een nieuwe keuken.

Midden tussen de schijnzekerheden waarmee de mensen omringd worden, ontstaan zomaar vacuüms, waarvoor geen handleidingen bestaan. Omstandigheden –zoals die van Michael K- die om een niet aanwezige oplossing vragen. Geen safe place, de wereld die Coetzee ons laat zien. Dat zie je met name in de artikelen die de hoofdpersoon uit ‘Dagboek van een slecht jaar’ schrijft. Waarom moeten we allemaal zo op onszelf gericht zijn?, is zijn thema. Waarom moet er competitie zijn op de wereldmarkt, in plaats van synergie en samenwerking? Mooie vraag, nu ons systeem wordt bezocht door het virus van de kredietcrisis.

Met positivisme win je geen nobelprijs. Het tonen van de vervuiling onder de alledaagse oppervlakte maakt je niet blij. Goed om eens over na te denken, als je weer eens een bonus of promotie hebt meegemaakt, en wanneer je daarover nadenkt in je Audi of BMW. Bovendien lees je dan weer eens een boek. Geeft toch een andere energie dan de computer of de televisie.      

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *