Rubriek: Hardnekkige patronen

Betweterige regelzucht helpt managers niet in de 21e eeuw!

Onlangs waargenomen op een station, ergens in Nederland. Een wat oudere man schuifelde, ogenschijnlijk met wat pijn aan zijn heup, naar het einde van het perron. Hij moest daarvoor onder het overkapte deel door, kwam onder de blote hemel te staan en had een koude wind te trotseren om toe te geven aan zijn verslaving om een cigarillo op te steken.

Hij stond daar nog maar kort, toen een kortgekapte dame van ongeveer 50 met een hoekige bril, een scheenbeenlage blokjesrok en een amorfe donkergele jas, naast hem ging staan. Ze had een half perron tot haar beschikking, maar ze gaf er de voorkeur aan om een lange wandeling te maken om naast de man uit te komen. Onmiddellijk begon ze te kuchen, keurig met de hand voor de mond, terwijl ze naar de man bleef kijken. Ik weet niet of hij haar opmerkte, maar ik denk het wel, want hij draaide zijn lichaam half van haar weg en keek de andere kant op; een poging tot negeren. Zijn rook ging wel in haar richting.

Narcist? Borderliner? Autist? Hou eens op met die labels, joh…

Wanneer je in supermarkten, café’s of restaurants stiekem luistert naar gesprekken, die niet voor je bestemd zijn, lijkt het wel of iedereen psychiater is. De grensoverschrijdende ziektebeelden vliegen je om je oren, als muggen aan de waterkant op een zwoele avond. En er wordt flink gestoken, neem dat maar van mij aan.

Een van de meest populaire woorden die je hoort is het woord ‘narcist’. Dit ziektebeeld wordt meestal toegepast op leidinggevenden ex-partners. Nadat mensen tientallen jaren getrouwd zijn met dat wat ooit de man of vrouw van hun leven was, en de relatie via de guillotine naar het verleden wordt weggemoffeld, zeggen ze vol overtuiging dat ze het eigenlijk na 2 jaar al beu waren, die relatie.

Boek van de week

Opleidingen

Bekijk alle opleidingen

‘Mij valt niets meer te leren’ is kul

In mijn werk kom ik het nogal eens tegen. Een klein deel van de oudere medewerkers (echt niet allemaal), die menen alles al gezien te hebben, en die, zoals zij met de overtuiging van een 20eeeuwse vakbondsbaas laten weten, niets meer kunnen leren. Alles is al een keer de revu gepasseerd, er is niets nieuws meer onder de zon en hun geest is een vaste en onveranderlijke klomp geworden, een loodzware massa die met geen 200 bulldozers van zijn plaats te krijgen is.

Als er iets nieuws binnenwappert in de organisaties waar ze werken, beginnen zij met het optrekken van een wenkbrauw, meestal gevolgd door een zucht, en als zij zich nog niet te oud voelen voor wat ontvlambaarheid breien zij een woordensjaal van weerstanden. Anders zuchten ze nog een keer, en schudden meewarig het hoofd, alsof de bedenkers van al dat nieuws zojuist zijn ontslagen uit de gesloten afdeling van een psychiatrische inrichting.

Vacatures

DISTRICT SALES MANAGER ZUID-WEST NEDERLAND (Roosendaal)

ALDI Nederland zoekt een DISTRICT SALES MANAGER ZUID-WEST NEDERLAND in Roosendaal Bekijk alle vacatures

Advertorial

Sex, drugs en rock and roll in het bedrijfsleven

Wie deze kerstvakantie Ricardo Semmler’s advies wil opvolgen, om een literair verhaal te lezen in plaats van een managementboek, moet het e-book van Gern Huijberts eens lezen. Dit boek dat door de mainstream nauwelijks is opgemerkt, laat een schrijver aan het woord, die de doelloosheid zichtbaar maakt die in veel organisaties waar te nemen is.

Het boek gaat niet, zoals ‘Het Doel’ van Goldratt, over een complex managementprobleem, maar meer over de informele wereld die schuil gaat achter de formele wereld van organisaties. En daarbij valt het nodige te lachen. Wanneer mensen op kantoren op zoek zijn naar Pokémons, en dat in werktijd, dan schiet je toch in de lach.

Bokito-managers

Eens in de drie maanden spreek ik drie mannelijke collega’s over ons mooie vak van bedrijfscoach en -trainer. Vroeger heette zoiets intervisie, maar wij vinden dat een woord uit de psychosociale prehistorie, toen over elk mentaal detail een plank moest worden doorgezaagd van hier tot aan Botswana. Wij dachten eerst nog dat we er een andere naam voor moesten bedenken, iets vlots en pakkends, dat ons net zo goed zou passen als gepeperde merkschoenen.

Maar toen wij hoorden dat andere collega’s dat ook voortdurend aan het doen waren, zagen wij er vanaf, vooral vanwege de eigenaardige namen. Intervisie heette ineens ‘praathuis’, ‘werkgevoeluitwisseling’, ‘verbeteringsbabbel’ of ‘interactief leerhuis’. Dat vonden wij niets. Even wilden we ons nog ‘De Zwarte Hand’, een naam die wij allen waren tegengekomen in de jeugdboeken van Pietje Bell, het Rotterdamse rebelletje. Maar twee van ons vonden dat teveel doen denken aan de weëe spruitjeslucht die vroeger de Hollandse huishoudens terroriseerde. Omdat wij niets beters wisten te bedenken, gaven we het geen naam.

Wees lekker gay, ook als orthodoxe christen!

Het kost me moeite om niet vooral cynisch te reageren op de anti-homo-teksten, die uit de orthodoxe hoek van de protestantse kerk komen. Weten we niet al jaren, dat ze daar hun medemens graag de wet voorschrijven? Die wet, dat is dan de bijbel. Ze lijken een beetje op de schriftgeleerden, die graag met Jezus redetwistten over bijbelteksten. Iemand genezen op de sabbat? No way, mopperden de schriftgeleerden, de sabbat is een rustdag. En dan kwamen ze met bijbelteksten aangehobbeld, waarin dat inderdaad stond.

Jezus had er intussen lak aan en ging door met dat waarmee hij bezig was. En waarom? Omdat er argumenten konden zijn om boven de wet uit te gaan. En wanneer was dat dan? Wanneer het motief om dat te doen liefdevol was. Want, ik citeer Jezus, ‘wie de liefde doet, vervult de wet’. En als Jezus het over de wet heeft, bedoelt hij Torah, de eerste vijf boeken van Mozes.

Heeft ziekteverzuim iets met emotionele vrijheid te maken?

Judith Orloff is de derde psychiater van wie ik een boek heb gelezen. Haar ‘Emotionele vrijheid’ uit, net als de boeken van Dirk de Wachter en Witte Hoogendijk, bezorgdheid over de ziekmakende kanten van onze samenleving. Waarschijnlijk omdat shrinks in hun spreekkamers de slachtoffers zien van onze stressy rat race society.

De Wachter geeft zijn lezers uitwegen uit de gekte door rust en de terugkeer naar traditionele maar zeker niet sleetse waarden als verbinding en loyaliteit, doorzetten, ook als het even niet leuk is, en rust vinden in momenten waarop je verveelt. Dat is altijd nog beter dan continu middelen te zoeken die je een lekker gevoel geven. Hij noemt onze wereld een borderline maatschappij.

Ons brein, de klimaatopwarming en de ING-topman: brrrr!

Ons brein is een fopspeen. Er zit een hersendeeltje in dat nadenkt over de lange termijn, en daar slaat een golf van impulsen overheen dat uit breindelen komen, die er in de evolutie veel eerder waren. Stel, je hebt bedacht dat volgend jaar het jaar moet worden van de zuinigheid. Je wilt op je penningen gaan broeden als een meerkoet op zijn eieren. Dat is een lange termijn idee, nietwaar?

En plotseling loop je op 17 januari een paar geweldige schoenen tegen het lijf. Of de nieuwse iMac. En na rijp beraad van 30 seconden besluit je dat je deze verleidelijke artikelen moet hebben. Je maakt er iets magisch van, en zegt tegen iemand die een wenkbrauw optrekt, dat dit niet voor niets op je pad is gekomen. Nee, die schoenen of die iMac zijn speciaal voor jou gemaakt.

Kernwaarden en heisessiekaartjes

Eén van de allergrappigste managementuitspraken is: ‘Wij hebben de verandering bedacht en faciliteren het. Nu moet het van hen zelf worden.’ Dus even op een rij zetten. Je gaat met elkaar de hei op, hengelt een missie en een visie uit de vijver van de groepsdynamiek, besluit tot een verandering op basis van een urgentie die je verder niet toelicht aan je mensen, rammelt er een strategietje tegen aan, en vervolgens moet dat wat je bedacht hebt ‘van hen zelf’ worden.

Om het ze makkelijk te maken, zet je je visie en missie alvast voor ze op een kaartje. Op de achterkant schrijf je de bekende woorden, die deze kaartjes al decennia bevatten; de mensen kennen ze van buiten: eerlijk, betrouwbaar, transparant, open, klantgericht en samenwerkend. Zes woorden; dat kunnen de medewerkers net aan, bedenk je je in een vlaag van goedbedoelde arrogantie.

Hou het simpel: scheld in het debat!

Er is één ding dat in ons moderne beschaafde westen ontbreekt, en dat is genuanceerdheid. Nadenken over dingen is eng. Sociale betrokkenheid verdacht. En iemand die probeert dingen in hun complex perspectief te plaatsen, moet je ten diepste wantrouwen. Keep it simple, roeptoetert men, we hebben geen tijd.
Dat laatste is waar. In de 19eeeuw duurde een debat tussen twee presidentskandidaten zeven uur, tegenwoordig kan je niet meer naar de wc, want in de tijd dat je weg bent, is het debat voorbij. De spanningsboog van de moderne wereldburger heeft de levensduur van een vuurpijl. En dat heeft gevolgen voor hoe we discussiëren.