Ambitie en hierarchisch gedrag: bij apen hebben die met voortplanting te maken…

In dit artikel ga ik een wat ongebruikelijke vergelijking maken tussen organisatiegedrag en het gedrag van chimpansees. Dat is niet nieuw of origineel. Frans de Waal heeft me op dit punt natuurlijk beïnvloed. Hij is de grote denker op dit gebied. Maar ik ben er dol op geraakt. En waarom? Omdat het gedrag verklaart vanuit een biologisch standpunt. Wie zou denken dat ambitie en hierarchisch gedrag in organisaties iets te maken zou kunnen hebben met voortplantingsrituelen? Lees dit fragment uit mijn boek ‘Mannen en/of vrouwen’ en je zal verbaasd staan. (Boek: https://www.bruna.nl/boeken/mannen-en-of-vrouwen-9789492221377)

‘Een middel om voortplantingsmogelijkheden te vergroten is bij bijvoorbeeld mannelijke chimpansees: zo hoog mogelijk in de hiërarchie terechtkomen. Dit geeft de mogelijkheid om te paren en toegang tot andere voordeeltjes. Goede relaties met de leider geven die trouwens ook. Bij chimpansees is de machtsstrijd een steeds terugkerend fenomeen. Voor de goede orde: we zijn genetisch sterk verwant aan de chimpansee. En in mijn werk als trainer en coach zie ik al jaren menselijke gedragingen die sterk verwant zijn aan die van de chimpansees.

Niet dat mensen nu openlijk hun voortplantingsbehoefte lopen te etaleren in werksituaties, maar herkennen wij niet wat interessante menselijke patronen in het chimpanseeverhaal? De behoefte om hoog in de hiërarchie te staan en goede relaties met leiders te hebben, zie ik terug in allerlei organisatiegedrag. Je wilt bijvoorbeeld niet weten hoeveel jongemannen niets belangrijker vinden dan een hoge positie.

Dit leidt tot soms onverkwikkelijke situaties. Ik heb het wel eens meegemaakt dat twee kansrijke jongemannen zich in een vergadering volledig verloren in de strijd met elkaar. Ze waren intelligent en hun strijd was dan ook doorspekt met subtiele schaakspelletjes, maar soms vielen ze elkaar openlijk aan en zeiden dan ten overstaan van baas en collega’s dingen als: ‘Ik zeg het maar eerlijk: ik twijfel gewoon aan je kwaliteiten.’ Als een van de twee een fout maakte, vergrootte de ander dat uit; liefst openlijk in vergaderingen of in mails die in cc de organisatie door gingen.

Een ander voorbeeld van jaren geleden is nog scherper. Twee alfamannen van tussen de dertig en veertig jaar oud gingen de strijd met elkaar aan. Ruud was een planmatig denker en vond dat je vanuit een plan moest werken. Edwin was het daar volledig mee oneens. Hij vond plannen vaak belemmerend, en je moest ze op tijd kunnen loslaten. Je moest gewoon beginnen en dan ontdekte je gaandeweg wel of je in de goede richting zat. Dit verschil van mening komt vaker voor bij leidinggevenden. Maar bij Ruud en Edwin liep het uit de hand. Ruud was namelijk nogal geladen. Ik heb enige terughoudendheid bij het citeren van zijn woorden, maar je mag weten hoe mensen zich in dit soort situaties gedragen. Hij zei: ‘Als die gozer niet snel bijdraait, ga ik hem voor zijn bek rammen met dat zweverige gezwets van hem. Hij moet gewoon opleveren.’

Als je verbaast bent dat mensen op een managementniveau dit soort dingen zeggen, dan kan ik me dat voorstellen, maar het gebeurt. In een mediationtraject kwamen de mannen vervolgens nog niet tot elkaar en uiteindelijk besloot Edwin ontslag te nemen. Ruud vond niet dat hij voor wie dan ook hoefde te wijken.

Deze ‘oorlog’ is het gevolg van pure ambitiedrift, louter gericht op het uitschakelen van concurrenten. Alfamannetjes die vechten voor een hoge plek in de hiërarchie en in het gevlei proberen te komen bij hun leidinggevende.

Dit gedrag zien we precies zo beschreven in het boek Chimpanseepolitiek van Frans de Waal. In dit boek raken we vertrouwd met de machtsstrijd tussen de mannetjesapen. In het streven naar de alfastatus maken de apen gebruik van coalities. Deze coalities zijn puur gericht op bevestiging van hun positie in de rangorde. De relatie met de leider biedt paringsmogelijkheden, maar ook mogelijkheden om in de toekomst de leiderspositie over te nemen. Leiders moeten dus voorzichtig zijn met hun ambitieuze talenten; voordat ze het weten zijn ze het slachtoffer van hun machtswellust, en zijn ze hun positie kwijt.

Lang is deze behoefte aan macht psychologisch verklaard. Zo werd er gezegd dat er een innerlijk gemis mee werd opgevuld, dat een dominante vader tot machtsgedrag leidde, dat onzekerheid ertoe leidde dat je jezelf steeds met macht moest bewijzen of dat mensen een soort misdadig genoegen schiepen in macht.

Ik sluit die mogelijkheden niet uit. Dominante vaders en moeders, of ouders die hun innerlijke of onderlinge conflicten niet geklaard hebben, kunnen een levenslang durende onzekerheid of onevenwichtigheid teweegbrengen. Maar ik vind dat die verklaringen te vaak van stal worden gehaald. De talloze trainers, therapeuten, psychologen en goeroes die dat doen, vergeten de biologische kant van machtswellust. Persoonlijk vind ik het in veel gevallen namelijk ook zeer aannemelijk dat hier evolutionaire resten in onze geest werkzaam zijn. Diep in ons onbewuste en misschien wel het bewuste, denken we betere kansen te hebben op voortplanting wanneer we aan de top staan. We weten dat het zo werkt. En het beïnvloedt ons streven.

En weet je wat het ironische is? Het is ook zo. Een hoge status leidt in onze 21ste-eeuwse Westerse samenleving tot meer kansen op de partner van je keuze. Zie het volgende verhaal van de bioloog Nelissen:

‘Uit onderzoek is gebleken dat vrouwen veel vaker reageren op contactadvertenties waarin de man op de één of andere manier blijk geeft van een hoge sociale status, zoals een goede baan of het lidmaadschap van exclusieve genootschappen. Omdat in onze maatschappij status meestal een dikke portemonnaie betekent, is deze voorkeur goed te begrijpen. Rijke mannen zijn namelijk makkelijker in staat om voor het nageslacht te zorgen. Het is dan ook niet vreemd dat mannen, om de gunsten van vrouwen te winnen, elkaar onderling vaak proberen af te troeven met het bezit van sjieke artikelen.’

Dit fenomeen is niet nieuw. Wie de sjeik uit de verhalen van Scheherazade kent, u weet wel, die van Duizend-en-een nacht, weet dat ‘veelwijverij’ eeuwen geleden vooral voorkwam bij mannen hoog in de pikorde. Denk maar aan de harems.

Ik durf zonder al te veel aarzeling te zeggen dat er sindsdien weinig veranderd is in onze biologie. Zo laten bestuursvoorzitters met enige regelmaat zien dat ze viriel zijn. Ik heb daarvan meerdere voorbeelden. Voormalig premier en VN-topman Lubbers had op dit gebied een reputatie, ex-president Clinton rookte graag een sigaar met Monica Lewinsky, ex-IBM topman Robert Moffat bedreef handel met voorkennis om een vrouw te helpen met wie hij een intieme relatie had en HP-baas Mark Hurd ging over de schreef met een van zijn medewerkers. In mijn carriere heb ik het regelmatig meegemaakt dat mannen in topfuncties zich ‘even lieten gaan’. Dat hoeft niet altijd onmiddellijk overspel te zijn. Zo ken ik een bestuursvoorzitter die zich temidden van andere mannen liet ontvallen dat ‘receptionistes lekkere blonde wijven met tieten’ moesten zijn. Op een personeelsfeest had hij grote moeite om met zijn handen van de mooiste vrouw af te blijven; een belediging voor de andere vrouwen die aanwezig waren.’

Bert Overbeek geeft trainingen over leiderschap, is executive coach en teamontwikkelaar en -trainer.  Hij is te bereiken via bert_overbeek@hotmail.com, ook voor interactieve bijeenkomsten en lezingen. Zijn boeken over diversiteit behaalden stuk voor stuk top 10-noteringen bij Managementboek.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *