Rubriek: Hardnekkige patronen

Sex, drugs en rock and roll in het bedrijfsleven

Wie deze kerstvakantie Ricardo Semmler’s advies wil opvolgen, om een literair verhaal te lezen in plaats van een managementboek, moet het e-book van Gern Huijberts eens lezen. Dit boek dat door de mainstream nauwelijks is opgemerkt, laat een schrijver aan het woord, die de doelloosheid zichtbaar maakt die in veel organisaties waar te nemen is.

Het boek gaat niet, zoals ‘Het Doel’ van Goldratt, over een complex managementprobleem, maar meer over de informele wereld die schuil gaat achter de formele wereld van organisaties. En daarbij valt het nodige te lachen. Wanneer mensen op kantoren op zoek zijn naar Pokémons, en dat in werktijd, dan schiet je toch in de lach.

Bokito-managers

Eens in de drie maanden spreek ik drie mannelijke collega’s over ons mooie vak van bedrijfscoach en -trainer. Vroeger heette zoiets intervisie, maar wij vinden dat een woord uit de psychosociale prehistorie, toen over elk mentaal detail een plank moest worden doorgezaagd van hier tot aan Botswana. Wij dachten eerst nog dat we er een andere naam voor moesten bedenken, iets vlots en pakkends, dat ons net zo goed zou passen als gepeperde merkschoenen.

Maar toen wij hoorden dat andere collega’s dat ook voortdurend aan het doen waren, zagen wij er vanaf, vooral vanwege de eigenaardige namen. Intervisie heette ineens ‘praathuis’, ‘werkgevoeluitwisseling’, ‘verbeteringsbabbel’ of ‘interactief leerhuis’. Dat vonden wij niets. Even wilden we ons nog ‘De Zwarte Hand’, een naam die wij allen waren tegengekomen in de jeugdboeken van Pietje Bell, het Rotterdamse rebelletje. Maar twee van ons vonden dat teveel doen denken aan de weëe spruitjeslucht die vroeger de Hollandse huishoudens terroriseerde. Omdat wij niets beters wisten te bedenken, gaven we het geen naam.

Boek van de week

Opleidingen

Bekijk alle opleidingen

Wees lekker gay, ook als orthodoxe christen!

Het kost me moeite om niet vooral cynisch te reageren op de anti-homo-teksten, die uit de orthodoxe hoek van de protestantse kerk komen. Weten we niet al jaren, dat ze daar hun medemens graag de wet voorschrijven? Die wet, dat is dan de bijbel. Ze lijken een beetje op de schriftgeleerden, die graag met Jezus redetwistten over bijbelteksten. Iemand genezen op de sabbat? No way, mopperden de schriftgeleerden, de sabbat is een rustdag. En dan kwamen ze met bijbelteksten aangehobbeld, waarin dat inderdaad stond.

Jezus had er intussen lak aan en ging door met dat waarmee hij bezig was. En waarom? Omdat er argumenten konden zijn om boven de wet uit te gaan. En wanneer was dat dan? Wanneer het motief om dat te doen liefdevol was. Want, ik citeer Jezus, ‘wie de liefde doet, vervult de wet’. En als Jezus het over de wet heeft, bedoelt hij Torah, de eerste vijf boeken van Mozes.

Vacatures

Supply Chain Manager van de Toekomst (Amsterdam)

Ben jij de Supply Chain Manager van de toekomst? Bij DPA Supply Chain investeer jij in jezelf met uitdagende projecten bij verschillende opdrachtgevers en een op maat gemaakt opleidingstraject!DPA ... Bekijk alle vacatures

Advertorial

Heeft ziekteverzuim iets met emotionele vrijheid te maken?

Judith Orloff is de derde psychiater van wie ik een boek heb gelezen. Haar ‘Emotionele vrijheid’ uit, net als de boeken van Dirk de Wachter en Witte Hoogendijk, bezorgdheid over de ziekmakende kanten van onze samenleving. Waarschijnlijk omdat shrinks in hun spreekkamers de slachtoffers zien van onze stressy rat race society.

De Wachter geeft zijn lezers uitwegen uit de gekte door rust en de terugkeer naar traditionele maar zeker niet sleetse waarden als verbinding en loyaliteit, doorzetten, ook als het even niet leuk is, en rust vinden in momenten waarop je verveelt. Dat is altijd nog beter dan continu middelen te zoeken die je een lekker gevoel geven. Hij noemt onze wereld een borderline maatschappij.

Ons brein, de klimaatopwarming en de ING-topman: brrrr!

Ons brein is een fopspeen. Er zit een hersendeeltje in dat nadenkt over de lange termijn, en daar slaat een golf van impulsen overheen dat uit breindelen komen, die er in de evolutie veel eerder waren. Stel, je hebt bedacht dat volgend jaar het jaar moet worden van de zuinigheid. Je wilt op je penningen gaan broeden als een meerkoet op zijn eieren. Dat is een lange termijn idee, nietwaar?

En plotseling loop je op 17 januari een paar geweldige schoenen tegen het lijf. Of de nieuwse iMac. En na rijp beraad van 30 seconden besluit je dat je deze verleidelijke artikelen moet hebben. Je maakt er iets magisch van, en zegt tegen iemand die een wenkbrauw optrekt, dat dit niet voor niets op je pad is gekomen. Nee, die schoenen of die iMac zijn speciaal voor jou gemaakt.

Kernwaarden en heisessiekaartjes

Eén van de allergrappigste managementuitspraken is: ‘Wij hebben de verandering bedacht en faciliteren het. Nu moet het van hen zelf worden.’ Dus even op een rij zetten. Je gaat met elkaar de hei op, hengelt een missie en een visie uit de vijver van de groepsdynamiek, besluit tot een verandering op basis van een urgentie die je verder niet toelicht aan je mensen, rammelt er een strategietje tegen aan, en vervolgens moet dat wat je bedacht hebt ‘van hen zelf’ worden.

Om het ze makkelijk te maken, zet je je visie en missie alvast voor ze op een kaartje. Op de achterkant schrijf je de bekende woorden, die deze kaartjes al decennia bevatten; de mensen kennen ze van buiten: eerlijk, betrouwbaar, transparant, open, klantgericht en samenwerkend. Zes woorden; dat kunnen de medewerkers net aan, bedenk je je in een vlaag van goedbedoelde arrogantie.

Hou het simpel: scheld in het debat!

Er is één ding dat in ons moderne beschaafde westen ontbreekt, en dat is genuanceerdheid. Nadenken over dingen is eng. Sociale betrokkenheid verdacht. En iemand die probeert dingen in hun complex perspectief te plaatsen, moet je ten diepste wantrouwen. Keep it simple, roeptoetert men, we hebben geen tijd.
Dat laatste is waar. In de 19eeeuw duurde een debat tussen twee presidentskandidaten zeven uur, tegenwoordig kan je niet meer naar de wc, want in de tijd dat je weg bent, is het debat voorbij. De spanningsboog van de moderne wereldburger heeft de levensduur van een vuurpijl. En dat heeft gevolgen voor hoe we discussiëren.

De zuigkracht van vergunningen…pfff…

Hoewel half Nederland als enig levensdoel zijn werk lijkt te hebben, en daarmee zich via de blaasbalg van het ego een identiteit meent aan te moeten meten, schrik je je soms een hoedje als je kijkt hoe dat werk wordt uitgevoerd. Mijn straat ligt bijvoorbeeld al anderhalve maand open. Er lopen twee mannen, die met iets onder de grond bezig. Nee, ze zijn geen lijken aan het opgraven. En evenmin zijn ze archeolisch op zoek naar oude Romeinse munten, of een leuke speer uit de prehistorie.

Nee, de mannen werken aan de waterleiding, beweert de gemeente. Ze zijn echter vooral aan het graven. De één doet dat met een schep, de ander met zo’n monotoon loeiende graafmachine. De straat verwondert zich erover af waarom het allemaal zo lang moet duren. Ook zwelt de vraag aan waarom alleen aan de waterleiding wordt gewerkt, en niet ook aan de glasvezel, het riool en de elektriciteit. Dat kan allemaal mooi in één keer.

Liefdesverdriet van collega’s: niet fijn…

Er zijn heel wat zaken die aan werk raken. Een van de redenen dat mensen mopperig of stil, of juist heel erg druk worden op hun werk, is verliefdheid. Hoe je het ook wendt of keert, je hebt er mee te maken. De laatste tijd publiceren we op deze site vaker verhalen die invloed hebben op de menselijke gezondheid, en bovendien op de werksfeer. Want een verliefde collega, of eentje met liefdesverdriet, dat is nooit lekker. Hoewel het soms wel verbindend werkt. 

‘Vroeger’: gemopper tussen generaties

Altijd als een belegen of extra belegen mopperkont de jeugd van tegenwoordig bekritiseert, is er wel een weekendkrantkaternlezer die fijntjes glimlachend vertelt dat ‘het in de tijd van Plato ook al zo was’ dat ouderen de jongere generatie bekritiseerde. Meestal heeft zo iemand meer kennis van een broodplank dan van de Griekse oudheid, maar dat maakt niemand verder wat uit. Mensen hebben dan de welbekende ‘o ja’ reactie, en wel in twee opzichten.

‘O ja, joh?’ in de betekenis van ‘Is dat zo? Wat verrassend!’ Of ‘O ja!’ in de zin van ‘Zie je nou wel. Dat gezeur over de jeugd van tegenwoordig is gewoon onzin. De oudere generatie heeft altijd kritiek op de jongere’.