Mag een organisatie zonder gedegen onderzoek uitgaan van intimidatie? (Casestudie)

Soms ontvangt Jongebazen mails van lezers. De lange mail hieronder vond ik vanuit een diversiteits- en inclusie-oogpunt nogal interessant. Het komt vanuit een heel andere invalshoek dan we gewend zijn. Ik vond Me2 een van de hoogtepunten van het afgelopen jaar, en juich enorm toe dat vrouwen voor zichzelf opkomen, en verkeerd gedrag openbaar maken. Ook vind ik het fantastisch dat organisaties er actie op ondernemen. Maar we moeten niet blind worden, en mensen zonder onderzoek in staat van beschuldiging stellen. En dat lijkt in het onderstaande verhaal te zijn gebeurd.

‘Het is niet mijn gewoonte om redacteuren van blogs aan te schrijven, maar ik volg Jongebazen al jaren, en denk dat jij me zou kunnen begrijpen. Je stukken over diversiteit spreken mij ook aan. Ik werk net als jij als zzp’er in organisaties, en dat doe ik al zo’n 14 jaar tot grote tevredenheid van mijn opdrachtgevers. Maar nu is er iets schokkends gebeurd. Ik zal het zo kort mogelijk opschrijven.

Vorige week werd ik gevraagd om bij een van mijn noordelijke opdrachtgevers te komen. Ik werk al bijna 7 jaar voor die opdrachtgever, en er was altijd een goede relatie.

Niet zo lang geleden werd ik door hen gevraagd om een team te komen trainen. We hadden een voorbespreking en iedereen was enthousiast. Vooral Eline, die een stuk met me mee wilde rijden, omdat ze normaliter met het OV gaat. Tijdens de autorit was het gezellig. We hadden het over van alles. Over werk, carrière, haar huwelijk, de kinderen en ook over haar vader, met wie ik volgens haar erg goed zou kunnen opschieten.

Ze informeerde naar mijn burgerlijke staat, en ik vertelde haar dat ik aan het daten was, na een stukgelopen relatie. De sfeer was van dien aard, dat ik dacht dat dit wel zou kunnen. Ik vertelde niet alles, maar zei met een zo vrolijk mogelijke lach dat ik nog herstelde van mijn scheiding.

Ik was niets van plan, had geen enkele verkeerde intentie en als ex-HRM’er regelmatig te maken gehad met intimidatiekwesties. Ik zou het echt wel uit mijn hoofd laten om iets oneerbaars met Eline te doen, of er ook maar aan te denken en het kwam dan ook niet in mij op. Ik ervoer het gesprek over onze situaties als geanimeerd en open, zag en zie geen enkel kwaad in een gesprek van moderne volwassenen over dating sites, en echt, intimidatie is echt verre van mij. Ik kan dat niet genoeg benadrukken.

Punt is alleen dat ik niet geloofd word. Er was namelijk nog een tweede gesprek, en in dat gesprek vroeg Eline mij een paar keer of ik geen verkeerde bedoelingen had. Haar man had haar namelijk gezegd dat het geen zuivere koffie was als een man in een werksituatie met een vrouw over zulke dingen sprak. Ik benadrukte dat er bij mij niets aan de hand was. Echt niet. Ons gesprek was ook die tweede keer geanimeerd, en ze zei net als in het eerste gesprek dat het wel leuk zou zijn als ik een keer kwam eten bij haar en haar partner. We zouden dan haar carrièreplannen kunnen bespreken.

Op basis van die uitspraak van haar zocht ik via Linkedin contact met haar om een afspraak te maken. Ik zag zo’n gesprek over haar loopbaan als een soort  service, vanwege de mooie klus die ik voor haar team had mogen doen. Dan zeur je niet over iedere euro.

Nog eens: geen verkeerde intenties. De datingsites waren zeker niet de hoofdthema’s van ons gesprek. Het ging veel over haar onzekerheid in het werk, ondanks haar talent. Wel zei ze dat ze ooit eens door een leidinggevende geïntimideerd was. Ik sprak toen openlijk mijn afkeuring uit. Expliciet. Een vent heeft zijn poten thuis te houden, ongeveer zoiets zei ik.

Goed, toen ze na de tweede rit uitstapte zwaaide ze nog vriendelijk, en het was even stil. Mijn Linkedin verzoek tot een afspraak over haar loopbaan, in de door haar afgesproken maaltijd of ‘desnoods samen bij de koffie, dat is misschien wat gemakkelijker om af te spreken’ werd niet beantwoord, maar ik rook nog geen onraad.

Dat kwam pas toen ik vorige week via de HRM-afdeling werd uitgenodigd tot een ‘dringend gesprek’, of beter: dat kwam pas in het gesprek zelf. Ik vroeg in de aanloop naar het gesprek waar het over ging, zodat ik mij kon voorbereiden, omdat het nogal dreigend klonk. Ik voelde wel dat er iets was, maar ik kon me echt niet voorstellen waar het over ging. Ik kreeg als antwoord van een HRM-contactpersoon, die ik maar half kende, dat ze daar niet op in kon gaan. Ik zal haar Toos noemen.

En toen zat ik tegenover haar, en hoorde ik dat iemand van het team een klacht over mij had ingediend. Intimidatie. Ik zou het over persoonlijke relaties hebben gehad, en zelfs met ‘meerdere vrouwen’ over ‘Tinder’ hebben gesproken. Een toelichting van mijn kant deed er niet toe. Dit is geen intimidatie geweest, riep ik uit. Zo is het wel ervaren, zei ze. En toen voelde ik me ineens heel machteloos. Wat doe je tegen een vertekende beleving van je woorden? Je woorden zijn kennelijk voor meerdere uitleg vatbaar op zo’n moment.

Ik viel bijna uit mijn stoel. Je moet je voorstellen dat ik normaliter altijd aan de andere kant van de tafel zat. Ik stelde onmiddellijk een gesprek voor met een van de mensen, maar daar stonden Toos en haar HRM-afdeling niet voor open. Ze wilde ook niet zeggen van wie de klacht kwam. Bescherming. Dat kon ik me vast wel voorstellen? Ik zei dat ik flabbergasted was, dat dit iets was waar ik jarenlang tegen had gevochten, dat ik precies wilde weten wat ik dan gezegd zou hebben volgens de indiener van de klacht. Maar Toos was onwrikbaar. Zij zei, dat ik moest begrijpen dat een teamcoach na dit soort klachten niet meer houdbaar was voor de organisatie. Dat besluit was genomen.

Dus geen eerlijk onderzoek, geen gesprek, geen mogelijkheid om uit te leggen dat er niets maar dan ook niets verkeerds bedoeld was. Het oordeel stond vast. Ik zei bij mijn vertrek, dat ik juridische stappen zou overwegen, dat dit voor mij niet acceptabel was. Het kon toch niet zo zijn, dat je simpelweg van intimidatie werd beticht, zonder dat het zo was.

Een paar weken heb ik over juridische stappen nagedacht, maar een jurist maakte mij duidelijk dat mijn kansen erg klein waren. Vooral dat ‘meerdere vrouwen’ was lastig. Eline, als zij het was maar die kans was eigenlijk 99 op 100, zou een vrouwelijke collega hebben kunnen overhalen om tegen mij te getuigen. En als eenling tegen zo’n bedrijf procederen, dat is ook een behoorlijke uitdaging. Vertelde mijn jurist. Ik voelde me echt rot en verslagen.

Na een paar weken nadenken heb ik de zaak laten rusten, maar ik voelde me er verschrikkelijk onder. Ik voelde me vies en smerig, alsof ik onbetamelijk was in het contact met een vrouw. Ik durf het er met mijn vrienden en bekenden ook niet over te hebben, want mensen zullen misschien toch denken: ‘waar rook is is vuur’. Of ze zullen zeggen: Neem nooit meer iemand mee in je auto, en heb het sowieso nooit meer over dating sites met vrouwen die dat verkeerd kunnen uitleggen. Maar die les heb ik natuurlijk zelf al getrokken.

Toch wil ik op de een of andere manier mijn recht halen. Ik weet dat ik een zuiver geweten heb. Ik heb een enorme hekel aan mannen die vrouwen schofferen of intimideren, of ze op sluwe wijze proberen te versieren. Dit verwijt raakt me in mijn beroepseer. Eerst word je uitgenodigd voor een maaltijd, zit je in een sfeer waarin gewoon wat persoonlijke dingen passeren. De een is getrouwd, de ander zit op een datingsite. Wat is daar mis mee? Eigenlijk vind ik het schandelijk, maar wat moet ik ermee?

Bert, wil je dit alsjeblieft op Jongebazen zetten, al is het alleen al om mensen bewust te maken van het feit dat je altijd een integer onderzoek moet instellen, als dit soort beschuldigingen worden gedaan? Ik zit nu 14 jaar in dit vak, en een dergelijk verwijt heb ik nog nooit gekregen. Ik ben razend op Toos en die HRM-club van deze organisatie. Zij hebben sowieso al de reputatie dat ze neerbuigend met leveranciers omgaan. Maar je mag toch niet zomaar iemand in staat van beschuldiging stellen in zo’n situatie. Iedereen had kunnen leren van een gesprek. Die kans hebben we niet gekregen. En mij is groot onrecht aangedaan.

Met vriendelijke groet

 

Tom P.’

Laat vooral weten hoe je hier tegenaan kijkt. Het thema lijkt me er interessant genoeg voor.

Bert Overbeek geeft trainingen over modern leiderschap (waaronder inclusie), is executive coach en teamontwikkelaar en -trainer.  Hij is te bereiken via bert_overbeek@hotmail.com, ook voor interactieve bijeenkomsten en lezingen. Zijn boeken over diversiteit behaalden stuk voor stuk top 10-noteringen bij Managementboek. (https://futurouitgevers.nl/auteurs/bert-overbeek/)

 

1 thought on “Mag een organisatie zonder gedegen onderzoek uitgaan van intimidatie? (Casestudie)”

Niels van der Stappen 9 maanden ago

Ik denk, dat je als man in dit soort situaties (zeker tegenwoordig) kwetsbaar bent.
Vroeger was je waarschijnlijk niet altijd kwetsbaar genoeg en ook nu zal er vast nog wel eens door een partij misbruik gemaakt kunnen worden (man/vrouw/overig maakt mij hier niet uit); dus er is kwetsbaarheid van beide zijden.
In alle gevallen geldt: er is een zeker een min of meer standaard protocol gewenst dat bedrijven, evt. via een externe persoon (soort neutrale vertrouwenspersoon?), op een aanvaardbare manier met dergelijke gevallen laat omgaan. De ‘vertrouwenspersoon’ zou daarbij minstens een gesprek met de ‘andere partij’ moeten houden en zijn bevindingen moeten inbrengen bij het bedrijf.
Kunnen een paar deskundigen op dit gebied niet een dergelijk protocol in elkaar zetten?
Of laten we het over aan willekeur?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *