Jong en oud: hou op met mopperen op elkaar, maar verbind je!

Het schijnt voor de mens nodig te zijn om het steeds over jong en oud te hebben. Al duizenden jaren mopperen ouderen op de jeugd van tegenwoordig. Ze zijn te eigenwijs, te luidruchtig en doen aan domme dingen, zoals overmatig drankgebruik of onverstandige liefdescapriolen. Wie denkt dat dat iets van deze tijd is, moet ik teleurstellen. Plato had het er al over.

Omgekeerd vinden jongeren ouderen vaak saai, ouderwets en zeurderig. Deze week hoorde ik een jonge leidinggevende weer eens zeggen, dat ‘die oude garde niet in beweging te krijgen is. Ze doen het al 30 jaar zo, en dus is dat goed, en ondertussen verandert de markt in hoog tempo en willen de brontosaurussen alles houden bij het oude.’  Ook klagen jongeren erover dat ze niet serieus genomen worden door ouderen. Het ergste vinden ze ouderen, die denken dat ze op hun ervaring zitten te wachten, en voortdurend verhalen vertellen waar ze alleen zelf door geboeid worden.

Ook zijn er ouderen die hun ervaring, volgens de jongeren, ‘als een machtsmiddel’ inzetten. Als ze de discussie niet kunnen winnen, dan schermen ze plotseling met ‘je komt er nog wel achter.’

En zo mopperen jong en oud elkaar de huid vol. Neuro- en gedragswetenschappers als Levitin, Andre Aleman en Elkhonon Goldberg hebben echter allang het verschil gedefinieerd tussen jong en oud. Ik bespreek hen uitgebreid in mijn boek ‘Mannen en/of vrouwen’. Ouderen hebben vaak wat moeite met moderne ontwikkelingen, maar doorzien patronen en grote lijnen beter en zijn socialer; jongeren hebben ‘drive’, ambitie, pikken nieuwe technologie gemakkelijk op en zijn beter in details. En dan zijn dit nog de algemeenheden, die nauwelijks rekening houden met andere vormen van diversiteit. Dus, ja, er zijn verschillen, en nee, die hoeven niet te leiden tot generation nagging, oftewel badinerend gemopper op jong of oud. Beter is het om te zoeken naar de gebieden waarop je elkaar kan aanvullen. Maar dan moet je elkaar wel serieus nemen. Dan moet oud goed naar jong luisteren, en jong open staan voor oud. Als  ze tenminste niet al te veel pronken met hun levenservaring. Toen ze zelf jong waren, zaten ze ook niet te wachten op betweterig gepraat van hun oude lui.

Er zijn verschillen, zeker. De historie van een 20-jarige is volkomen anders dan die van een 50-jarige. Ander nieuws, andere media, andere leefomgevingen, andere vorm van opleiden en zelfs andere normen en waarden. Bovendien hebben oudere generaties de neiging om bestaande normen en waarden te verdedigen, waar jongeren ze ter discussie stellen. Volgens mij heb je het allebei nodig, zowel verdedigers als critici van de status quo. Maar daarvoor moeten ze wel met elkaar kunnen communiceren. En dat gaat nogal eens stroef.

Laat ik een voorbeeld geven uit mijn eigen omgeving. Met deze kennis ben ik een paar jaar terug in mijn dorp Doorn in gesprek gegaan met TMO-studenten; mijn achterburen. Steeds vaker verhuren huiseigenaren de bovenverdiepingen van de huizen aan studenten, in de hoofdstraat van het ’s nachts verder muisstille dorp. Dit is de permanente residenten van Doorn een doorn in het oog, en vooral ‘in het oor’. Het studentenleven begint in coronatijd om 11, 12 uur, en eindigt  om 4 uur ‘s morgens. De avondklok loopt van 9 tot half 5, dus vinden de feestjes ook geregeld in dat tijdvak plaats.

Het afgelopen jaar zijn de studenten van tijd tot tijd luidruchtiger dan ooit, omdat hun stamkroeg al een jaar zo goed als gesloten is. De gemeente heeft een aantal studenten nu dan ook laten weten dat het ‘genoeg’ is. Vanaf nu zal er door de hermandad krachtig worden opgetreden, en de boetes bij wetsovertredingen zullen niet mals zijn.

De studenten achter mij voelen zich hierdoor benadeeld. Ze vragen zich af waarom, buiten mij en nog wat ouderen, de bewoners van het dorp niet gewoon met hen in gesprek gaan.

‘Wij hebben geen enkel respect voor mensen die direct naar de politie lopen. Je kunt er toch met ons over praten? Kom maar op met die politie dan. Die zien we toch bijna niet. Die boetes delen we dan wel.’

Vorige week nodigde ik twee studenten uit. Ze hadden weer eens een feestje gehad. En een boete van 150 euro. Die ze delen met 10 man. 15 euro is te betalen.

‘Bij het café zijn we vaak meer kwijt’.

Ik benadrukte nog eens, dat ik begreep dat corona voor hen een aderlating was, dat het rot is dat je niet lekker de kroeg in kan op die leeftijd, maar dat ze toch echt in een woonwijk zitten, waar in de directe omgeving drie hele kleine kinderen zitten.

‘Het gaat echt om geluid. De buurt zou echt niet klagen als jullie niet buiten gaan staan roepen en gillen.’

Ze reageerden heel redelijk, zoals ik gewend ben van studenten als je ze met normaal respect behandeld. En ze zouden erop letten. Ik weet dat dat ongeveer een maand goed gaat, want ze hebben meestal geen feestjes. Dan moeten we weer even in contact. Maar ik vind dat geen probleem, moet ik zeggen. En we spreken elkaar ook regelmatig op straat. En dan informeer ik naar andere dingen. School, de liefde, het beste biermerk. Zij vragen me dan of ik druk ben, of ik nog voldoende werk heb. Niemand stigmatiseert niemand. De gesprekken zijn prettig en open.

Ik ben geen heilige. Ik erger me misschien wel meer dan anderen aan geluidsoverlast om half 1 ’s nachts. Dan vervloek ik ze, en ik ben ook al eens flink uit mijn slof geschoten. Maar door met elkaar in gesprek te blijven, kan ik mijn invloed aanwenden. Schermen met ervaring doe ik niet. Ik zeg wel dat ik ze begrijp.

Nu vind ik jongeren ook leuk; zowel de hoog- als laagopgeleiden. Ik zie ze in mijn werk als trainer en coach van organisaties ook veel. Ik vind ze een perfecte thermometer voor de dingen die in de wereld gebeuren. Ze zijn vaak erg met elkaar begaan. En echt wel aanspreekbaar. Maar ze hebben ook beperkingen. Kunnen vooral met drank op heel vervelend zijn. Toch blijf ik ze graag als mensen zien. En sprak ik van de week met ze over een overlegorgaan tussen studenten en bewoners. Dat idee wil ik eens bespreken met de gemeente.

Dit is maar een voorbeeld. In organisaties kunnen de ouderen de jongeren voor lastpakken blijven uitmaken, en de jongeren zich blijven ergeren aan ‘boomers’. Dan komen we nergens. Laten we elkaars kwaliteiten benutten, en onze oren voor elkaar openen. Alleen dan profiteren we van elkaar. En anders wordt het een nodeloos probleem, en blijven we praten over de ingewikkeldheden tussen generaties Y, Z en X nadert tot oneindig. Een ‘open mind’, dat is wat we nodig hebben, en dat is ook wat mijn boeken draagt.

Bert Overbeek (bert_overbeek@hotmail.com) is trainer, MD-begeleider en coach. Hij heeft veel geschreven over inclusie en diversiteit, maar ook over leiderschap in organisaties. Kijk hier voor zijn boeken: https://futurouitgevers.nl/auteurs/bert-overbeek/

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *