Spiritualiteit en ego: een lastig thema

Ik sprak Adinda. Zij heet eigenlijk Miep, maar dat vond ze niet spiritueel genoeg, en dus heeft ze haar naam veranderd. Adinda was ooit de hartelijkheid zelf. Misschien iets te hartelijk. Als ze iemand op straat tegenkwam, die verbaal incontinent was, of zwelgde in slachtoffergedrag en bijpassende verhalen, had ze moeite om de gesprekken af te breken. Dan stond ze maar zo een uur te lang te praten. Dat uur ging af van de rest van de dag, en ook die werd dan vaak gevuld met mensen die trampoline begonnen te springen op haar luisterend oor.

Als ze dan thuiskwam, was ze doodmoe en kreeg ze vreetbuien. Ze at dan zomaar een pak koekjes leeg, en daarna voelde ze zich natuurlijk nog slechter, ook al omdat ze gezegend was met een calvinistisch soort perfectionisme. Omdat ze, naar ze beweert, ook nog de verkeerde mannen uitzocht, narcisten meestal, verpieterde haar zelfvertrouwen en liep ze rond met wallen onder haar ogen, die doffer en doffer werden in een steeds bleker gezicht.

Therapie opende haar de ogen, en na een aantal jaren was het welletjes. Miep alias Adinda ging het spirituele circuit in. Ze was kind aan huis in een spiritueel centrum, midden in het bos, want de exploitanten van de daar gehuldigde, oosters geïnspireerde mentaliteit, wilden los komen van de wereld, en praatten met en vreeën met bomen, wat raar klinkt maar heel gewoon werd gevonden in dat centrum.

De leider, Ed, was een oudere man van zestig plus, die er nog goed uitzag, en die zich vaderlijk gedroeg, maar helaas, aldus Miep alias Adinda, ook een libido had dat er nog goed uitzag. Zij werd verliefd op hem, omdat hij ‘zo goed in zijn kracht stond’ en haar confronteerde met gedrag, dat zich laat omschrijven als playing cute. Als ze met hem sprak, verviel ze voortdurend in flirterig gedrag en als ze dat deed, zei hij dat hij niets met haar kon. Zij wist zich geen raad met zichzelf, en wist niet welk ander gedrag ze kon inzetten bij mannen, waar ze graag aandacht van kreeg maar die onmiddellijk verdwenen als ze hen niet paaide of als ze een keer wat minder vrolijk was.

‘Ik groeide echter’ zei ze ‘En op zekere dag lachte hij naar me en zei dat ik eindelijk de prachtige vrouw was geworden die hij altijd al in me had vermoed.’

Van het een kwam het ander. Ed verloor zijn professionele integriteit, bedreef tussen de bomen het bos met haar, want daar hoorde de liefde volgens hem, en ze hadden een affaire waar iedereen van wist, maar die ze toch verborgen probeerden te houden.

Op zekere dag zei Ed, dat ze moesten ophouden met hun liefde, omdat hij zijn professionele integriteit in ere wilde herstellen. Adinda had echter inzicht in het klantenbestand, en zag dat met name de vrouwelijke klantenkring flink was ingekort. Ze weet het aan commerciële motieven, was even de weg kwijt, maar haar nieuwe levenswijsheden hielpen haar er bovenop. Ze moest haar grenzen bewaken, liefdevol blijven, dicht bij zichzelf blijven, niet oordelen en vooral mocht ze ophouden met ‘moeten’.

Adinda kwam terug in het dorp, en maakte geen praatjes meer. Ze wantrouwde slachtoffergedrag, vond dat je anderen niet meer moest helpen, omdat je ze daarmee afhankelijk van jezelf maakte, en hield verliefde mannen op afstand, ook al was ze zelf verliefd. Ze was intussen van mening dat verliefdheid niets met liefde te maken had, maar vooral met aantrekkingskracht, egocentrisme en met illusies.

Adinda kocht twee katten en een parkiet, waarvan de parkiet al na korte tijd door een van de katten, die ze de naam bol punt com had gegeven, was opgegeten. Ik sprak haar regelmatig even kort, dan informeerde ze naar hoe ik me voelde, waar ik dan antwoord op gaf, en gaf dan allerlei adviezen, die ik niet nodig had, waar ik niet om vroeg en die ik ook naast me neerlegde omdat ze altijd op hetzelfde neerkwamen.

Als ik een geintje maakte, sarcastisch deed over een vervelende buurvrouw, glimlachte ze en zei: ‘Ik hoor een behoorlijk oordeel. Jij zelf ook?’ Mijn toelichtingen deden er verder niet toe; ik legde bijvoorbeeld uit dat ik af en toe even moest spuien en dat ik echt wel aardig voor die buurvrouw was en soms even wilde kunnen mopperen, ook op mensen voor wie ik genegenheid voelde.

Dan fronste ze en zei: ‘Sarcasme is opgedroogd verdriet, en ik hoor toch een oordeel.’ Als ik dan wilde uitleggen, dat ik dat anders zag, zei ze dat ik me niet hoefde te verdedigen.

Het was met name dit, wat ik een beetje sneu voor haar begon te vinden. Dat ze de grap van dingen niet meer inzag. En alles letterlijk nam. Zei ik dat ik ‘echt moest gaan’, dan corrigeerde ze me.

‘Je mag gaan. Je moet niets.’

Omdat ik zelf ook niet op mijn spirituele achterhoofd was gevallen, wist ik wel dat dat de boodschap was in spirituele kringen: ‘Je moet niets. Blijf uit het oordeel.’

Toen ik een keer een leuke vrouw zag in haar aanwezigheid en met een kwinkslag zei dat ik daar wel verliefd op zou kunnen worden, kreeg ik een klein preekje, dat ze met een zachte geveliefdevolle stem op me losliet.

‘Je mag eerst meer van jezelf houden, dan word je minder verliefd’ was de strekking. Ik ontkende dit niet, want het is een waarheid als Fries stamboekvee, maar ik legde uit dat het een grapje was.

‘Jij lacht teveel weg’ vond ze. Ik werd een beetje geïrriteerd.

‘Lachen is een hoog spiritueel goed’ poneerde ik ‘Er is een stroming in China die iets heeft met de god van de lach. Lachen relativeert en voorkomt dat we onszelf te serieus nemen. Dat is toch een mooie spirituele waarde.’

Ze fronste weer.

‘Veel woorden. Ik heb niet zoveel met woorden. Het zijn te vaak producten van het ego.’

Ik gaf het antwoord dat dingen te serieus nemen, ook al hadden ze een zekere diepgang, ook iets met ego te maken had, en dat die voortdurende correcties van haar voor mij leken op zelfpromotie. Achteraf vond ik dat niet slim van mezelf. We spraken een jaar niet meer. We groetten elkaar vluchtig, tot gisteren, toen Adinda me ineens aansprak. Stralend van verliefdheid. Ze had een man ontmoet, met wie ze het geweldig had. En ze zei dat ik ‘destijds’ gelijk had gehad, nadat ik had verteld dat ik mezelf vervelend had gevonden  in onze gesprekken, want dat vond ik ook.

‘Ik nam de wereld de maat’ legde ze uit ‘Ik was boos op het leven, en het enige dat me hielp in die dagen was het licht van spiritualiteit.’

Ze legde een hand op mijn schouder en excuseerde zich. Ik word dan altijd wat ongemakkelijk en zei dat dat niet hoefde.

‘Ik ben blij voor je dat je de liefde hebt gevonden.’

‘En oh ja’ zei ze, toen ze vrolijk verder liep ‘Ik heet tegenwoordig weer gewoon Miep’

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *