Rubriek: Operationeel leiderschap

Switchend leiderschap is swingend, divers en toekomstbestendig!

Ik ben erg vrolijk over een nieuwe ultramoderne vorm van leiderschap, die ik na jaren ervaring met managementtrainingen ontwikkeld heb. Ze heet ‘Switchend Leiderschap’, en ik heb haar ontwikkeld in mijn drie top 10-boeken over diversiteit/inclusie. Met mijn uitgever (futurouitgevers.nl) heb ik bijna een e-learning programma voltooid over het onderwerp.

Switchend Leiderschap voorziet in een aantal voorwaarden die ons toekomstbestendig maken. Niet alleen het optimaal benutten van diversiteit en inclusie staat centraal, maar er is meer.

-Ze houdt rekening met de digitale revolutie.

-Ze is ontwikkelingsgericht.

-Ze biedt managers en leiders mogelijkheden om zich verder te verdiepen en beter te worden.

-Voor mensen die allang in het vak zitten, is ze zeer verfrissend.

-Ze houdt rekening met recente inzichten uit de breinwetenschappen, de biologie, de psychologie en de groepsdynamiek, maar ze is ook interessant voor mensen die naar zingeving en spiritualiteit zoeken. 

‘Hou je feedback eens dicht, man!’

‘Jij moet eens ophouden met die klotengrapjes van je tegen die jongen’ hoorde ik. Ik zat te genieten van een veel te warme februarizon vorige week, toen op het balkon van mijn achterbuurman een schelle stem de onophoudelijke stroom middelmatige popmuziek overstemde. Er waren op een vrije zaterdagochtend werkmannen aan het werk. Drie jongens van, naar zij zelf beweerden, een bonafide bedrijf, timmerden met hun gereedschappen de genoeglijke weekendrust naar de wensdromen.

‘Die jongen doet niks verkeerd. Die werkt hier nog maar pas, en die moet je potverdorie helpen, in plaats van dat je hem behandelt als een Zuideuropese asielhond.’

Boek van de week

Opleidingen

Bekijk alle opleidingen

Betweterige regelzucht helpt managers niet in de 21e eeuw!

Onlangs waargenomen op een station, ergens in Nederland. Een wat oudere man schuifelde, ogenschijnlijk met wat pijn aan zijn heup, naar het einde van het perron. Hij moest daarvoor onder het overkapte deel door, kwam onder de blote hemel te staan en had een koude wind te trotseren om toe te geven aan zijn verslaving om een cigarillo op te steken.

Hij stond daar nog maar kort, toen een kortgekapte dame van ongeveer 50 met een hoekige bril, een scheenbeenlage blokjesrok en een amorfe donkergele jas, naast hem ging staan. Ze had een half perron tot haar beschikking, maar ze gaf er de voorkeur aan om een lange wandeling te maken om naast de man uit te komen. Onmiddellijk begon ze te kuchen, keurig met de hand voor de mond, terwijl ze naar de man bleef kijken. Ik weet niet of hij haar opmerkte, maar ik denk het wel, want hij draaide zijn lichaam half van haar weg en keek de andere kant op; een poging tot negeren. Zijn rook ging wel in haar richting.

Vacatures

Financieel directeur (Deventer)

Herken je je in onderstaand profiel én wil je werken bij een internationale, financieel gezonde, groeiende en dynamische onderneming die zich inzet voor een toekomstbestendige leefomgeving? Solliciteer! Bekijk alle vacatures

Advertorial

‘Mij valt niets meer te leren’ is kul

In mijn werk kom ik het nogal eens tegen. Een klein deel van de oudere medewerkers (echt niet allemaal), die menen alles al gezien te hebben, en die, zoals zij met de overtuiging van een 20eeeuwse vakbondsbaas laten weten, niets meer kunnen leren. Alles is al een keer de revu gepasseerd, er is niets nieuws meer onder de zon en hun geest is een vaste en onveranderlijke klomp geworden, een loodzware massa die met geen 200 bulldozers van zijn plaats te krijgen is.

Als er iets nieuws binnenwappert in de organisaties waar ze werken, beginnen zij met het optrekken van een wenkbrauw, meestal gevolgd door een zucht, en als zij zich nog niet te oud voelen voor wat ontvlambaarheid breien zij een woordensjaal van weerstanden. Anders zuchten ze nog een keer, en schudden meewarig het hoofd, alsof de bedenkers van al dat nieuws zojuist zijn ontslagen uit de gesloten afdeling van een psychiatrische inrichting.

Bokito-managers

Eens in de drie maanden spreek ik drie mannelijke collega’s over ons mooie vak van bedrijfscoach en -trainer. Vroeger heette zoiets intervisie, maar wij vinden dat een woord uit de psychosociale prehistorie, toen over elk mentaal detail een plank moest worden doorgezaagd van hier tot aan Botswana. Wij dachten eerst nog dat we er een andere naam voor moesten bedenken, iets vlots en pakkends, dat ons net zo goed zou passen als gepeperde merkschoenen.

Maar toen wij hoorden dat andere collega’s dat ook voortdurend aan het doen waren, zagen wij er vanaf, vooral vanwege de eigenaardige namen. Intervisie heette ineens ‘praathuis’, ‘werkgevoeluitwisseling’, ‘verbeteringsbabbel’ of ‘interactief leerhuis’. Dat vonden wij niets. Even wilden we ons nog ‘De Zwarte Hand’, een naam die wij allen waren tegengekomen in de jeugdboeken van Pietje Bell, het Rotterdamse rebelletje. Maar twee van ons vonden dat teveel doen denken aan de weëe spruitjeslucht die vroeger de Hollandse huishoudens terroriseerde. Omdat wij niets beters wisten te bedenken, gaven we het geen naam.

Welke bijbelvertaling veroordeelt eigenlijk homoseksualiteit?

Youp van ’t Hek, onze grappigste nationale spotter, schreef vorig weekend in de krant, dat hij de reactie erg overdreven vond op de orthodox-gereformeerde opvatting, dat gay zijn voor God een gruwel is. Ik ben het met hem eens. Waar gaat het nu helemaal om? Om een klein groepje rigide haarklovers, die de wereld graag willen vertellen hoe ze moeten leven.

De katholieke kerk is ook zo’n instituut dat regelmatig iets meent te moeten vinden van homoseksualiteit. Dat weten we. En je hoeft er echt niet gelovig voor te zijn. Er zijn heel wat machoculturen, waarin bezwaren bestaan tegen andermans seksualiteit. Je kan je telkens enorm opwinden, als er weer eens homofobe uitspraken de lucht in gaan, maar je kan ook denken: in een democratie hebben mensen meningen, en daar zitten ongelooflijk kortzichtige bij. 

Mag een blanke man zich met diversiteit bemoeien?

Als ‘witte man’ wordt mij regelmatig gezegd, dat ik niet zo geschikt ben om het onderwerp van diversiteit aan de orde te stellen. Ik ben immers ‘main stream’, ondervind in de Nederlandse samenleving vooral voordelen van mijn blanke identiteit, van mijn man zijn en van mijn hetero zijn, dus ben ik ongeschikt voor het thema inclusie.

Ik vind dit onzin. Juist ‘mijn’ identiteit moet zich hard maken voor inclusie en diversiteit. Daarbij zit het gewoon niet in mij, om mensen die anders zijn dan ik niet als mensen te zien. Voor mij, ik ben zo opgevoed, is iedereen echt gelijk. Mijn grootvader had hierin een belangrijke rol. Hij benadrukte metterdaad dat we allemaal mensen zijn, en snoeide iedere vorm van discriminatie met de heggeschaar van zijn warmte. Een schitterend voorbeeld.

Botsingen op de werkvloer door diversiteit

Deze week een interessant verhaal gehoord. Weer eens een voorbeeld van zaken die onderbelicht blijven, wanneer je als organisatie diversiteit te politiek correct aanvliegt. Dan blijf je vaak hangen in onderzoekjes, rapportages en commissies diversiteit, die goede bedoelingen hebben, maar niet veel meer bereiken, dan dat mensen gaan vertellen dat ze het belangrijk vinden, diversiteit, maar het krijgt geen praktisch vervolg.

Waar ging het om? In een operationeel technisch team weigerde een orthodoxe moslim samen te werken met een homoseksuele collega. De organisatie loste dit op, door beiden niet met elkaar in één ploeg te laten werken. Er werd dus om het probleem heen georganiseerd, en ik ben daar geen voorstander van.

Man-vrouw verschillen: het oerwoud in organisaties?

Organisaties zijn hormonen- bubbelbaden. Die conclusie trok ik al in mijn boek ‘Mannen en/of vrouwen’. En het verklaart waarom mannen zo hardnekkig de top van organisaties blijven beheersen. Ondanks hun politieke correcte uitspraken over ‘meer vrouwen in de top’. Net als veel andere mensen stelde ik mijzelf in dit tweede deel van mijn drieluik over diversiteit (binnenkort verschijnt het derde: ‘Goden en goeroes’) ‘Waarom zijn er zo weinig vrouwen in de top van organisaties?’ De beste verklaring vond ik in de biologie.

Laten we de dierentuin er maar eens bijnemen. Als twee mannelijke steenbokken met elkaar uitmaken wie zijn genen mag gaan doorgeven, gaan zij daarvoor de strijd aan. Dat ziet er prachtig uit, maar voor de dieren is het geen pretje. Zij stoten elkaar zo hard als ze kunnen met hun horens op de meest kwetsbare plekken. Chimpansees, die genetisch iets dichter bij ons staan, doen ook zoiets. Tot bloedens toe verwonden zij elkaar om de alfaman in de groep te mogen zijn.

Ex-president Clinton en zijn beeld van leiderschap

Als een president een boek schrijft, wat leer je dan? In ieder geval dat groot leiderschap iets meer is dan alleen maar softe skills. Ex-president Bill Clinton heeft samen met James Petterson het boek ‘President vermist’ geschreven. Clinton wordt door zijn affaire met Monica Lewinsky niet vaak opgevoerd als een voorbeeldleider. Maar 8 jaar Het Witte Huis maakt hem wel interessant genoeg om kennis te nemen van zijn opvattingen over leiderschap.

Dit zal je zelf uit het verhaal moeten distilleren, maar dat is de kracht van storytelling. Je leert er meestal meer van dan van een model. Het verhaal is spannend genoeg om het boek te lezen. Het is een thriller en geen slechte. Amerika wordt bedreigd door een computervirus dat de hele digitale infrastructuur plat lijkt te leggen. Op zichzelf is dat al interessant genoeg om het boek te lezen. Het probleem is modern, en de kwetsbaarheid van onze digitale toekomst is eigenlijk les 1 uit het boek.