Zijn mannen nu echt zo onmogelijk?

Er verschijnen tegenwoordig boeken, hoor ik, waarin vrouwen het idee bespreken om de man zo ongeveer af te schaffen. De reden is voor hen duidelijk. Mannen zijn verantwoordelijk voor alle kwaad. Het zijn narcisten, verkrachters en moordenaars, ze voeren oorlog, ze kunnen niet praten en niet luisteren, ze laten boeren en winden, ze liggen op de bank en zappen, etcetera. Je hebt er niets aan.

Voorop in de strijd gaat de feministe Pauline Harmange, wier geduld met mannen een paar jaar voor haar 30e op is. Dat ze getrouwd is met een man, daar leggen haar critici natuurlijk graag de vinger op. Ze probeert de wereld te overtuigen van haar opvatting, dat we nog steeds in een patriarchaat leven, dat vrouwen codeert om mannen te plezieren. Vrouwen moeten niet boos worden op mannen, zegt ze, maar ze simpelweg haten. Niet alle mannen zijn verkrachters, maar alle verkrachters zijn wel mannen.

Wat moet je als man met dit soort humorloze stereotypen? Het is -om te beginnen- niet nieuw. Ik weet nog, dat aan het einde van de jaren zeventig een aantal vrouwen verkondigde, dat je mannen a priori moest wantrouwen. Alleen vrouwen waren integer, eerlijk en vredelievend. Mannen wilden maar één ding en zelfs als ze sympathiseerden met de vrouwenbeweging, dan nog deugden ze niet.

Het verhaal wordt als absolute waarheid gebracht, en dat is altijd verdacht. Maar klopt de redenering? Eerlijk is eerlijk, wij mannen kunnen ontzettend vervelend zijn. Vooral als we ziek zijn, of gelijk willen hebben. En er zijn er onder ons, die graag geweld in zetten om hun doelen te bereiken. Het is ook waar dat er mannen zijn, die verkrachten en moorden, zoals er aan de andere kant mannen zijn die componeren, briljante wetenschappers zijn of vredesiconen, zoals Gandhi of Mandela.

Het feit dat sommige mannen niet sporen, en ronduit gevaarlijk zijn, betekent niet dat alle mannen op één hoop gegooid kunnen worden en dat je dan de hele mannenwereld zou moeten haten. En laten we niet vergeten, dat vrouwen in groten getale aangeven dat ze liever met mannen werken, dan met vrouwen. Als je erop doorvraagt bij vrouwen waarom dat is, begrijp je dat we de vrouwelijke soort ook niet moeten idealiseren.

Sommige vrouwen schijnen er soms erg nare strategieën op na te houden naar elkaar. Zo vormen ze door roddel coalities, waarmee ze iemand buitensluiten die ze niet mogen. Dat plannen ze van tevoren, in tegenstelling tot mannen. Buitensluiten en negeren zijn eveneens instrumenten, die vrouwen inzetten als ze strijd voeren met andere vrouwen. Elkaar voor ‘slet’ of oneerlijk uitmaken is een andere strategie. En er lijkt een soort gelijkheidsdwang te zijn, het zogenaamde krabbenmand-effect. Wanneer een vrouw boven andere vrouwen uitgroeit, dan wordt ze ‘teruggehaald’ via de zojuist genoemde strategieën.

Mannen zijn geen lieverdjes, maar vrouwen zijn het evenmin. Moorden, oorlog en verkrachtingen zijn gruwelijk; weinig is erger. Maar sociale uitsluiting is ook een heel nare ervaring. Je kunt er behoorlijk ziek van worden, en er ook psychisch flink van in de war raken.

Waar het me om gaat, is dat we noch mannen noch vrouwen moeten gaan idealiseren of stigmatiseren. En zeker niet ten koste van de andere sekse. Dat zie ik toch als een vorm van discriminatie. Beide seksen hebben voor- en nadelen. Ze zijn bovendien nogal eens complementair. Samenwerking heeft de mens groot gemaakt. Misschien is het even zoeken naar het juiste evenwicht in deze digitale revolutie, maar laten we elkaar blijven opzoeken. Een boek zoals dat van Pauline Harmange helpt ons niet verder. Zoals een goede vriendin onlangs uitriep: ‘Alsjeblieft niet alleen vrouwen aan de macht.’

In de natuurlijke wereld hebben verwante soorten als mensapen een interessant kenmerk. Vrouwen vormen daar coalities; hèt antwoord op de fysieke kracht. Ze zijn daar ook beter in dan mannen. Je ziet in de businesswereld, maar ook daarbuiten, dat vrouwen allerlei bijeenkomsten opzetten om de onderlinge banden te verbeteren. Daar hebben ze een goede reden voor. Organisaties blijven onrechtvaardig omgaan met gelijkheid tussen mannen en vrouwen.

Wat mij betreft is dat net zo krom als mannen hatelijk over één kam scheren. Nederland heeft volgens Erin Meyer in ‘The culture map’ een feminiene cultuur, en geen masculiene. Er zijn landen die daar verder in zijn, maar we lopen in de voorhoede. Veel mensen herkennen dit maar matig. Toch is het geen onzin.

Steeds weer geven mensen misstanden een huidskleur, een geslacht of een nationaliteit. Met andere woorden: ze dichten problemen toe aan blanke of gekleurde man, of aan ‘allochtonen’. Daar moeten we echt vanaf, om de toekomst vorm te kunnen geven. Het wordt dan ook tijd dat we het ‘haten’ gaan opgeven.

We kunnen elkaar naar het leven staan en het samen beter maken. Ik kies voor het laatste.

 

Bert Overbeek is organisatie-trainer en coach. Hij schreef bovendien vier top 10 boeken over leiderschap en diversiteit, waaronder ‘Mannen en/of vrouwen’. Overbeek bepleit samenwerking tussen alle ‘tribes’. Alleen zo komen we ergens. 

1 thought on “Zijn mannen nu echt zo onmogelijk?”

nicolaas balk 3 weken ago

Mooi en positief-opbouwend stuk. Er zijn zelden mannen die het opnemen voor hun soort. Verreweg de meesten zijn er gelaten onder, wat mij telkens weer verbaasd. Zie hoe blanke mannen er af komen in de reclame.
Hartelijke groet,
Nicolaas Balk (zie linkedin)
Een roodharige blanke man.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *