Hoogbegaafdheid: een persoonlijk relaas…

Op Linkedin zag ik een mooi filmpje van iemand over hoogbegaafdheid. Het idee was dat organisaties te weinig gebruik maken van hoogbegaafden, en dat dat jammer is, omdat ze goed vooruit kunnen denken, snel zijn en dus heel waardevol. Ook meldde ze dat liefst 60% zijn middelbare school niet haalt.

Ik vind het tijd om eens ‘uit de kast’ te komen op dit punt. Bij mij is in 2001 hoogbegaafdheid vastgesteld, en een psychologisch onderzoek uit 2003 liet zien dat ik alle vragen goed had in een IQ-test over rekenen en taal, en HBO-plus scoorde op ruimtelijk inzicht. Ik vertel dit niet om stoer of chique te doen, integendeel: ik heb het er bijna nooit over. Het is namelijk helemaal niet zo leuk om dit te vertellen. Het klinkt namelijk nogal arrogant. Geen leuk unique selling point dus. Terwijl het wel een USP is. Toch had ik een flinke aarzeling voordat ik dit publiceer. Vind het een beetje eng. 

Hoe formuleer je modern leerbeleid? Een voorbeeld.

Om organisaties en mijn collega’s te helpen, deel ik hier het leerbeleid van mijn organisatie Pitcher Support. We bevinden ons in een tijd die zich razendsnel ontwikkelt naar een digitale economie.  Dat is al een poosje gaande, maar zal exponentieel toenemen de komende jaren. Algoristmes, robots, kunstmatige intelligentie en andere tools zullen veel impact hebben op onze manier van werken. Maar wat betekent dat voor het leren in organisaties?

Verder hebben we te maken met zaken als klimaat, duurzame inzetbaarheid en nieuwe visies op leren. Permanent leren is niet langer een hypothese, maar mede door het breinonderzoek weten  we dat het ook gezond is voor mensen. Bovendien stelt de EU dat organisaties budgetten moeten vrijmaken voor mensen om mee te kunnen in het nieuwe digitale tijdperk. Topdown leertrajecten organiseren verliest het daarbij steeds vaker van trajecten waarin medewerkers zelf de regie nemen. Maar hoe combineer je dat met organisatiedoelen?

Hieronder vind je een voorbeeld van een sjabloon, dat je kunt gebruiken om een eigen leerbeleid te formuleren. Het is maar een opzet dat je zelf naar eigen inzicht kunt aanpassen. Succes, en graag gedaan.

Boek van de week

Opleidingen

Bekijk alle opleidingen

Wat moet je als leidinggevende met de spirituele diversiteit in je team?

Uit meerdere gesprekken is mij gebleken dat mijn laatste boek ‘Goden en goeroes’ door lezers verrassend wordt gevonden. Een aantal van hen heeft niets met spiritualiteit, en dacht dat ik een of ander zweverig boek had geschreven. Maar het boek gaat over leiderschap in bredere zin. Hoe begeleid je teams waarin mensen verschillende spirituele en religieuze achtergronden hebben? Een zeer actueel thema in organisaties, alleen nog niet zo opgemerkt.

Ondertussen heeft het veel invloed op teams, en bestaande teambuildingsprogramma’s doen er erg weinig mee. Ik zelf vind leiderschap echt beter worden, als een manager iets begrijpt van gender- en cultuurverschillen, maar hij kan zich nog verder verbeteren als hij meer weet van spirituele diversiteit. Het maakt hem niet alleen tot een specialist in omgang met inclusie, maar schakelt als leidinggevende ook heel gemakkelijk tussen de verschillende leiderschapsstijlen. Ik noem dit met een splinternieuw woord ‘switchend leiderschap’. 

Vacatures

Financieel directeur (Deventer)

Herken je je in onderstaand profiel én wil je werken bij een internationale, financieel gezonde, groeiende en dynamische onderneming die zich inzet voor een toekomstbestendige leefomgeving? Solliciteer! Bekijk alle vacatures

Advertorial

‘Mij valt niets meer te leren’ is kul

In mijn werk kom ik het nogal eens tegen. Een klein deel van de oudere medewerkers (echt niet allemaal), die menen alles al gezien te hebben, en die, zoals zij met de overtuiging van een 20eeeuwse vakbondsbaas laten weten, niets meer kunnen leren. Alles is al een keer de revu gepasseerd, er is niets nieuws meer onder de zon en hun geest is een vaste en onveranderlijke klomp geworden, een loodzware massa die met geen 200 bulldozers van zijn plaats te krijgen is.

Als er iets nieuws binnenwappert in de organisaties waar ze werken, beginnen zij met het optrekken van een wenkbrauw, meestal gevolgd door een zucht, en als zij zich nog niet te oud voelen voor wat ontvlambaarheid breien zij een woordensjaal van weerstanden. Anders zuchten ze nog een keer, en schudden meewarig het hoofd, alsof de bedenkers van al dat nieuws zojuist zijn ontslagen uit de gesloten afdeling van een psychiatrische inrichting.

Sex, drugs en rock and roll in het bedrijfsleven

Wie deze kerstvakantie Ricardo Semmler’s advies wil opvolgen, om een literair verhaal te lezen in plaats van een managementboek, moet het e-book van Gern Huijberts eens lezen. Dit boek dat door de mainstream nauwelijks is opgemerkt, laat een schrijver aan het woord, die de doelloosheid zichtbaar maakt die in veel organisaties waar te nemen is.

Het boek gaat niet, zoals ‘Het Doel’ van Goldratt, over een complex managementprobleem, maar meer over de informele wereld die schuil gaat achter de formele wereld van organisaties. En daarbij valt het nodige te lachen. Wanneer mensen op kantoren op zoek zijn naar Pokémons, en dat in werktijd, dan schiet je toch in de lach.

Bokito-managers

Eens in de drie maanden spreek ik drie mannelijke collega’s over ons mooie vak van bedrijfscoach en -trainer. Vroeger heette zoiets intervisie, maar wij vinden dat een woord uit de psychosociale prehistorie, toen over elk mentaal detail een plank moest worden doorgezaagd van hier tot aan Botswana. Wij dachten eerst nog dat we er een andere naam voor moesten bedenken, iets vlots en pakkends, dat ons net zo goed zou passen als gepeperde merkschoenen.

Maar toen wij hoorden dat andere collega’s dat ook voortdurend aan het doen waren, zagen wij er vanaf, vooral vanwege de eigenaardige namen. Intervisie heette ineens ‘praathuis’, ‘werkgevoeluitwisseling’, ‘verbeteringsbabbel’ of ‘interactief leerhuis’. Dat vonden wij niets. Even wilden we ons nog ‘De Zwarte Hand’, een naam die wij allen waren tegengekomen in de jeugdboeken van Pietje Bell, het Rotterdamse rebelletje. Maar twee van ons vonden dat teveel doen denken aan de weëe spruitjeslucht die vroeger de Hollandse huishoudens terroriseerde. Omdat wij niets beters wisten te bedenken, gaven we het geen naam.

Welke bijbelvertaling veroordeelt eigenlijk homoseksualiteit?

Youp van ’t Hek, onze grappigste nationale spotter, schreef vorig weekend in de krant, dat hij de reactie erg overdreven vond op de orthodox-gereformeerde opvatting, dat gay zijn voor God een gruwel is. Ik ben het met hem eens. Waar gaat het nu helemaal om? Om een klein groepje rigide haarklovers, die de wereld graag willen vertellen hoe ze moeten leven.

De katholieke kerk is ook zo’n instituut dat regelmatig iets meent te moeten vinden van homoseksualiteit. Dat weten we. En je hoeft er echt niet gelovig voor te zijn. Er zijn heel wat machoculturen, waarin bezwaren bestaan tegen andermans seksualiteit. Je kan je telkens enorm opwinden, als er weer eens homofobe uitspraken de lucht in gaan, maar je kan ook denken: in een democratie hebben mensen meningen, en daar zitten ongelooflijk kortzichtige bij. 

Wees lekker gay, ook als orthodoxe christen!

Het kost me moeite om niet vooral cynisch te reageren op de anti-homo-teksten, die uit de orthodoxe hoek van de protestantse kerk komen. Weten we niet al jaren, dat ze daar hun medemens graag de wet voorschrijven? Die wet, dat is dan de bijbel. Ze lijken een beetje op de schriftgeleerden, die graag met Jezus redetwistten over bijbelteksten. Iemand genezen op de sabbat? No way, mopperden de schriftgeleerden, de sabbat is een rustdag. En dan kwamen ze met bijbelteksten aangehobbeld, waarin dat inderdaad stond.

Jezus had er intussen lak aan en ging door met dat waarmee hij bezig was. En waarom? Omdat er argumenten konden zijn om boven de wet uit te gaan. En wanneer was dat dan? Wanneer het motief om dat te doen liefdevol was. Want, ik citeer Jezus, ‘wie de liefde doet, vervult de wet’. En als Jezus het over de wet heeft, bedoelt hij Torah, de eerste vijf boeken van Mozes.

Heeft ziekteverzuim iets met emotionele vrijheid te maken?

Judith Orloff is de derde psychiater van wie ik een boek heb gelezen. Haar ‘Emotionele vrijheid’ uit, net als de boeken van Dirk de Wachter en Witte Hoogendijk, bezorgdheid over de ziekmakende kanten van onze samenleving. Waarschijnlijk omdat shrinks in hun spreekkamers de slachtoffers zien van onze stressy rat race society.

De Wachter geeft zijn lezers uitwegen uit de gekte door rust en de terugkeer naar traditionele maar zeker niet sleetse waarden als verbinding en loyaliteit, doorzetten, ook als het even niet leuk is, en rust vinden in momenten waarop je verveelt. Dat is altijd nog beter dan continu middelen te zoeken die je een lekker gevoel geven. Hij noemt onze wereld een borderline maatschappij.

Mag een blanke man zich met diversiteit bemoeien?

Als ‘witte man’ wordt mij regelmatig gezegd, dat ik niet zo geschikt ben om het onderwerp van diversiteit aan de orde te stellen. Ik ben immers ‘main stream’, ondervind in de Nederlandse samenleving vooral voordelen van mijn blanke identiteit, van mijn man zijn en van mijn hetero zijn, dus ben ik ongeschikt voor het thema inclusie.

Ik vind dit onzin. Juist ‘mijn’ identiteit moet zich hard maken voor inclusie en diversiteit. Daarbij zit het gewoon niet in mij, om mensen die anders zijn dan ik niet als mensen te zien. Voor mij, ik ben zo opgevoed, is iedereen echt gelijk. Mijn grootvader had hierin een belangrijke rol. Hij benadrukte metterdaad dat we allemaal mensen zijn, en snoeide iedere vorm van discriminatie met de heggeschaar van zijn warmte. Een schitterend voorbeeld.