Rubriek: Diversiteit

Kernwaarden en heisessiekaartjes

Eén van de allergrappigste managementuitspraken is: ‘Wij hebben de verandering bedacht en faciliteren het. Nu moet het van hen zelf worden.’ Dus even op een rij zetten. Je gaat met elkaar de hei op, hengelt een missie en een visie uit de vijver van de groepsdynamiek, besluit tot een verandering op basis van een urgentie die je verder niet toelicht aan je mensen, rammelt er een strategietje tegen aan, en vervolgens moet dat wat je bedacht hebt ‘van hen zelf’ worden.

Om het ze makkelijk te maken, zet je je visie en missie alvast voor ze op een kaartje. Op de achterkant schrijf je de bekende woorden, die deze kaartjes al decennia bevatten; de mensen kennen ze van buiten: eerlijk, betrouwbaar, transparant, open, klantgericht en samenwerkend. Zes woorden; dat kunnen de medewerkers net aan, bedenk je je in een vlaag van goedbedoelde arrogantie.

Hou het simpel: scheld in het debat!

Er is één ding dat in ons moderne beschaafde westen ontbreekt, en dat is genuanceerdheid. Nadenken over dingen is eng. Sociale betrokkenheid verdacht. En iemand die probeert dingen in hun complex perspectief te plaatsen, moet je ten diepste wantrouwen. Keep it simple, roeptoetert men, we hebben geen tijd.
Dat laatste is waar. In de 19eeeuw duurde een debat tussen twee presidentskandidaten zeven uur, tegenwoordig kan je niet meer naar de wc, want in de tijd dat je weg bent, is het debat voorbij. De spanningsboog van de moderne wereldburger heeft de levensduur van een vuurpijl. En dat heeft gevolgen voor hoe we discussiëren.

Boek van de week

Opleidingen

Bekijk alle opleidingen

Praktische diversiteit is meer dan een werkgroepje

Op 16 en 17 november wordt een interview met mij (en anderen) over M/V-diversiteit in teams gepubliceerd in Het Laatste Nieuws en De Morgen; grote kranten in België. De timing is prima, want kort daarna verschijnt het derde deel van mijn drieluik over diversiteit voor managers: ‘Goden en goeroes’. Nadat ik boeken schreef over gender- en cultuurdiversiteit , komt er nu een over spirituele diversiteit op de werkvloer. Ik onderzoek daar de vraag hoe je die als manager optimaal kan beïnvloeden en benutten. In 2019 zal ik trainingen, workshops en lezingen geven over dit onderwerp.

Vacatures

Manager Operationeel Beheer (Zoetermeer)

Werk je graag in een omgeving waar natuur en techniek hand in hand gaan? Wil je bouwen aan een team en de verbinder zijn richting andere teams? Bekijk alle vacatures

Advertorial

Korte rokjes maken mannen niet scherper

In het kader van diversiteit wordt vaak het onderwerp ‘kleding’ overgeslagen. Met name de effecten van sexy kleding worden nogal eens onderschat. In business, maar ook in de trein. Voor mannen is het namelijk lastig, omdat het testosteron ze dwars zit. Natuurlijk uitstekend dat ze hun primaire driften weten te controleren. Maar ‘in hun kracht staan’ wordt daardoor niet gemakkelijker. Zijn ze dan zielig? Dat niet. Maar korte rokjes, daar hebben ze toch maar weinig verweer tegen. Ik vond het tijd om er eens een column met een knipoog over te schrijven. Dat vergde even moed. Maar ook lastige verschijnselen verdienen aandacht. Gaat over treinen, maar misschien kan je zelf de vertaalslag maken naar je werkplek. 

Diversiteit in gedrag: niet alles is narcisme of autisme!

Toen ik 38 was, 21 jaar geleden, had ik nog een echte leidinggevende. Altijd leuk, een leidinggevende. Niets fijner dan gecontroleerd te worden door iemand, waarvan je dingen accepteert, waarvoor je een ander in de kliko zou laten verdwijnen. Hierarchie moet er zijn, zeker voor de zoon van een militair, zoals ik, die van oudsher de wereld had leren opdelen in generaals, kolonels, grootmajoors, sergeantmajoors, kortom: in rangen en standen.

Naar wat hoger staat in de rangorde heb je te luisteren, leerde ik, dus nam ik mijn leidinggevende zeer serieus. Bert, zei ze, jij bent creatief, niet zo georganiseerd en ik vind je ook vrij druk. Dat hoorde ik mijn hele leven al, maar in plaats van het te onderkennen, schoot ik onmiddellijk in een contractie van verzet als iemand me drukte verweet.

Niemand luistert naar niemand in zwarte pieten discussie

Kinderfeestjes zijn bij uitstek gelegenheden voor uit de fatsoenlijke band barstende emoties. Als er ergens geschreeuwd wordt, gehuild, gejengeld en door suikers aangedreven hyperactiviteit wordt gestimuleerd, dan is het wel op partijtjes van ons kleine grut. Een kind moet immers kind mogen zijn. Dus laat maar gaan, jongens, dat primaire gedrag. Het moet ons dan ook niet verbazen als in de discussie over een kinderfeestje eenzelfde primair gedrag wordt vertoond.

Hèt voorbeeld van een discussie over een kinderfeestje is de zwarte pieten discussie. Zelden heb ik in Nederland partijen zo in een kramp van communicatiefouten zien schieten, als in deze discussie. Mensen vallen elkaar in de rede, schreeuwen overtuigingen door elkaar, bezorgen elkaar hersenschuddingen, verwijten elkaar een terreurorganisatie te zijn, en net als op kinderfeestjes wordt er flink gehuild en gejengeld. Niemand luistert naar niemand en men probeert voortdurend de ander te overtuigen, terwijl die ander helemaal niet luistert.

Man-vrouw verschillen: het oerwoud in organisaties?

Organisaties zijn hormonen- bubbelbaden. Die conclusie trok ik al in mijn boek ‘Mannen en/of vrouwen’. En het verklaart waarom mannen zo hardnekkig de top van organisaties blijven beheersen. Ondanks hun politieke correcte uitspraken over ‘meer vrouwen in de top’. Net als veel andere mensen stelde ik mijzelf in dit tweede deel van mijn drieluik over diversiteit (binnenkort verschijnt het derde: ‘Goden en goeroes’) ‘Waarom zijn er zo weinig vrouwen in de top van organisaties?’ De beste verklaring vond ik in de biologie.

Laten we de dierentuin er maar eens bijnemen. Als twee mannelijke steenbokken met elkaar uitmaken wie zijn genen mag gaan doorgeven, gaan zij daarvoor de strijd aan. Dat ziet er prachtig uit, maar voor de dieren is het geen pretje. Zij stoten elkaar zo hard als ze kunnen met hun horens op de meest kwetsbare plekken. Chimpansees, die genetisch iets dichter bij ons staan, doen ook zoiets. Tot bloedens toe verwonden zij elkaar om de alfaman in de groep te mogen zijn.

‘Vroeger’: gemopper tussen generaties

Altijd als een belegen of extra belegen mopperkont de jeugd van tegenwoordig bekritiseert, is er wel een weekendkrantkaternlezer die fijntjes glimlachend vertelt dat ‘het in de tijd van Plato ook al zo was’ dat ouderen de jongere generatie bekritiseerde. Meestal heeft zo iemand meer kennis van een broodplank dan van de Griekse oudheid, maar dat maakt niemand verder wat uit. Mensen hebben dan de welbekende ‘o ja’ reactie, en wel in twee opzichten.

‘O ja, joh?’ in de betekenis van ‘Is dat zo? Wat verrassend!’ Of ‘O ja!’ in de zin van ‘Zie je nou wel. Dat gezeur over de jeugd van tegenwoordig is gewoon onzin. De oudere generatie heeft altijd kritiek op de jongere’.

‘Otentiek’: hoe een grijze mus een krassende kraai werd…

Tom had ik 5 jaar geleden voor het laatst gezien. Hij was toen een vriendelijke lachende, introverte man, die zichzelf zag als een fletse vlek op een fleurige lapjesdeken . Hij werkte bij een bank, groot en fatsoenlijk van uitstraling en dus doortrokken van een corruptie, die alleen voor een hoogbegaafde financial te doorgronden was. Hij had eigenlijk best een heel aardige carriere met een prima salaris, vond hij, een fijne vrouw ook en twee kleine kinderen. Leuk autootje, waarmee hij twee keer per jaar een vakantie in Luxemburg organiseerde, omdat hij ondanks de kinderen toch naar het buitenland wilde, al was Luxemburg dan ook meer een regenachtig appendixje van België dan ‘echt buitenland’.

Tinder maakt teamleider boos

‘Ik ga allerlei politiek incorrecte uitspraken doen over vrouwen de komende tijd’ mopperde Simon. Dat verwonderde ons, zijn collega’s in het bedrijfsrestaurant, niet. Simon stond bekend als een womanizer, die de vrouw hoofdzakelijk zag als een vorm van mannelijke ontspanning. Hij was single, al zou hij het zelf nooit zo noemen.

‘Single? Dat is een 45-toeren plaat, of een weg die rond de stad slingert. Een mens is vrijgezel.’

Simon was een periode erg verliefd geweest op een van de mooiste vrouwen die de mensen in zijn dorp hadden gezien, pochte hij. Ze kwam dan ook niet uit het dorp zelf, waar de vrouwen zich volgens hem teveel lieten beïnvloeden door de blonde hockeymodes. Als de mannen met elkaar zaten, en er passeerde een blonde vrouw, en ze begonnen haar te prijzen, alsof het een exotische bloem was uit de rozentuin van het locale slot, dan temperde hij het enthousiasme door te zeggen, dat het een typisch voorbeeld was van ‘kantoorblond’.