Allochtonen en autochtonen? Nee, dat zijn geen indianen!

IMG_5038Zomaar een mop, ergens op een kantoor in het land. In een overwegend uit blanken bestaande organisatie is het sinterklaas. De enige medewerker met niet-Nederlandse voorouders is Shireen, een Surinaamse management assistent. Een van haar collega’s zet een zak pepernoten op haar bureau.

-Waarom alleen ik?, vraagt Shireen.

-Omdat je de enige bent tegen wie we kunnen zeggen: hallo zwartepiet. Je bent de enige echte zwarte piet hier.

Een ander voorbeeld, voordat we ingaan op dit verhaal. In de Mac Donalds. Een Turkse man schuift aan aan een lange tafel om een broodje hamburger te eten. De man is gedragstrainer en moest vandaag een lezing houden voor artsen. Hij gaat zitten aan een tafel waar een Nederlands echtpaar zit te eten. Er staan drie stoelen tussen de vrouw van het echtpaar en de Turkse man. Toch zet ze haar tas snel aan de andere kant van haar stoel, na een korte vorsende blik.

Deze twee voorbeelden geven een realiteit aan die voor een substantieel deel van de Nederlanders herkenbaar is. Grapjes en wantrouwende blikken zijn maar twee voorbeelden van gedrag dat blanke Nederlanders (vaak onbewust) vertonen in de relatie met het deel van onze bevolking dat ‘allochtonen’ wordt genoemd. Hiernaast staan de mensen die we ‘autochtonen’ noemen, en nee, dat is geen indianenstam. Het zijn de mensen wier ouders, grootouders, overgrootouders en over- over- over-grootouders ook al in Nederland woonden.

Allochtonen ‘komen hier oorspronkelijk niet vandaan’, zeggen veel autochtonen. In Nieuw-Zeeland en Australie zeggen ze dat niet. Ik was in beide landen en wat me daar op viel was dat blanken daar mopperden op de ‘oorspronkelijke’ bewoners van deze Oceanische landen, de Maori’s en de Aboriginals. Het argument was daar vooral dat ‘ze’ te lui waren om te werken, en ineens land begonnen op te eisen, dat ooit van hen was geweest. En dit natuurlijk pas nadat ‘wij’, waarmee bedoeld werd: de blanke immigranten, welvaart hadden gebracht.

Maar terug naar de voorbeelden. De grap met de pepernoten was niet kwaad bedoeld. Laten we daarmee beginnen. De intentie was niet verkeerd, legde een collega uit. Er zat een knipoog in die wilde zeggen: jij hoort erbij. En we maken deze grap juist omdat we niet racistisch zijn, glimlachte hij. Als we het wel waren,  zouden we het niet doen. En Shireen begreep dat. Het was niet de eerste keer dat ze zo’n grap meemaakte.

De vraag is echter of de bedenker van de grap, die overigens royaal werd beloond met gelach en opgestoken duimen, zich heeft gerealiseerd dat het leven als blanke in Nederland nogal verschilt van dat van de gekleurde Nederlander. Of hij begrijpt wat Shireen al heeft meegemaakt, en wat haar reactie op deze opmerking bepaalt. Als blanke Nederlanders vergeten we graag het gedrag van onze verre voorouders. Ze speelden een dominante rol bij de slavernij; ze vervoerden ze van Afrika naar Zuid-Amerika. Sommige Nederlanders zeggen dat ze daar geen boodschap meer aan hebben; het is immers eeuwen geleden. Maar diezelfde Nederlanders lopen met de borst vooruit als Rembrandt, van Gogh of Jeroen Bosch uit de kast worden gehaald. Dat zijn ‘onze schilders’.

Begrijp ons goed, dit is geen artikel tegen Nederlanders. Helemaal niet. Ik ben dol op dit land. Ik weet dat Nederland de apartheid bracht in Zuid Afrika, maar ook heeft geholpen om er een einde aan te maken. Ik weet ook dat onze sociale betrokkenheid in de vorige eeuw een reputatie had in de wereld. Natuurlijk, we stonden vaak met onze vinger opgeheven de wereld te vertellen hoe het moest. Maar er werd ook gul gegeven, en de solidariteit met arme landen en onderdrukte mensen was er ook. Het is allemaal een beetje minder tegenwoordig, maar ons land mag zeker ook terugkijken op een periode waarin empathie ons gedrag bepaalde.

Maar ik vind ook dat we op moeten houden met hypocrisie. Doen alsof niet-blanke Nederlanders onbetrouwbare criminelen zijn, zoals in het Mc Donalds voorbeeld, en steeds maar weer die grappen. En als je dan een keer zegt: pas met deze grap even op met wat je zegt, zeker op de werkvloer, reageer dan niet onmiddellijk met: een grapje moet toch kunnen. Natuurlijk moet een grapje kunnen. Humor kruidt de sfeer. Maar als de grap van de een het kwetsen van de ander is, dan wordt het snel minder.

 

 Bert Overbeek zet inclusionprogramma’s (diversiteitsprogramma) op met Petra Teeuwen en Yasar Ustuner. Dit onderscheidt zich met name van anderen omdat het gericht is op doen en praktijk. Informatie over deze verfrissende programma’s via bert_overbeek@hotmail.com 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *