Niemand luistert naar niemand in zwarte pieten discussie

Kinderfeestjes zijn bij uitstek gelegenheden voor uit de fatsoenlijke band barstende emoties. Als er ergens geschreeuwd wordt, gehuild, gejengeld en door suikers aangedreven hyperactiviteit wordt gestimuleerd, dan is het wel op partijtjes van ons kleine grut. Een kind moet immers kind mogen zijn. Dus laat maar gaan, jongens, dat primaire gedrag. Het moet ons dan ook niet verbazen als in de discussie over een kinderfeestje eenzelfde primair gedrag wordt vertoond.

Hèt voorbeeld van een discussie over een kinderfeestje is de zwarte pieten discussie. Zelden heb ik in Nederland partijen zo in een kramp van communicatiefouten zien schieten, als in deze discussie. Mensen vallen elkaar in de rede, schreeuwen overtuigingen door elkaar, bezorgen elkaar hersenschuddingen, verwijten elkaar een terreurorganisatie te zijn, en net als op kinderfeestjes wordt er flink gehuild en gejengeld. Niemand luistert naar niemand en men probeert voortdurend de ander te overtuigen, terwijl die ander helemaal niet luistert.

Maar gaat de discussie over zwarte piet eigenlijk wel over een kinderfeestje? Niet voor iedereen. Voor hen gaat de discussie over subtiele en minder subtiele discriminatie. Voor hen is een wit opperhoofd met een gekleurde knecht het symbool van blank superioriteitsgevoel. En dat zit zo diep, dat die witte massa het zelf niet door heeft.

Nergens wordt schrijnender zichtbaar dan in deze discussie, dat mensen niet naar elkaar luisteren, en een discussie voeren over twee verschillende onderwerpen, terwijl ze denken dat het om hetzelfde gaat. De één verliest alle fatsoen om een ‘onschuldig’ kinderfeestje te verdedigen. De ander om het overal sluimerende racisme aan te pakken. Er vindt een debat plaats op leven en dood, maar we hebben het over heel verschillende zaken.

Zou luisteren kunnen helpen? Zeker, maar probeer de moderne mens maar eens in de luisterstand te krijgen. Die wil vooral vechten voor zijn rechten. Waar onze voorvaderen nog wel eens iets als plichten hadden te vervullen, willen wij tegenwoordig overal aan het stuur staan, en continu claimen dat we ergens recht op hebben. Dat zie je ook in het verkeer waar mensen elkaar zonder pardon de ergste verwensingen naar het hoofd smijten. Hele beschaafde mensen veranderen daar in hellevegen van het zuiverste water.

De moderne mens doet wat de wereld hem leert: in de zendstand gaan. Overtuigingen als een wilde olifant de lucht in tetteren. De ander dwingen te geloven wat hij zelf gelooft. Zonder ook maar een idee te hebben waar die ander nu eigenlijk een punt van maakt. En als je er een idee van hebt, het vooral belachelijk maken. Of wegzetten als onbeduidend. Of zelfs als kwaadwillendheid.

‘Ze zoeken gewoon een stok om mee te slaan. Leven ze in een land waar nauwelijks racisme is, pakken ze een kinderfeestje om te kunnen zeuren.’

Of: ‘Als ergens het subtiele racisme uit blijkt, is het wel uit het sinterklaasfeest. Dat witte superioriteitsgevoel, dat ze zelf niet eens herkennen.’

Tja, zo komen we niet veel verder. De een maakt de ander uit voor iemand die zich altijd maar zonder reden gediscrimineerd voelt; de ander beticht zijn tegenstevers als racisten. En natuurlijk zal de tegenpartij nooit mee gaan in zo’n beeld. Een moeder die op de boot uit Spanje staat te wachten met haar twee kinderen voelt zich geen racist. En iemand die regelmatig te maken heeft met mensen die hun spullen extra gaan bewaken, zodra ze hem zien, zal nooit accepteren dat hij zich zomaar gediscrimineerd voelt.

In feite gaat de zwarte pieten discussie over twee redelijke zaken. Ja, er is veel subtiel racisme, vaak onbewust. Als we dat niet begrijpen, zullen we nooit kunnen volgen waar hun discussie over gaat. En niet begrijpen is al gauw ‘je irriteren’ en dan sta je al snel op de drempel van intolerantie. Wat overigens een eigen keuze is. Maar subtiel racisme bestaat, en als niet-witte Nederlander heb je er dagelijks mee te maken. En als je er zelf niet mee te maken hebt, kan je het niet beoordelen.

Daartegenover staat dat dat het leeuwendeel van de mensen geen enkele vorm van racisme ervaren in het vieren van sinterklaas. Het is voor hen een feest van marsepijn en speculaas, van een man met een mijter en een tabberd, die niemand van hen als symbool zal zien van macht, netzomin als ze zwarte piet zien als een symbool van slavernij. Zelf pleit ik dan ook voor donkerblauwe pieten. Dan zijn we van het hele gedoe af. In deze discussie krijgt niemand iets lekkers, en iedereen de roe. Voor de verhitte gemoederen is er de zak van Sinterklaas. Luisteren mensen, luisteren! Alleen dan komen we ergens. Roeptoeteren werkt alleen wanneer je voor eigen parochie preekt, niet in het publieke domein.

Organisatietrainer en coach Bert Overbeek publiceert bij Futuro Uitgevers binnenkort ‘Goden en goeroes’. Dit boek gaat over de manier waarop een manager verschillen (diversiteit) in spiritualiteit kan bundelen om zijn team beter te kunnen laten presteren in een prettige sfeer. Hoewel het gelezen kan worden als een afzonderlijk boek, geldt het als het derde deel in Overbeek’s drieluik over diversiteit. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *