Inspireerde JongeBazen het Financieele Dagblad?

Vooropgesteld dat we ons niets verbeelden. Echt niet. Waarom zouden we? Maar het is ons al meer opgevallen dat initiatieven op onze weblog werden overgenomen door anderen. Voordat het brein een hype werd in de trainingswereld, hebben wij er behoorlijk op aangedrongen dat dit moest gebeuren. Zeer recent publiceerden we een artikel over pseudo-goeroes (http://www.jongebazen.nl/ongerubriceerd/trainers-pseudo-goeroes/). We weten het niet, beweren het ook niet, maar het zou heel goed kunnen dat de heer Zijderveld zich in onderstaand artikel heeft laten inspireren door JongeBazen. Het doet ons goed. We wisten al dat we goed gelezen werden.  

Bedrijfskundige kwakzalvers Organisaties laten zich bewust foppen
30 augustus 2008 | Het Financieele Dagblad
Door: Zijderveld, A.C.

Anton Zijderveld

Toch wel een originele en slimme vondst van Radovan Karadzic om zich te vermommen als een parageneeskundige goeroe. Hij zag eruit als Maharishi Mahesh Yogi toen die nog een ruige haardos bezat. Zijn lange witte haren had hij boven op zijn hoofd in een zwarte knot samengebonden en dat was, beweerde een medewerkster om ‘in staat te zijn verschillende energieën te ontvangen’. Een soort metafysische antenne dus. Hij zou al die jaren van zijn vlucht geloofd hebben in de alternatieve geneeskunde en de spiritualiteit. Maar dat was als zo veel in zijn leven oplichterij, want nu hij in het vermoedelijk jarenlange proces in het Joegoslaviëtribunaal de ‘verschillende energieën’ het meeste nodig heeft, heeft hij zijn baard afgeschoren en draagt hij zijn haren weer in het oude, volle kapsel.

Niet alle alternatieve geneeskunde is oplichterij, maar ik ben het met de in 1880 opgerichte Vereniging tegen de Kwakzalverij eens dat het gros wetenschappelijk gezien flauwekul is. Wel geloof ik in de goede bedoelingen van de meeste paragnosten en spiritualiteitsexperts. Toen mijn vader begin jaren vijftig van de vorige eeuw medisch was opgegeven, kwam er bij ons thuis ook een kleine, vriendelijke mevrouw die zich ‘magnetiseuse’ noemde. Ze wreef enkele keren per week over het lijf van haar ‘patiënt’, verzamelde de ‘kwade krachten’, en smeet die dan met een klikkend geluid van de handen weg. Ik was toen nog erg jong maar maakte me er zorgen over dat mijn ouders zich met deze onzin inlieten. Ik kende hen als nuchtere protestanten die op grond van Indische ervaringen het paranormale weliswaar niet ontkenden, maar altijd gezegd hadden dat je je er niet mee moest inlaten. ‘Ach’, was hun nuchtere reactie, ‘baat het niet dan schaadt het niet.’ Uiteindelijk stopte de alternatieve genezeres die we wat smalend ‘het strijkwijffie’ noemden, zelf haar behandeling. Ze had, vertelde ze later, een met zijn navel verbonden zwarte gedaante naast het lichaam van mijn vader zien ontstaan en wist dat hij ten dode was opgeschreven.

Schaadt het echt niet als het niet baat? Zeker wel! Alternatieve ‘genezers’ kunnen levensbedreigend zijn. Dat heeft Silvia Millecam moeten ervaren. Ook de directe omgeving van de patiënt kan schade ondervinden. Een bevriende collega van mij, een groot juridisch en sociologisch geleerde, begaf zich, toen hij hoorde dat de reguliere geneeskunde zijn dood niet meer kon voorkomen, vol rancune tegen zijn vroegere geneesheren in het alternatieve circuit. Hij verliet zijn gezin en liet zich opnemen in een peperdure kliniek in Zwitserland. Hij geloofde tot het einde niet dat hij zou sterven en weigerde afscheid te nemen van zijn gezin.

Uitgehold

In de wereld van de organisaties dringt, zowel in de publieke als in de private sector, zich ook het fenomeen van de alternatieve bedrijfskunde op, de parabedrijfskundige kwakzalverij zogezegd. De wetenschappelijk beoefende, academische bedrijfskunde wordt in steeds vaker voorkomende gevallen ingehaald – of zelfs soms van binnenuit uitgehold – door kwakzalvers die als spirituele human resource management (hrm)-consultants optreden. De Vereniging tegen de Kwakzalverij hanteert als definitie dat paramedische kwakzalvers behandelings- en onderzoeksmethoden toepassen die wetenschappelijk hun nut niet hebben bewezen. Dat is ook van toepassing op de meeste parabedrijfskundige kwakzalverij. Het is bedrijfskundig niet te bewijzen dat een organisatie er op de lange duur – want daar gaat het om als er in een bepaalde behandeling veel geld wordt geïnvesteerd – baat bij heeft. Meestal wordt er dan gepsychologiseerd in de zin van dat de mensen ‘beter in hun vel komen te zitten’, dat ze ‘beter in de groep functioneren’, dat ‘de neuzen in één richting staan’, enzovoort.

Wat zijn de kenmerken van de parabedrijfskundige kwakzalvers? Ik noem er een paar. Hoewel ze meestal geen academische psychologieopleiding hebben gevolgd en niet zijn aangesloten bij de beroepsvereniging, het Nederlands Instituut van Psycholgen, komen ze met tal van semipsychologische begrippen en theorieën aanzetten die tot doel hebben de beoogde organisatie te imponeren. Vaak wordt schaamteloos met een oppervlakkige diepzinnigheid beweerd dat ze geloven in en geïnspireerd worden door de dieptepsychologie van Carl Gustav Jung. Wat ze van Jung vooral oppikken is diens vaak onverbloemde bewondering voor de gnostiek – deze uit het Hellenisme voortkomende semireligie die beweert dat diep in de menselijke ziel een oerlicht van goddelijke authenticiteit verborgen ligt en dat het zaak is deze goddelijke vonk te bevrijden. Jung wordt dan met omhaal van woorden en ingewikkelde begrippen ‘geactualiseerd’ tot een noodzakelijke bevrijding van de ziel. Die wordt immers vervreemd door de routines van alledag, door de werkdruk van de organisatie, door alles wat als oneigenlijk wordt ervaren. Individualisme wordt geradicaliseerd tot een semireligieus subjectivisme dat in de eigen ziel zoekt naar authenticiteit, oorspronkelijkheid, inspiratie, creativiteit. Wie echter door de theorietjes van de kwakzalvers heen kijkt, ontdekt niets anders dan een amateuristische, platte zielkunde die met allerlei dikke termen wordt opgedoft onder de algemene noemer ‘spiritualiteit’. Bovendien vormen esoterische, uit Aziatische culturen stammende religies en magische praktijken en ceremonies uit voor-moderne tijden en oorden, dankbare bronnen voor de geheimzinnigheid waarmee kwakzalvers hun ‘cliënten’ proberen te bedwelmen.

Parabedrijfskundige kwakzalvers zijn er ook goed in om deze te bevrijden ziel in verband te brengen met de natuur. Dat is ook al een oud gegeven in de westerse wereld: de afkeer van techniek en rationaliteit, de romantische wens terug te keren naar de natuur, één te worden met de natuur, bevrijd te worden van de knellende banden van de maatschappij, ook van de beperkende banden van het verstand dat alles logisch wil doordenken. Dat alles moet losgelaten worden en dus gaat men onder leiding van een goeroe de natuur in, bootje varen op wilde wateren, overlevingstochten in barre oorden ondernemen, de bossen in en daar bomen omhelzen en zelfs ermee praten. Het zou allemaal louterend werken.

Het individualisme wordt niet alleen geradicaliseerd tot subjectivisme, het wordt ook aan banden gelegd door de herontdekking van ‘de groep’. We moeten niet alleen van binnenuit één worden met de natuur, maar ons ook opgenomen voelen in de groep. Niet zelden worden mensen in infantiele spelletjes gedwongen hun gêne en eigenwaarde op te geven, zich zielkundig bloot te geven en het lichaam in rare poses en bewegingen ‘vrij’ te maken. Wie zich daartegen verzet, wordt met zachte, moraliserende dwang tot de orde van de groep terug geroepen. Zo’n nee-zegger is een spelbederver en dat druist in tegen de sensitiviteit van de groepsgemeenschap. De sensitivity training van de jaren zestig is weer teruggekeerd. Het zou een louterende werking hebben, de mensen bevrijden van frustraties en verdringingen. Het zou de beknelde ziel en de door rationaliteit bevangen geest los en flexibel maken. Wat er niet bij wordt gezegd is het simpele feit dat mensen na geïnfantiliseerd te zijn, gemanipuleerd worden. De beloofde vrijheid is ‘fake’, namaak, nep. Ze maakt mensen vrij voor het toppunt van onvrijheid: de manipulatie. Mij heeft het altijd verbaasd dat de vakbonden hier niet tegenin gaan, nog sterker er zelfs onder het mom van ‘human resource management’ aan meewerken.

Glimmende brochures

Waaraan herken je de parabedrijfskundige kwakzalvers nog meer? Als ze een offerte maken, hebben ze altijd mooie, glimmende (‘glossy’) brochures bij de hand, waarin woorden staan maar vooral ook schema’s met veel pijlen en kwadranten en soms zelfs ook cijfers. Nu is er natuurlijk niets mis met mooie brochures. Daar werken de meeste bonafide consultants vandaag de dag mee. Maar bij de kwakzalvers zijn die altijd overdreven diepzinnig en beladen met moeilijke woorden en termen. Het lijkt allemaal eigentijds en modern, maar het geeft hun toch eerder het cachet van middeleeuwse charlatans die op jaarmarkten mensen een oor probeerden aan te naaien. Daar horen ook de powerpointpresentaties bij die de esoterische geheimzinnigheid van hun projecten de schijn van moderniteit moeten geven.

Anders dan bij de paramedische kwakzalvers zijn de parabedrijfskundige kwakzalvers doorgaans mannen. Met hun snel toenemende emancipatie in de bedrijfswereld zullen ongetwijfeld vrouwen deze gelederen gaan aanvullen. Trouwens, mannelijke cliënten worden nu al aangespoord hun ‘vrouwelijke kant’ meer naar voren te laten komen en wie kan zich daartegen verzetten als deze aansporing van een vrouwelijke kwakzalver komt? Overigens kunnen we ook verwachten dat met hun groeiende integratie parabedrijfskundige kwakzalvers van ‘allochtone’ komaf op de markt van esoterie en zingeving zullen gaan opereren. Bedrijven die hun diversiteit moeten versterken zullen maar al te gemakkelijk gewillige afnemers worden.

Ontzuiling

En nu de belangrijkste vraag: hoe komt het dat deze golf van spiritualiteit en alternatieve, on- of zelfs antiwetenschappelijke kwakzalverij hoogtij viert? Hoe komt het dat bedrijven vaak veel geld uitgeven om hun medewerkers onder het mom van hrm aan dit soort methoden en processen bloot te stellen zonder dat het bedrijfskundige nut kan worden aangetoond? Naar mijn mening hebben de ontkerkelijking en de ideologische ontzuiling hier veel mee te maken. Statistisch is het een feit dat in onze samenleving al sinds een aantal decennia de kerken leeglopen, terwijl ook de maatschappelijke zuilenstructuren hun ideologische inhoud verloren hebben.

Het merkwaardige echter is dat dit geen secularisatie, geen verwereldlijking is. In tegendeel, een buitenkerkelijke religiositeit, doorgaans aangeduid met ‘spiritualiteit’ of ‘behoefte aan zingeving’ is overal waarneembaar. Het moderne leven is uitermate functioneel en rationeel en we worden voortdurend opgejaagd door een prestatiedrang. De dwang van de kwartaalcijfers in het bedrijfsleven is daarvan een sprekend voorbeeld. Maar de kerken met hun ceremonies en rituelen bieden geen uitkomst meer. Maatschappelijk en politiek tasten we ook steeds meer in het duister, omdat de zuilen en verzuilde partijen en organisaties geen richting meer bieden. Dit ideologische en spirituele ‘wasteland’ (T. S. Eliot) is voor kwakzalvers een gat in de markt. Lange tijd heeft nog de wetenschap de rol van de godsdienst willen overnemen, maar ook daar neemt de ontinstitutionalisering toe, neemt het geloof in het kunnen van de academische geneeskunde en bedrijfskunde af. Alternatieve geneeskunde en alternatieve bedrijfskunde vullen de opengevallen gaten.

Gevaarlijke kanten

Toch blijft voor mij het feit overeind staan dat zowel de parageneeskundige als de parabedrijfskundige behandelings- en onderzoeksmethoden hun nut wetenschappelijk – dat wil zeggen, logisch en rationeel – niet kan en zal bewijzen. Wat erger is, ze hebben gevaarlijke kanten. In het geval van de alternatieve geneeskunde gaat het om lijden en zelfs de dood, in het geval van de alternatieve bedrijfskunde om een onverantwoord, psychologiserend manipuleren van mensen en de mogelijkheid, zelfs waarschijnlijkheid, dat op de lange duur de doelstellingen van de desbetreffende organisaties schade zullen ondervinden.

Naast de Vereniging tegen de Kwakzalverij in de wereld van de geneeskunde zou er een door academische bedrijfs- en organisatiekundigen op te zetten, soortgelijke vereniging tegen de parabedrijfskundige kwakzalverij moeten komen. De geneeskunde zal om haar legitimiteit te bewaren uit de ivoren toren van het establishment moeten treden en dat gebeurt ook. De bedrijfs- en organisatiekunde zal op nuchtere wijze academisch moeten blijven en zich vooral niet mooier en succesvoller moeten voordoen dan ze is en kan zijn. Als ze met veel pr-poeha optreedt, zal ze haar geloofwaardigheid verliezen en de poorten voor de parabedrijfskundige kwakzalvers openen.

Anton Zijderveld is socioloog en columnist van Het Financieele Dagblad.

Charlatans rukken op

Ook in de wereld van de organisaties dringt het fenomeen van

de alternatieve bedrijfskunde zich op

Ontzuiling en ontkerkelijking hebben opkomst van bedrijfscharlatans mogelijk gemaakt

De bedrijfs- en organisatiekunde zal op nuchtere wijze academisch moeten blijven en zich vooral niet mooier moeten voordoen dan ze is

Illustratie: Max Kisman

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *