Liefdesverdriet van collega’s: niet fijn…

Er zijn heel wat zaken die aan werk raken. Een van de redenen dat mensen mopperig of stil, of juist heel erg druk worden op hun werk, is verliefdheid. Hoe je het ook wendt of keert, je hebt er mee te maken. De laatste tijd publiceren we op deze site vaker verhalen die invloed hebben op de menselijke gezondheid, en bovendien op de werksfeer. Want een verliefde collega, of eentje met liefdesverdriet, dat is nooit lekker. Hoewel het soms wel verbindend werkt. 

‘Mijn hemel, wat wordt een mens een paljas van de liefde. En misschien moet ik het bij mezelf houden: in elk geval ik word een paljas. Geen schijn van mezelf. Of zoals de jongen van de visboer het zegt: mijn verliefde ik is niet de beste versie van mezelf. Wat mij betreft heeft hij gelijk. Heb je door het leven gezworven en heb je de toppen beklommen van mentaal avontuur, waarmee vooral seks, drugs en rock and roll bedoeld zijn, meen je gehard te zijn en onafhankelijk als een roofvogel die zijn prooi bespringt, val je zelf ten prooi. Aan de liefde.

En daar gaat je Lord Byron-kant. Voor de lezers die niet weten wie dit was: dit was een 19eeeuwse schrijver die geen groter genoegen kende dan alles te doen waar hij bang voor was. Zo liet hij zich aan de boeg van een schip vastbinden in de hoge en meppende golven van een stormzee. Nou, de moed die je daarvoor nodig hebt zinkt volledig weg in het drijfzand van je geest, wanneer deze zich verpatst heeft aan een geliefde.

Vooral de eerste maanden, als je systeem vol zit met valsaardige hormonen, die net doen of de ander een Egyptische prinses, of een Mesopotamische halfgodin is, is het hek van de dam en ren je als een slachtoffer van je instinkten achter je dopamineleverancier aan, een woord waarmee je nieuwgeliefde bedoeld is. Met de paringsdrift van een bronstig edelhert loop je om het wijfje van je keuze heen te darren, en de hele verdere wereld ziet eruit als een zwak aftreksel van een grijze herfstdag. Alleen jij en zij lopen in het zonlicht, en je roept van de daken, en niet voor de eerste keer in je leven, dat je nog nooit, echt nog nooit, zo verliefd bent geweest.

Je brein bevindt zich dan ook in een volmaakt psychotische staat. Zou je er een MRI- of Pet-scan op leggen, dan zou je zien dat je in niets verschilt van iemand die de slager niet van President Trump weet te onderscheiden, of de pastaboer van een maffiabendeleider.

En dan komt het onvermijdelijke einde van de lokstoffenperiode. Het einde van dat tijdperk, waarin je nachten kon oplopen, alleen maar wilde vrijen, vrijen, vrijen, en bij die ander zijn. En de ene keer ben jij degene die dat einde eerder bereikt, en de andere keer is zij het. En als je dan een doortastende, wat minder gewetensvolle prinses of prins trof, zoals ik, dan zijn ze vertrokken voor je er erg in hebt, en alweer bezig met een volgend avontuur, want de lokstoffencyclus is zo aangenaam, dat niemand er afstand van wil doen. En het interesseert je genen niets wie dat is, als de boel chemisch en mentaal maar een beetje klopt.

En dan ben je dus plotseling alleen, terwijl hij of zij lekker de lel uithangt met een of andere Glenn. Wat er dan met je gebeurt, is een opdonder voor je zelfbedachte zelfbeeld. Je onafhankelijkheid blijkt een wassen neus. Je hebt een heel leven achter de rug, maar je bent geen haar verder ontwikkeld dan een baby die moord en brand schreeuwt, omdat zijn moeder even aan het douchen is. Waar je je eerst de held voelde van de stad, stop je je hoofd nu het liefst in een van de prullenbakken die daar staan. Niet om jezelf tot clochard of zwerver te promoveren, maar om weg te duiken uit de stramme bewegingen van je bestaan, dat ineens zinlozer lijkt te zijn dan het gehang van een fruitvlieg boven een schaal met rottende granaatappels.

Was je vóór de ontdekking van je ex-geliefde nog een beminnelijke en evenwichtige persoonlijkheid, iemand die een good vibe in zijn huis had hangen, iemand die van het leven genoot, en blij was met de dagen, ineens ben je veranderd in een nurkse zuurpruim, die het contact met zijn ex probeert gaande te houden met nietszeggende appjes, met aardige zinnetjes of juist hele boze. Met foto’s van jezelf waarop je poseert zoals zij het leuk vindt en heel af en toe met eerlijke ontboezemingen, in de hoop dat ze je zal troosten. Wat niet gebeurt, omdat ze toevallig net even met Glenn in de weer is.

Hoe dan ook: je probeert in verbinding te blijven, je bent afhankelijk van de reactie op een van je berichtjes, je kwijnt half weg als die niet komt, je probeert je verdriet moed in te spreken, en je boosheid begripvol over te laten gaan in een waardige houding en zo gaat het maar door. Wat je ook doet: je verwijdert in alle opzichten van jezelf. En als je haar dan ziet, is het een en al aardigheid, en warmte, bang als je bent voor de knalharde afwijzing. Als een bevend yorkshire terriërtje sta je tegen haar aan te praten. Over de stompzinnigste onderwerpen. Nee, ik eet geen havermoutkoekjes meer. Inderdaad, vandaag waren de files erg lang. De stofzuigerzakken zijn op. Ik was mijn bonuskaart vergeten bij de supermarkt, liep ik mijn 32 cent bonus mis. Om te eindigen met de vraag hoe het met haar gaat.

Slecht, hoop je te horen. Ongelooflijk slecht. Ik ben sinds mijn vertrek in een bak met  varkensmest terechtgekomen. Maar dat zegt ze niet. Ze zegt: het gaat heel goed met Glenn en mij. We houden het rustig, maar we doen leuke dingen. Geen idee lijkt ze te hebben, dat dit de knockout is in de mentale bokspartij die alleen in jouw hoofd plaatsvindt.

Je bedelt om een onsje, een grammetje aandacht. Met je gedrag. Niets is er over van de stoere vagebond die je zo vaak was, van de man die nonchalant met zijn leren jackie langs de straten ging. Een paljas ben je dus. En zij wil je niet terug. Zeker zo niet. Toen je nog een held was, ja, toen wilde ze je. Maar nu je met je hoofd in een prullenbak hebt gezeten, hangt er iets onwelriekends om je heen. En de lokstoffen doen hun werk niet meer. Bij haar. De prins blijkt een afhankelijke man, wat in haar beleving wijst op iemand met de ruggengraat van een regenworm. En het gaat nog maanden duren voordat je je prinses vergeten bent, die er beter uit ziet dan ooit. Door Glenn.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *