Gedragsontwikkeling in bedrijven loopt tientallen jaren achter!

Staan ontwikkelingen in de management develop wereld stil? Houden grote talent  ontwikkelingsorganisaties daarom vast aan oude management –en leermodellen? Ze lijken weinig te doen met de nieuwe inzichten uit de biopsychologie en de neurowetenschappen. En dit terwijl bijna ieder trainingsbureau aangeeft ‘innovatief en creatief’ te zijn. We zullen in dit artikel twee  voorbeelden geven. (Voor de workshop over dit onderwerp: http://www.jongebazen.nl/md-wel-en-wee/gedragsverandering-vernieuwen-de-workshop-om-management-development-te-ontwikkelen)

Psychotherapeutische benadering

Laten we bijvoorbeeld eens naar Ton Voogt luisteren, bestuurslid van Schouten en Nelissen. In een interview op de site van Schouten en Nelissen (http://www.sn.nl/over-schouten-en-nelissen/visie.htm) zegt hij dat zijn organisatie mensen helpt om nieuw, effectief gedrag tot een
gewoonte te maken.  Hij gelooft dat prettiger en effectiever functioneren ‘alleen goed mogelijk is, als mensen inzicht krijgen in hun huidige gedrag en oude patronen doorbreken.’

Het doorbreken van ‘oude patronen’ is niet gemakkelijk. Voogt en zijn organisatie gaan ze te lijf met  ‘proven practices uit de psychotherapie.’ Uiteraard vindt Voogt zijn bedrijf hierin uniek. ‘Iedereen kan de paarden naar de bron drijven. Wij maken dat ze drinken. Dat maakt ons uniek in Nederland en zelfs wereldwijd, ten opzichte van andere opleidings- en trainingsinstituten.’

Gewoontes doorbreken, gedrag prettiger en effectiever maken met behulp van bewezen resultaten uit de psychotherapie. Dat is de werkwijze van Voogt en zijn organisatie. Maar de resultaten uit de
psychotherapie zijn omstreden.

Wie Wikipedia er op naslaat ziet dat ‘het oordeel van onderzoekers over de effectiviteit vaak afhankelijk is van de betrokkenheid van de onderzoeker met de psychotherapie. Volgens sommigen zijn, afgezien van de gedrags- en cognitieve therapieën, de meeste therapieën en behandelingen
nutteloos of zelfs schadelijk.’

Met name sensitivity training heeft erg slechte gevolgen gehad; bij sommigen was levenslange
psychiatrische hulp het gevolg. Maar dat is alweer enige tijd geleden. Van recenter aard (3  december 2011 is een artikel uit de Standaard over de discussie rond ‘Lemur’, een documentaire over psychiatrie (http://koenbrowaeys.blogspot.com/2011/12/de-standaard-is-psychoanalyse-een.html#!/2011/12/de-standaard-is-psychoanalyse-een.html)

Kort gezegd is er een pittige discussie gaande over de positie van psychotherapie en psychoanalyse. Volgens de maakster van de documentaire ‘Lemur’, Sophie Robert, lopen psychiaters in haar land 40 jaar achter op onze samenleving als het om wetenschappelijke inzichten gaat.

Het meest pijnlijk is de veronderstelling dat autisme van een kind aan de moeder zou liggen. Bijvoorbeeld door haar kilheid zou het pasgeboren kind zich opsluiten in de eigen wereld.  De
psychoanalytici in haar film, die dit beweren, gaan volledig voorbij aan het feit dat autisme onderwerp van onderzoek is binnen de neurologische wereld. Recent onderzoek uit die wereld wordt ook niet meegenomen.

De filosofe Griet van der Massen zegt in de Standaard dan ook dat het ‘absurd’ is om in een pseudowetenschap als psychotherapie nog serieus te nemen. De neurowetenschappen hebben zoveel inzicht opgeleverd in onze mentale processen, dat psychoanalyse achterhaald is.

Terug naar Ton Voogt en zijn proven practices uit de psychotherapie. Kennelijk vormen ze een
fundament bij de trainingen en zijn ze succesvol. De vraag is: op welke termijn? Een ander punt van kritiek op psychotherapie is namelijk dat de werking slechts tijdelijk is en afhankelijk is van de aanwezigheid van de therapeut, die als een soort vader of moeder is, en soms dan ook maar moeilijk losgelaten kan worden.

Het gaat me niet om Schouten en Nelissen en Ton Voogt aan te vallen, het gaat me erom dat ze gebruik maken van pseudowetenschappelijke methoden die mogelijk aan vernieuwing toe zijn. Van modellen die achterhaald zijn, of omstreden. Door recente inzichten uit de neurowetenschappen en de biopsychologie.

En dat die methoden (tijdelijk) werken hoeft ons niet te verbazen. Swaab laat ons weten dat onze hersenen bij placebo-effecten vergelijkbaar reageren als bij echte effecten. Ik sluit niet uit dat
psychotherapeutische benaderingen een placebo effect hebben. Hoe dan ook: ik volg de filosofe van der Massen wanneer zij zegt dat psychologen die iets met psychotherapie hebben, zich eens opnieuw moeten bezinnen.

Voor Voogt betekent dat dat hij er mogelijk goed aan doet om zich af te vragen of oude patronen wel echt doorbroken kunnen worden. Marcus Buckingham, uit de Thinkers top 50 van Harvard, vindt van niet en wil dat we ons meer richten op de kracht van medewerkers, in plaats van voortdurend aan hun gedrag te schaven. ‘Minder dan twee op de tien werknemers weten
hun sterke punten het merendeel van de tijd te benutten.’ Dat vindt hij te weinig.

 

Gangbare modellen zijn aan vervanging toe, niet aan een nieuwe laklaag

Innovatie en creativiteit in de management development wereld is: oude methoden een
nieuwe laklaag geven. Dat zie je op de website van Boertien, een andere grote trainingssupplier. Ze hebben daar een managementmodel, dat zonder bronvermelding rechtstreeks is afgeleid van het cultuurveranderingsmodel van Quinn en Cameron. (http://www.boertiengroep.nl/training/visie-op-leren/visie-op-leiderschap-en-management.html)

Dit is een voorbeeld van een 12 jaar oud model in een nieuw jasje. Twaalf jaar lijkt mee te vallen, maar het is een eeuwigheid voor wie weet dat er boeken zijn verschenen van Frans de Waal over de parallellen tussen apengedrag en ons gedrag, en van Swaab en Goldberg over de werking van het brein. Deze boeken kun je niet negeren, wanneer je de menselijke mind beschrijft.

In management-gedragsmodellen zie je niets terug van deze inzichten. Ik zal er in februari of maart 2012 een seminar over geven, maar ik betwijfel nu al of de prijs van 250 euro niet te hoog zal zijn voor de trainingsbureaus. Je zou verwachten van niet, in verband met het belang voor deze organisaties. Maar een paar jaar terug bood ik een train de trainer aan over hersenwetenschappen, en de respons was toen ook laag. Een jaar later werden hersenen een hype.

Gek dat die hype niet geleid heeft tot verandering van de leermodellen.

De huidige modellen pretenderen steeds hetzelfde: ze brengen je in kaart, en door dat te doen
weten jij en je organisatie wie je bent en waaraan je moet werken om je te ontwikkelen, zodat de samenwerking met je collega´s verbetert.

Dit is de onderliggende gedachte van talloze ‘unieke’ visies. Denk maar aan de kernkwadranten, aan MBTI, Belbin, de RET, aan competentieprofielen, aan leerstijlgrafieken, conflictstijlen en enneagrammen. Door aan jezelf te werken, voor jezelf duidelijk te krijgen hoe je handelt en
wie je bent, kan je groeien en je ontwikkelen tot een hoger niveau en ´ander gedrag´ vertonen. De neurowetenschap en biopsychologie, en ook managementdenkers als Marcus Buckingham zien dat anders.

  

Aannames over ontwikkelingsgerichtheid, geen zekerheden

De huidige modellen pretenderen je in kaart te kunnen brengen waardoor jij  je kunt veranderen.
Hierachter liggen tenminste twee aannames: -Er is zoiets als een vastliggend ‘ik’ en je kunt een
taal vinden waarin je dat ‘ik’ kan beschrijven. Dat ‘ik’ is bovendien veranderbaar. ‘Gedrag dat je hebt aangeleerd, is namelijk ook weer af te leren’.

-Dat ‘ik’ produceert gedrag en dat gedrag is meetbaar en beïnvloedbaar.

Beide punten zijn aanvechtbaar in het licht van ontdekkingen van de laatste 10 jaar. Alleen de vraag al of er een ‘ik ‘ is wordt door veel neurowetenschappers met ‘nee’ beantwoord. Of zij gelijk hebben, weten we nog niet. Volgens de Amerikaanse neurowetenschapper Goldberg is er wel
groei in de inzichten in het brein, maar we moeten het ook niet overdrijven. We weten nog maar weinig echt zeker.

De vraag of er een ‘ik’ is, is echter dus evenmin met een stellig ‘ja’ te beantwoorden. Het onderzoek daarnaar zal nog wel even doorlopen en het is onduidelijk of we dit antwoord ooit zullen krijgen. Wat we volgens Swaab wel zijn is ‘een product van een mix van genetische informatie, complexe
invloeden in de baarmoeder en, in mindere mate, de ervaringen in onze eerste levensjaren. Daarna is ons karakter gevormd en liggen onze capaciteiten en beperkingen vast. Daar moeten we het verder mee doen.’

We hebben geen ik, zeggen Swaab en veel collega-neurowetenschappers, toch liggen onze capaciteiten en beperkingen vast en daar moeten we het mee doen. Soit. Swaab c.s. zijn misschien te stellig, maar daar gaat het nu niet om. Het gaat er niet om of ze 100% gelijk hebben, het gaat erom dat we niet weten of er een ‘ik’ bestaat en dat dat wel wordt gesuggereerd door iedereen, die psychotherapie, leiderschapsmodellen en dergelijke omarmt.

De behoefte aan kennis over menselijk gedrag is echter enorm, blijkt uit een notitie van de Adviesraad voor het Wetenschap en Technologiebeleid. Men wil gedrag meetbaar maken. Vandaar ook de vraag naar training, coaching en ontwikkelingsgerichte methoden en managementmodellen.

 

Weinig innovatie in training en therapieèn

Maar, zoals we al schreven,  drijven ‘nieuwe’ en ‘unieke’ managementmodellen (en dus de manieren waarop we onze managers en medewerkers opleiden) op verouderde psychologische inzichten uit met name de psychoanalyse (die zijn eigen denkbeelden kritischer moet gaan toetsen). Je ziet maar weinig innovatie in therapieën; soms lopen ze 40 jaar achter, en hun kennis van de ontwikkelingen zijn schrikbarend.

Welke  ontwikkelingen dan? We suggereerden het al.

-Kennis over het brein. In de psychoanalyse en in talloze andere psychologische methoden gaan we er van uit dat gedrag is aangeleerd en ook weer kan worden afgeleerd. Hoewel dit een vrolijk uitgangspunt is, leren we vanuit de neurowetenschappen dat dit een al te optimistisch standpunt is. Dit betekent veel voor de managementmodellen die we eerder in dit artikel noemden.

-Kennis uit de evolutiebiologie en biopsychologie over roedelgedrag, dus teamgedrag. Wie bijvoorbeeld de Waal leest, begrijpt beter wat mensen en dieren in groepen beweegt. Hij legt parallellen tussen groepsdieren (vooral apen en mensapen) en mensen. Hij laat zien dat er
rangordes in groepen en dus in teams zijn, en dat dat sterk bepalend is voor hoe het individu zich in een groep gedraagt. Ze bepalen of competenties tot hun recht komen. (Het hebben van een bepaalde competentie is geen garantie dat je die competentie ook gebruikt in iedere context.)

Dit soort inzichten moeten meer worden meegenomen in moderne trainingsmodellen. Laten we dechimpansees nemen. De Waal concludeert in zijn boek ‘Een tijd voor empathie’ iets prachtigs over chimpansees en over mensen: ze onderhouden ondanks incidentele conflicten goede relaties. Vaak moet een groep eerst de posities bepalen, en dan kan er samengewerkt gaan worden.

Gedragsmeting  is situatie-afhankelijk

Voor het individu heeft dat enorme gevolgen. Vandaar ook dat mensen in de ene omgeving heel vrij handelen, en in de andere juist onvrij. De omgeving bepaalt dan in belangrijke
mate welke competenties iemand laat zien.
Iemand die in situatie a heel daadkrachtig kan handelen doet dat in situatie b bijvoorbeeld helemaal niet. En wanneer we competenties van mensen meten, meten we ze altijd in een bepaalde situatie.

Concreet: als mensen naar een assessment gaan, dan zitten ze vaak tegenover hun potentieel nieuwe werkgever, een paar psychologen, naast een paar medekandidaten en vaak in een omgeving die ze niet kennen. Die setting bepaalt hun vrijheid van handelen, en dus ook hun competenties. Maar als je de setting zou veranderen, dan zou het kunnen zijn dat iemand flexibeler wordt en
meer voldoet aan het beeld dat je wilt zien.

De situatie bepaalt dus de meting in een niet onbelangrijke mate. Als er al een vastliggend ‘ik’ bestaat, dat je kan bepalen in omstandigheden, in hoeverre laat dat ik zich zien in een assessment? De vraag is of hij in de werksituatie waarop hij solliciteert niet meer laat zien dan in een assessment. Of juist minder.

Psychologen en trainers hebben de neiging om omgevingsfactoren te bagatelliseren, maar dat is in strijd met recente onderzoeksgegevens, en ook met de inzichten van evolutiebiologen en
primatologen als Frans de Waal.

Slot

Willen management developers (trainers, managers, coaches) werkelijk vernieuwend zijn, dan zullen ze moeten doen wat Paul Arden aanraadt in de titel van een van zijn boeken: Whatver you think, think the opposite! Innovatie en creativiteit mogen geen lege verkooptermen worden.

Is alles wel ontwikkelbaar? Moeten we onze competentiemodellen niet eens vervangen? En assessments, moeten die niet vervangen worden door ‘metingen’ on the job? We zullen als trainers en coaches nieuwe inzichten moeten durven toelaten en oude ideeen (zoals psychoanalyse) moeten loslaten. Dat vereist zelfonderzoek, en een kritisch onderzoek van het eigen wereldbeeld. Maar het is het waard. En trainers horen met hun open mind voorop te gaan bij het onderzoek naar dit
soort zaken!

Ik hoor mijn vakbroeders en collega’s wel praten over deze onderwerpen, maar ze komen nog te weinig terug in de managementtrainingswereld en dus ook niet bij mensen in leidinggevende
posities. Het gevolg is dat heel veel gedrag de schijn heeft van meetbaarheid, maar dat die meetbaarheid voorlopig nog ´wishful thinking´ is.

Technisch weten we te weinig om stellig te zijn. Maar creativiteit en innovatiteit heeft er voor gezorgd dat wetenschap zich vernieuwt en groeit. En daar kan de trainings- en managementwereld alleen maar plezier aan beleven.

(Website schrijver: www.pitchersupport.com; Bert twittert op ‘Goeroetweets’. Onlangs verscheen zijn boek Voer voor jonge bazen, voor minder dan 20 euro o.a. aan te schaffen via managementboek.nl, bol.com, en de erkende boekhandel)

Bronnen

 

Frans de Waal ´Een
tijd voor empathie´

Dick Swaab ´Wij
zijn ons brein´

Elkhonon Goldberg,
´Het sturende brein´

 

 

27 thoughts on “Gedragsontwikkeling in bedrijven loopt tientallen jaren achter!”

petra sevinga 8 jaar ago

Beste Bert,

Allereerst, prima dat je o.a. trainingbureaus kritische vragen stelt. Geen enkel zichzelf respecterend bureau, kan het zich anno 2012 permitteren niet steeds kritisch naar zich zelf te kijken en te laten kijken door vakbroeders en klanten. Als medewerker van Schouten & Nelissen, zul je niet verbaasd zijn, dat ik (en ik denk dat ik voor mijn collega’s kan spreken) een andere mening heb over hoe wij -volgens jou- naar gedragsverandering kijken.
We volgen en initieren wetenschappelijk onderzoek en dragen een moderne (kompas-)visie op gedragsverandering uit die veel verder gaat dan jij van onze website hebt begrepen.
Echt bezorgd begin ik me te maken, als jouw uitspraken gaan lijken op de aloude discussie tussen nurture & nature, terwijl die discussie niet meer moet gaan over wie gelijk heeft, maar over wat disciplines uit beide invalshoeken wetenschappelijk kunnen toevoegen. Toen Dr. Swaab jaren geleden zijn bevindingen naar voren bracht over wat hij vaststelde bij homo’s, werd hij bespot, omdat het nurture-denken hoogtij vierde. Nu zou zo maar -als we niet verstandiger zijn- hetzelfde kunnen gebeuren- maar dan andersom.
Ik geloof er meer in dat kennis delen, kritisch bevragen en elkaar daardoor sterker maken i.p.v. elkaar te bestoken met ‘waarheden’ op termijn altijd meer oplevert. Schouten & Nelissen heeft een levendige interne bedrijfsschool en maandelijkse professionaliseings-bijeenkomsten waar inzichten en ervaringen gedeeld en kritisch getoetst worden.
Je bent van harte welkom om jouw kennis met die van ons te delen.
Geheel gratis nog wel 🙂 !

Petra Sevinga
Senior trainer/adviseur Schouten & Nelissen

Bert Overbeek 8 jaar ago

Ha Petra, bedankt voor je reactie.
Om maar met de deur in huis te vallen: in mijn artikel gaat het niet over nature nurture. Die halte is grotendeels gepasseerd. Er zijn dingen aangeboren, er zijn dingen aangeleerd. Soit. Waar het mij om gaat is dat psycho analyse door ontwikkelingen in de biopsychologie- en neurowentenschappen in een crisis verkeert, en voor zover er psycho analytici zijn die dat niet door hebben: zou moeten verkeren, vanwege recente onderzoeksgegevens, o.a in de hoek vd neurowetenschappen en de biopsychologie.
Ik had het niet over de interne processen van schouten en nelissen, die ik best vertrouw, want ik ken schouten en nelissen en ik heb respect voor jullie status en voor wat jullie hebben opgebouwd.
Maar misschien, misschien, beste petra, is zelfs schouten en nelissen toe aan iets verfrissends (waarom niet?) en dat zou best eens uit de wetenschappelijke hoek kunnen komen. Dat je wat reclame maakt voor jullie en de dynamiek in jullie club, daar is goed mee te leven, en dat ik -zelfs gratis, toe maar- met jullie mee mag denken, ook dat kan alleen maar sympathie afdwingen.
Maar daar ging het me niet om. Het ging me om de invloed van nieuwe inzichten op de psychoanalyse. Want met psychoanalyse adverteren en pochen jullie zelfs een beetje op je site.
Als je inhoudelijk iets zou kunnen melden over jullie interne discussies op dit gebied, dan staan de jonge bazen kolommen tot je beschikking. Ik zou zonder meer ruimte maken voor een of meer artikelen. Ik wil zelfs een interview afnemen met jullie.
Dat is ook beter dan de discussie te versmallen tot jullie ongetwijfeld levendige school, want het zal toch niet zo zijn dat het wiel alleen daar uitgevonden kan worden.
‘Blue ocean’, een manier van denken die hoog scoort in de Thinkers 50 van Harvard, betekent ook ‘breder kijken, dingen delen met je concurrenten’.

Ook jullie van Schouten en Nelissen, zijn welkom, Petra, om je bijdrage aan deze discussie te leveren op jonge bazen. En…oh ja, gratis. Uiteraard gratis.

Egon Beaart 8 jaar ago

Hoi Bert,
Ik herken veel in wat je zegt en ook dat volgens mij de tijd rijp is om ook hier een paradigma shift te realiseren.
De praktijk leert dat de meeste mensen willen vasthouden in wat ze hebben, en dat het ooo.. zo moeilijk is om oude patronen los te laten. Wat betreft de context heb je ook een punt, je kan een mooie laboratorium opstelling maken, maar in de praktijk blijkt dat er toch altijd meer bij komt kijken.
Ik heb zelf een groot onderzoek gedaan bij het Ministerie van Defensie over persoonlijk leiderschap, waar ook een aantal zaken die jij beschrijft zijn onderzocht. Onder andere juist het ontwikkelen van eigen kracht zodat dit ook voor de organisatie kan worden benut. Dit is uiteindelijk vertaald in de VIP theorie, waarbij de ‘P’ staat voor Persoonlijk leiderschap. Als je interesse hebt in het onderzoek, laat het me maar weten: egon@beaart.nl
Ik ga nu een tweet maken die naar jouw artikel zal verwijzen.
Verder waardeer ik je scherpte en spitsvondigheid, blijft dat vasthouden!
Hartelijke groet
Egon Beaart

Bert Overbeek 8 jaar ago

Het pad dat ik ben ingeslagen, heeft me nog wel eens een paar klanten gekost. Het zoeken naar nieuwe modellen vereist het bekritiseren van oude modellen of nieuwe modellen die op oude fundamenten zijn gebaseerd, en de mensen die die modellen verdedigen. Dat leidt niet tot populariteit en klanten hebben iets behoudends als het om talentontwikkeling gaat.
Het voorbeeld hierboven geeft het nodige aan. Psychologen stellen zich in media nu te weer tegen krasse beweringen uit de neurowetenschappen.
Maar psychologie heeft al heel lang de reputatie van een pseudo wetenschap. Dus waarom zou je je als psycholoog niet open stellen voor de mogelijkheid dat je je met placebo effecten hebt bezig gehouden? En de wetenschap naar een hoger niveau tillen? Ik weet wel dat ik daarmee de psychologie te kort doe, maar het kan de creativiteit vergroten als je je openstelt voor dingen die strijdig zijn met je eigen gedachten.

Het was moeilijk dit pad te kiezen en me kritisch uit te laten over competentieprofielen, cognitieve trainingsmodellen, keurmerken (NIP, NOBCO en mediation) en zogenaamd ontwikkelingsgerichte cultuurtrajecten, maar ik heb het altijd vanuit een eerlijk gevoel gedaan, en bovendien vanuit ervaring met deze zaken. Als ik me al te genuanceerd uitdruk, dan gebeurt er meestal niets. Dus een beetje scherpte kan geen kwaad.
Begrijp me goed, ik vertrouw de integriteit van mensen en weet ook wel dat er veel bereikt kan worden met oudere modellen. Dat ligt dan vaak aan de kwaliteit van de persoon. Maar ik heb serieus de indruk dat veel suppliers van gedrags- en cultuurtrajecten zich vasthouden aan oude modellen.
Omdat ik natuurlijk allesbehalve alwetend ben of pretendeer te zijn, waardeer ik de reactie van Petra hierboven enorm. De discussie, die wil ik op gang hebben. Er zijn mensen die meer van psychologie afweten dan ik, en er zijn mensen die meer afweten van neurologie. Ik wil dat de psychologie en de management-gedragswetenschappen iets vergelijkbaars doormaken als de natuurwetenschappen.
De ontwikkelingen daar zijn zeer opwindend. De vraag wie de mens is, is minstens even opwindend. Weten we dat al? Zijn onze ‘metingen’ betrouwbaar? Kunnen we met de stelligheid van managementgoeroes zeggen hoe de mens in elkaar zit?
Waarschijnlijk niet. De technische ontwikkelingen zullen onze meetapparatuur verbeteren. Binnen de neurowetenschappen weten ze het. De roep van Petra om met het kind niet het badwater weg te gooien vind ik mooi. Omgevingsfactoren en hun effecten zijn nog veel te weinig in kaart gebracht.
Ik ben op zoek naar een verdiepende synthese, die de poorten opent naar nieuwe wegen en inzichten in de management-gedragswetenschappen. Zodat we organisaties iets kunnen aanbieden dat ze helpt bij veranderingen in cultuur en gedrag.
Een reactie als de jouwe is daarbij ondersteunend. Af en toe komt er zo een uit de trainingswereld. Ik word daar blij van. You made my day, Egon.

Stefan van Weers 8 jaar ago

Beste Bert,
Bedankt voor het wederom op tafel leggen van een reeks thema’s die ons beiden kennelijk zowel fascineren als zeer aan het hart gaan. Een paar dingen moeten me van het hart:

Er wordt vaak vergeten dat Freud van origine arts en neuroloog was. Maar wel een die terdege besefte dat psychologie meer is dat alleen biochemie in de hersenen. Hij heeft op het eind van zijn carriere ook aangegeven dat hij veel verwachte van neuro-biologisch onderzoek. Maar goed, visionaire grondleggers hebben vaak een veel diepere, bredere en genuanceerdere kijk op zaken dan wat hun ‘dogmatische school-volgers’ ervan bakken.

Verder grappig dat je Voogt van S&N citeert met zijn omkering van een eeuwenoud spreekwoord dat in de oorspronkelijke versie luidt: ‘You can lead a horse to water, but you cannot make it drink’. De versie van Voogt (“wij maken dat ze drinken”) klinkt me nogal griezelig in de oren (Gedrag op bestelling? Maakbaarheid? Brain-washing? Manipulatie?), maar het lijkt me vooral een tamelijk dramatische zelfoverschatting: ‘we zullen u hier wel even veranderen’. Doen ze gelukkig niet, maar deze snorkende reclametaal in een concurrerende markt noopt daar kennelijk toe. Da’s vooral jammer.

De trend is al jaren dat de discussie nature OF nurture achterhaald is, maar de discussie hoe nature EN nurture samen gaan, daar beginnen we nog maar net aan. Neurologen, neuro-biologen, evolutie-biologen, etc. dragen veel aan over het nature-aspect. Psychologen, filosofen, gedragswetenschappers, etc. dragen veel aan over de nurture-kant. Hoe elk aspecten op zich werkt is nog voer voor eindeloos onderzoek, en hoe ze in relatie tot elkaar werken is dat helemaal. ’t wordt nooit saai.

Hoe boeiend het recente onderzoek ook is, daarmee is niet 2.500 jaar kijken naar en denken over mensen door de grote geesten van de mensheid drie-hoog het raam uit. In z’n driftig enthousiasme heeft Dick Swaab dat wel eens geroepen, maar dat is een faux pas van een overigens gedegen onderzoeker. Een tegenvoorbeeld (overigens aanbevolen door Swaab!) is Kevin Nelson, neurowetenschapper en auteur van ‘de Goddelijke hersenstam’. Schitterend nuchter onderzoek naar BDE-fenomemen, maar met respect voor de psychologische dimensie ervan. En vooral: wetenschappelijke bescheidenheid over z’n vindsels en theorie-vorming daarover.

Ook Steven Reiss, om nog een recente publicatie op psychologisch vlak te noemen, zoekt in ‘The Normal Personality’, op boeiende wijze naar nieuwe manieren om de variatie in menselijk gedrag te duiden. Om tegelijk de vloer aan te vegen met Freud, psychoanalyse en ‘onderbewuste’. Echt leuk voor jou, Bert. Evenals deze discussie bij Studium generale van de Universiteit Utrecht: http://www.sg.uu.nl/2011/09/26/kettingreactie-zijn-wij-ons-brein/

Tot slot: niet te makkelijk gooien met termen als ‘pseudo-wetenschap’ als diskwalificatie van deze of gene discipline. Dan lijk je namelijk nogal in de ban van de -krachtige- illusie dat er zoiets is als ‘ waarheid’ en een feilloos demarcatie-kriterium tussen ‘echte’ wetenschap en ‘pseudo-wetenschap’. Ik kan je van harte de monumentale studie van E.J. Dijksterhuis aanbevelen, getiteld: “De mechanisering van het wereldbeeld: De geschiedenis van het natuurwetenschappelijk denken”. (Natuur-)wetenschap is ook maar een menselijke activiteit met z’n mogelijkheden en beperkingen. En als je in de wetenschapsfilosofie wilt duiken: sterkte! Daar kom je erachter dat er verdomde weinig ‘houvast’ is in termen van ‘zekerheid’, laat staan ‘waarheid’. Maar goed, het besef dat keiharde zekerheden niet voorhanden zijn, is voor de een makkelijker te verdragen dan voor de ander. We hebben het te doen met wat pragmatische inzichten en ideeën, voorlopig of principieel, dat laat ik graag in het midden.

Oh ja, en ik kom graag gratis mijn inzichten delen bij je seminar. Wordt vast een leerzame uitwisseling:-)

Met vriendelijke groet,
Stefan van Weers

Bert Overbeek 8 jaar ago

Mooi, Stefan. Nog wel een enkel woord over Voogt. Het staat mensen vrij om ook in onze beroepsgroepen reclametaal te uiten. Niets mis mee, en dat geldt ook voor S&N of voor een man als Hein van Meeteren, die een akelige ervaring in de trein bij P&W omboog tot een handige acquisitie bij Ingrid Thijssen van de NS. Van een paar conducteurs weet ik intussen dat ze dat wel doorzien.
Het seminar komt eraan. Ik zal er op JongeBazen over publiceren en ook op mijn twitteraccount (Goeroetweets). Al zal dat vooral een samen zoeken zijn. Ik zal de prijs schappelijk houden. Dat beloof ik. Zo, nu heb ik ook reclame gemaakt (-:
(www.pitchersupport.com)

Hans Oelen 8 jaar ago

Dag Bert,

Met veel plezier heb ik je lijvige artikel gelezen en ik kan me volledig vinden in de strekking van het onderwerp.
Je hebt de dekens binnen trainingenland even stevig opgeschud en dat is ook nodig op z’n tijd.
Wat er echter na het doen van de investering in leestijd overbleef, was een gevoel van teleurstelling. Je schud de dekens wel op, je benoemt een paar containerbegrippen, waaronder neurowetenschappen en biopsychologie… en daar moet ik het dan mee doen.
Kortom beste Bert, je verricht veel signaleringsarbeid, maar laat mij met lege handen staan.
Ik krijg geen nieuws van je. De reden dat ik dat zo jammer vind, is dat ik me schaar onder de bewust kleingebleven bureaus, die weldegelijk vernieuwend is en zaken anders doet dan anders.
Ik kom in de markt weinig collega’s tegen die me nieuwe innoverende inzichten weten te vertellen… en daar was nu juist mijn hoop tijdens het lezen van je artikel op gevestigd.
Is daar nog wat aan te doen?

Hans Oelen
Oprichter, trainer en coach van Palaver-trainingen

Antwoord op Hans Oelen
Bert Overbeek 8 jaar ago

Ja hoor, Hans. Ik heb zeker een aantal handvatten. Maar eerst maar alles op zijn tijd. Vernieuwing kost tijd. Een vervolgartikel zal deze of volgende maand komen. En deze mails dagen me uit dus komende week kondig ik een aantal bijeenkomsten aan waarin oude modellen kritisch worden bekeken en getoetst ad hand van nieuwe inzichten en waar creatief wordt gebrainstormd over nieuwe modellen. Beetje tevreden zo?

Kees van Rijn 8 jaar ago

Ik ben wel benieuwd wat de uitspraak van de Franse rechter is geweest op 8 dec. jl over de documentaire ‘Le mur’ van Sophie Robert.
Mvrgr

Stefan van Weers 8 jaar ago

Mooi Bert, lijkt me een prima initiatief. Ik hoor/lees er graag van.

En wat de teleurstelling van Hans betreft: ik snap ‘m wel, maar ik heb ‘m zelf niet. Dat heeft alles met mijn verwachtingen te maken, en die verwachtingen baseer ik weer op mijn gedegen ‘assessment’ van Bert 🙂
Ik verwacht geen inhoudelijke vernieuwende inzichten van Bert, maar ik zie wat hij wel doet: discussie opporren, verbindingen leggen, enthousiasme delen en gelegenheid scheppen voor uitwisseling en creativiteit. Dat noem ik nou -aspecten van- talent en dat vind ik al heel wat.
Kortom, heel tevreden zo!

met groet,
Stefan

Anne 8 jaar ago

Beste Bert, het onderwerp wat je aan de orde stelt is een mooie trigger, wel veel tekst. Gedrag, bij de mens, kan in drie maanden bijgesteld worden, indien de persoon zelf hieraan meewerkt.

In bedrijven gaat het mogelijk niet om het gedrag zelf maar om de uiterlijke structuur en cultuur die bepaald gedrag genereren. Dat begint al met die hopeloos ouderwetse MBA cultuur en veel van de daarbij behorende uitgangspunten van opknippen, lean and mean en top down structuur. Bepaald geen omgeving waar iemand het zou wagen om zich anders te gedragen dan de rest, dat pikt het groepsgevoel niet en de meerdere is bang de controle kwijt te raken. Zet iemand in een open minded cultuur waar onderling vertrouwen heerst en het gedrag is binnen een week anders, zonder enige training.

Bedrijven die mensen laten trainen op gedrag houden zelf het vermeende gedrag in stand.

Huibert de Man 8 jaar ago

Goed om de pseudowetenschappelijke kul die vaak in trainingsland wordt aangeboden aan de kaak te stellen. Maar pas op: neurowetenschap is de nieuwe hype, en wat er onder het mom van harde wetenschap wordt aangeboden, is vaak ook niet meer dan losjes verbonden met goed onderzoek. Schwaab zelf, die best wat over het brein weet, maakt het ook af en toe te bont, als hij zich met vakgebieden gaat bemoeien waar hij weinig of niets van afweet. Hij doet uitspraken over opvoeding, gevangeniswezen en nog veel meer, terwijl hij gewoon een hersendokter is. Hij lijkt ook niet erg goed op de hoogte van de filosofische en ethische discussies die het hedendaagse hersenonderzoek oproept.

De vertaalslag tussen hersenkennis en training in de praktijk zal nog heel lastig zijn, en de enige garantie dat die klopt is empirisch effectonderzoek.

Het blad M&O is bezig om een verantwoord nummer over hersenen, gedrag en management te maken. We hopen daar tot een goede balans te komen tussen kennis en pretentie. Wie belangstellng heeft om hieraan mee te werken en relevante deskundigheid kan contact opnemen met ondergetekende op huibert@huibertdeman.nl

Hans Oelen 8 jaar ago

Dag Bert,
Dank voor je antwoord en mede door de mooie toevoeging van Stefan, weet ik dat het inderdaad met mijn verwachtingen te maken heeft.
Kortom Bert: Ja, ik ben tevreden

Erna Claes 8 jaar ago

Hallo Bert,
Als psycholoog en gedragstherapeut en ondertussen werkzaam als zelfstandig trainer ben ik natuurlijk niet zo blij met de idee dat psychologie en psychotherapie onder de “pseudowetenschappen” zou worden geplaatst.
Vooreerst denk ik dat we een onderscheid moeten maken tussen psychologie als wetenschap en psychotherapie als toepassing in praktijk. Ik hoop toch nog steeds dat de psychologie kan meedraaien als erkende wetenschap want anders lijkt het alsof we de tijd 100 jaar terugzetten. Wat de psychotherapie betreft, ook daar zijn toch strekkingen die goed wetenschappelijk gefundeerd zijn zoals o.a. de cognitieve therapie en de gedragstherapie.
Wat ik eerder betreur is het dagelijks gebruik van deze inzichten (vb. in de trainingswereld) die soms veraf staan van de oorsprong ervan. En wanneer gefundeerde en ongefundeerde praktijken op één hoop worden gegooid, wordt het al helemaal moeilijk.
Ik zou het echter spijtig vinden om dan als besluit ook het kind met het badwater weg te gooien. Ik zou wel terug willen gaan naar de fundamenten die wel werkzaam zijn en hier wat meer het kaf van het koren scheiden.
mvg
erna

Antwoord op Erna Claes
Bert Overbeek 8 jaar ago

Maar daar gaat het ook om, om kaf van koren te scheiden. En we moeten vaststellen dat de psychotherapie c.s. Ook resultaat heeft geboekt. Onderzoek zou natuurlijk ook moeten zoeken naar hoe dat kan.

Willem Mastenbroek 8 jaar ago

Beste Bert
Je maakt een boel los met dit artikel. Mooi werk! Uit de reacties blijkt grote twijfel over de houdbaarheid van veel modellen over gedrag en gedragsverandering in organisaties. Tegelijk ‘iets is beter dan niets’. Voor menig model valt best wat te zeggen.

De discussie tussen concurrerende modellen kan volgens mij alleen tot iets leiden als we oog hebben voor wat er in organisaties gebeurt. Opvallend zijn de grote verschillen tussen organisaties. In de ene organisatie functioneren mensen heel anders dan in andere. Volgens mij heeft dat te maken met de kwaliteit van de relaties intern en extern tot en met klant en leverancier.
De hamvraag voor mij is: Wat is er dan precies aan de hand in die relaties. Welk gedrag werkt dan kennelijk goed en hoe kunnen we dat verder ontwikkelen. Welnu, daar is een boel over bekend ook al zijn we het daar nog lang niet over eens in de vorm van een algemeen geaccepteerd model.

Bert Overbeek 8 jaar ago

Bedankt Willem, voor deze reactie. Moge het onderzoek verder gaan en nieuwe inzichten ons verder helpen. Ik ga dat pad in.

Bart Schipmölder 8 jaar ago

Een pittig artikel over de beweringen en beloften van trainingsbureaus. Volgens mij benadrukt het dat elke poging tot verandering van jezelf weggaan is bij hoe het is, en dus juist de onderliggende illusoire aannames over jezelf versterken. Verbeteren betekent dat de aanname dat er iets niet deugt alleen maar sterker wordt. Te veel blijven kijken naar je patronen en geschiedenis doet de soliditeit van je verhaal en overtuigingen alleen maar toenemen. Het geloof in je ‘ik’ wordt eerder groter, dan dat je gaat zien dat je niet je geschiedenis bent. En ik denk dat velen in de begeleidingssector juist ongewild vaak bijdragen aan het versterken van het verhaal en het geloof in de ilusies over het ‘ik ‘. Ik word blij van het citaat waarin gesteld wordt dat je beter aandacht kunt geven aan de kracht van medewerkers. Niet voor niets heet mijn bedrijf: Focus op Kracht.

Zijnsorientatie heeft mij geleerd te vertrekken bij hoe het is en dit ‘hoe het is’ helemaal welkom te heten. Zijnsorientatie doet ook geen belofte dat je een beter mens wordt, het is al goed. Deze andere manier van kijken lijkt aan te sluiten bij wat geschreven wordt. Oude wijsheid uit het Boeddhisme lijkt zich daarmee goed te verhouden met de inzichten van Swaab e.a. . Het leren herkennen van je eigen geschiedenis speelt daarbij de rol van leren herkennen van de ilussie.

Tot slot onderstreep ik ook zeer de stelling dat de invloed van de context op gedrag vaak niet wordt meegenomen en daarmee gedrag ten onrechte wordt afgewezen als fout.

Laten we alstublieft niet te makkelijk omgaan met de belofte van verandering! Het is al goed, je bent niet je geschiedenis en je hebt wel een geschiedenis. Er wordt veel schade aangericht met het implanteren van de verlossingsverlangens. We kunnen leren kijken naar de ‘heelheid’ van hoe het is.

Bert Overbeek 8 jaar ago

Ha Bart, ik word wel vrolijk van je tekst. Veranderen is veel complexer dan tot nu toe is aangenomen. En het is buitengewoon moeilijk om te accepteren dat er misschien wel geen verandering mogelijk is op bepaalde punten. Je gevoelens en handelingen accepteren is een erg moeilijk fenomeen en een staat van ‘zijn’ die niet altijd gemakkelijk te bereiken is. Temeer dat volgens neurowetenschappers ‘zelfinzicht’ niet objectief mogelijk is: onze waarneming is geen objectieve registratie, maar een vervorming van de werkelijkheid.
Of dat allemaal klopt weten we natuurlijk nog niet. Volgens neurowetenschappers weten we nog maar zo weinig.

Peter 8 jaar ago

Er heerst over het begrip ‘gedrag’ een hardnekkig misverstand. Wie over gedrag spreekt, heeft het niet over mensen. Hij heeft het over toeschrijvingen, interpretaties, attributies. Met andere woorden: hij heeft het over zichzelf. Gedrag is een functie van ervaring. Ieder mens kan slechts handelen tegenover zijn eigen of andermans ervaring. Een andere vorm van persoonlijk handelen is niet mogelijk. Wij schijnen echter in twee werelden te leven en veel mensen zijn zich alleen bewust van het ‘uiterlijk’ restant. Menselijk handelen kan de mogelijkheid tot verrijkte ervaring openen of afsluiten.
Wat wij eenmaal geleerd hebben, kunnen we niet zomaar afleren en dat is maar goed ook. Er is geen coach ter wereld die ons het lopen of het spreken van onze moedertaal kan afleren. Wat in managersjargon denigrerend ‘weerstand’ wordt genoemd, is in werkelijkheid niets anders dan gezonde zelfbescherming. Waar we veel tijd en energie in hebben gestoken om iets te leren, gaan we niet zomaar even aan de kant zetten. Wat we nodig hebben, is een nieuwe waardevollere ervaring, waardoor onze vorige werkwijze minder relevant wordt. We moeten elkaar laten zien dat de ene de voorkeur heeft boven de andere.

Wim van Beers 8 jaar ago

Nou, er is al heel wat gereageerd en teruggezegd. Toch nog een paar opmerkingen mijnerzijds. Eerst over je keuze van voorbeelden. Jammer dat je het verkeerde kiest door Ton Voogt van Schouten & Nelissen aan te halen. Bij Schouten & Nelissen volgen ze toevallig net die twee therapeutische stromingen die jij uitzondert van je kritiek: gedrags- en cognitieve therapieën. Dat Ton meent ‘ze te kunnen laten drinken’ schrijven we dan maar toe aan hetzelfde soort enthousiasme waarmee jij nu de oude opvattingen aanvalt. Daarmee kom ik op de kern van mijn commentaar: wetenschappelijke versus heuristische methoden.
De wetenschap kan eigenlijk niet zoveel met de problemen van mensen, ook de nieuwe richtingen die jij propageert niet (neurowetenschappen en biopsychologie). Het punt is dat zolang ze het object van studie (zoals in de klassieke wetenschap en dus ook de neurowetenschappen) als object blijft benaderen je een belangrijk gebied van het menselijk wel en wee laat liggen: de beleving. Geen enkele neurowetenschapper gaat ooit het fysiologisch substraat van mijn verschillende beleving van de ene wijnsmaak ten opzichte van de andere identificeren of vaststellen waarom ik gek ben op die ene vrouw en niet op die andere. Wel dat er verschil zit in de beleving. Maar daar los ik mijn relatieprobleem niet mee op. Ik denk wel dat deze nieuwe richtingen veel te bieden hebben, maar ze zijn niet inwisselbaar. De subjectiviteit van de menselijke belevingswereld vang je er niet mee. En ik zeg je; die is voor de meeste mensen doorslaggevend voor hun kwaliteit van leven. Wat dat betreft kun je er nog wat oudjes op na lezen uit de filosofie (William James en zijn ‘experiencing’) en de sociologie (Berger & Luckmann: The Social Construction of Reality). Die laatste vooral vanwege de contextuele fundering van gedrag, identieitsvorming en beleving van de werkelijkheid. Sluit nauw aan op de etologie. En ook Freud heeft baanbrekend werk verricht door zich te verdiepen in de (subjectieve) belevingswereld van zijn patienten en zo inzichtelijk te maken (dat wat anders is als wetenschappelijk te bewijzen) dat er in de mens meer gaande is dan deze zelf overziet, precies wat de neurowetenschappen inmiddels ook aan het doen zijn. Dat hij daarbij metaforen gebruikte waar wetenschappers op vast lopen omdat ze niet inzien dat termen als ‘ich’, ‘es’ en ‘uberich’ geen biologisch substraat hebben maar bedoeld zijn om de dynamiek van de psychologische belevingswereld te beschrijven waarin mensen zich bevinden, tja dat mag je hem wel kwalijk nemen maar doet voor mij niet af aan de waarde van zijn verhaal. De fout die dan gemaakt wordt heet ‘verdingelijking’. Er is geen ‘ik’ te vinden in de hersenen. Metaforen moet je niet willen vinden alsof het hersencentra waren. Maar er is wel een veelheid aan ‘ik-posities’ te identificeren die erg goed beschrijven hoe ik me op verschillende manieren verhoud tot andere mensen en de activiteiten in mijn wereld. Lees er de bijvoorbeeld de (zeer recente) literatuur over het ‘dialogische zelf” van H. Hermans maar eens op na. Die ‘ikken’ moet je zien als uit sociale interacties voortgekomen manieren waarop ik me verhoud tot anderen of zaken in mijn belevingswereld , zoals ‘de vader zijn van..’, of de ‘medewerker zijn van..’ of ‘mijn eigenwijze ik’ etc, Posities die een emotionele lading kunnen hebben, inde knel kunnen raken etc, en waar je heel goed over kunt reflecteren en praten om beter zicht te krijgen op hoe je je verhoudt en gedraagt. En door dat soort inzichten kun je je gedrag bijsturen. Of werkt dat bij jou niet zo? Het interessante van de neurowetenschappen is dat ze de wisselwerking tussen dit ‘belevingsniveau’ en het biologisch substraat ervan (onze lichamelijkheid) meer en beter in kaart brengen. En laten zien wat Freud al zei: ‘het ik is geen heer in eigen huis’, ofwel: denk niet dat jouw bewuste ik de baas kan spelen over alles wat je gebeurt, of het nou van binnenuit of van buitenaf. komt. Er zijn wat mij betreft dus twee soorten wetenschap: die welke de wereld (en de mens) als object bestudeert, en die welke zich verdiept in de (subjectieve) belevingswereld van mensen. En beide kunnen elkaar goed aan vullen en geen van beide kan de ander vervangen. Welbeschouwd loopt die gedragsontwikkeling in bedrijven dus echt geen tientallen jaren achter!
Wim van Beers

Bert Overbeek 8 jaar ago

Dank je, Wim, voor je uitgebreide reactie. Dit is precies wat ik zoek in de discussie over vernieuwing van management- en gedragsmodellen. Dat je het als ex-directielid van S&N opneemt voor de organisatie, is mooi en laat zien dat het bloed kruipt waar het niet gaan kan.

Ik gaf in mijn stuk echter al aan dat het me niet gaat om S&N of om Ton Voogt. Het ging me erom dat er gebruik werd gemaakt van (pseudo)wetenschappelijke methoden die mogelijk aan vernieuwing toe zijn. Van modellen die achterhaald zijn, of omstreden. Door recente inzichten uit de neurowetenschappen en de biopsychologie’.

Kern van je betoog is dat er een onderscheid moet worden gemaakt tussen studie van ´de mens als object´ en ´de verdieping in de subjectieve belevingswereld´ van de mens. Een interessante invalshoek, maar er zitten nogal wat aannames achter.
Zo ´moeten´ we het ´ich, ´es´ en ´ùberich´ zien als een metafoor, en metaforen ´moet´ je niet willen vinden alsof het hersencentra waren. We ´moeten´ ze zien als ´uit sociale interacties voortgekomen manieren waarop ik me verhoud tot anderen of zaken in mijn belevingswereld´, stel je. Door reflectie hierop is er gedragsverandering mogelijk.

Juist over gedragsverandering kan neurowetenschap ons veel leren. Als er één ding naar voren is gekomen, is het wel dat gedragsverandering niet voor iedereen in dezelfde mate werkt. Via reflectie tot (een blijvende) gedragsverandering komen is precies één van die zaken die op de tocht staan.
Deze cognitieve benadering krijgt bovendien uit een andere hoek tegenwind. Primatoloog Frans de Waal laat in zijn boek ‘Een tijd voor empathie’ zien, dat onze rationele keuzes sterk gekleurd worden door onze emoties.
Voor cognitieve benaderingen betekent dit nogal wat. De RET gaat er bijvoorbeeld van uit dat we onze gevoelens en emoties kunnen veranderen door onze gedachten te veranderen. In de optiek van de Waal zijn het echter de emoties die onze gedachten kleuren. Dat is ‘the other way around’. Eerst is er de emotie, en daaraan passen we onze gedachten aan. De reflecties die ons gedrag veranderen zijn dus objectief.

In de nieuwe inzichten is het ‘ik’ geen metafoor, maar met alle beperkingen die het nog jonge onderzoek heeft, is wel een beeld te vormen van dat wat we ‘de mind’ of belevingswereld noemen, en hoe dat zich heeft gevormd. (Dat beeld is overigens onaf en voor verbetering en verdieping vatbaar).

a. Onze ontwikkelingsmogelijkheden komen voor een behoorlijk deel tot stand in de periode in de baarmoeder en in de eerste jaren van ons leven. Hier vindt ook al de differentiatie plaats tussen mensen. De een is zus, de ander zo. Alle breinen zijn verschillend, en dat maakt ieder van ons ‘uniek’.

b. Onze zintuigen brengen de ‘umwelt’ in kaart en het brein verwerkt die, al heel van jongs af aan met het repertoire dat er op dat moment is. Zo groeit via neuronennetwerken het bewustzijn. De meeste biologen gaan uit van het aanpassingsmechanisme van alle organismes, dus ook van de mens. Onze hersenen zijn vanuit dat mechanisme in staat om de omgeving in kaart te brengen en daar adequate gedachten over te ontwikkelen, omdat we een zeer goed ontwikkelde prefrontale cortex hebben.

c. Door de interactie van individu en omgeving, en het breinpotentieel dat zich al vroeg heeft gevormd, ontstaat dat wat we ‘ik’ hebben genoemd, ‘zelfbewustzijn’ of ‘mind’ of ‘ziel’. Omdat het brein plastisch is kan het absoluut nog verder ontwikkelen, maar niet voor iedereen werkt dat hetzelfde, en de vraag is of iedereen zo gelukkig is dat zijn brein gezond genoeg is om zich optimaal te kunnen ontwikkelen.

Je kunt dit beeld omarmen of niet, maar het is een consistente redenering: het ík is dan geen metafoor, maar de resultante van het brein, de omgeving, de zintuigen en onze adaptiemogelijkheden.
Om het beeld scherp te krijgen, kunnen we naar de biologie kijken. Dan betrekken we erbij wat biologisch vastligt, dat wat we met dieren gemeen hebben. En dat is meer dan we lang hebben aangenomen, als je de Waal serieus wilt nemen.

Dit alles kan gevolgen hebben voor veranderbaarheid van gedrag, voor leren, voor inzichten omtrent weerstand tegen veranderingen, over de menselijke belevingswereld en zelfs over de vraag waarom jij graag meer van de tempranillo in je wijn houdt, en ik zweer bij de shirazdruif. Ik wil me niet afsluiten voor die inzichten.
Ik ben (net als jij misschien) op zoek naar wie de mens is, wat we gemeen hebben met dieren, wat specifiek is voor ons, of de mind afhankelijk is van het brein, of dat de belevingswereld, ziel, e.d. mogelijk toch vanuit een andere dimensie of ‘wereld’ tot ons komen. Ook dat laatste sluit ik niet uit. Waarom zou ik?

Alle dingen helpen om onze inzichten in mensen te verdiepen en te verbeteren. Wat je beweert over de belevingswereld is misschien hartstikke waar; het gaat mij om de bereidheid dat ter discussie te durven stellen. Dan doen wij als adviseurs en trainers wat we graag anderen voorhouden: uit onze comfortzones komen. Ook als we met visies werken die ons geen windeieren hebben gelegd.
Laten we voor een moment de andere kant uit te denken. Het tegenovergestelde overwegen. Onze overtuigingen herijken; iets wat ik ooit leerde toen ik als trainer werd opgeleid in een van jullie trainingen.

Als liefde voor de mens en zijn gedrag onze zoektochten initiëren, moeten we bereid zijn om oude en verouderde gedragsmodellen ter discussie te stellen. Vanuit jouw perspectief lopen we geen tientallen jaren achter; misschien ook om dat je die oude modellen een warm hart toedraagt. Ik vind echter dat we dit soort discussies binnen de gedragswetenschappen te weinig openlijk voeren. En ervaar wel dat we achter lopen en teveel bewaken wat aan vernieuwing toe is. Ik sta dan ook nog steeds achter mijn artikel; al verdiept de discussie me. En daaraan heb je een bijdrage geleverd.

Bedankt dus nogmaals.

(www.pitchersupport.com)

Bert Overbeek 8 jaar ago

Oh ja, en dit moet ik even niet vergeten: ik sluit niet uit dat onze subjectieve belevingswereld en wijnsmaak wel een neurofysiologische substraat bezitten. Ik sluit ook niet uit dat we wel degelijk een ik vinden in het brein. Hier zijn neurowetenschappers weer veel te stellig. Zoals ook veel wetenschappers veel te stellig zijn over ‘de ziel’. Het geeft allemaal niet; als we ons maar in de discussie durven te begeven. Om verder te komen. Uiteraard om verder te komen.

Wim van Beers 8 jaar ago

Leuk Bert. Discussie brengt het denken verder. En ik ben alleen maar blij met de vooruitgang die vanuit nieuwe richtingen komt. Komen we misschien eindelijk eens af van die metafysische kletspraat en spirituele fantasiewerelden waar mensen zichzelf in voor de gek kunnen (en willen…) houden. Daarover zijn we het eens. Maar waarom noem je de psychoiogische grondslagen van de gedragsontwikkeling op voorhand ‘verouderd’? Waarom niet ‘ aangevuld met nieuwe inzichten’? In ieder geval een goede discussie-trekker.

Wat de inhoud van onze discussie betreft: Als je zegt dat de reflecties over ons handelen objectief zijn omdat ze een biologisch (fysiologisch) substraat hebben redeneer je verkeerd. Ze hebben uiteraard een biologisch en fysico-chemisch substraat (anders waren we geesten…) maar de inhoudelijke reflecties die we maken (de specifieke ‘ content’) is subjectief (houd ik vol). Dezelfde substraat-eigen reacties kunnen namelijk andere belevingswerelden met zich brengen. Onze breinen zijn inderdaad uniek en ontwikkelen zich ook uniek verder tijdens ons leven – sterker nog: door verschillende ervaringswerelden op te zoeken ontstaan ook verschillende ‘ vertakkingen’ in het neurale stelsel. En omgekeerd: wat we niet gebruiken ‘vervalt’ ook op den duur, zoals ook dingen uit ons geheugen verdwijnen, althans moeilijker toegankelijk worden.
Het punt is dat je verschijnselen op het ene niveau niet 1:1 kunt relateren aan die op andere niveaus. Ik ervaar geen synaptische sprongen of neuronale connectievormingen, wel inzichten en emoties. En de specifieke inhoud daarvan ligt nu net in die individuele (dus subjectieve) beleving ervan. Mijn stelling is: dat substraat is er, maar bepaalt niet de inhoud. Wel bijvoorbeeld de emotionele kleur (kwaadheid, vreugde), maar niet mijn specifieke beleving. Je mag deze relatie niet omkeren: hogere systemische niveaus worden mogelijk uit lagere en lagere zijn daarvoor nodig, maar die verklaren niet hoe de wereld er op dat hogere niveau uitziet. Wel de grondpatronen (‘vorm’), niet de inhoud. Denk aan verschillen tussen culturen en specifieke gedragspatronen binnen sociale groepen, waar dezelfde soorten hersenprocessen met andere belevingswerelden gepaard gaan op grond van hun historisch gegroeide verschijningsvormen. Het genieten van kunst triggert dezelfde hersencentra, maar verklaart niet de nuances die de ene liefhebber ervaart t.o.v. de andere. Of simpeler: denk aan een thermostaat. Dat de kromming van het bimetaal een palletje doet overspringen waardoor de verwarming aan- of afslaat betekent niet dat het bimetaal de oorzaak is van de constantheid van de temperatuur. Het is er een noodzakelijke, maar niet voldoende voorwaarde voor. En wat dat ik of ego betreft, dat jij denkt wellicht ooit te kunnen aantreffen in het brein: als ik over mezelf nadenk, wie is dan wie? Juist het kunnen reflecteren is iets wat dit hogere systemische niveau mogelijk maakt en waarmee het zich onderscheidt van het materiele substraat dat er de voorwaarde voor is. Deze zienswijze maakt mij geen idealist, noch een materialist – dat vraagstuk laat ik in het midden.

Bert Overbeek 8 jaar ago

Beste Wim, dank voor je bijdrage. Ik laat het hier even bij om te voorkomen dat we monologen langs elkaar heen gaan voeren. Ik meen nog iets van dualiteit in je denken te zien, daar waar jij dingen ziet in mijn woorden die ik niet zeg. Het hoort allemaal bij deze discussie. Ik laat onze meningen nu even naast elkaar staan. Lijkt me zorgvuldig.

Bert Overbeek 8 jaar ago

Wim, toch nog een woord ter verduidelijking. Met de zin ‘onze reflecties zijn dus objectief’ bedoelde ik uiteraard ‘onze reflecties zijn dus subjectief’. Goed gezien. We zijn het eens over de uniciteit van ieders ‘mind’

En wat betreft dat ik: ik zei dat ik niet uitsloot dat we ooit nog een ik zouden kunnen vinden in het brein. Daarmee bedoel ik open te staan voor nieuwe inzichten. Niet a priori, omdat we iets anders hebben geleerd. Die openheid houd ik vast.

In elk geval is het reflecteren zonder een prefrontale cortex niet mogelijk. Wat zegt dat over een ik dat het ik in beschouwing neemt?

Bert Overbeek 8 jaar ago

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *