De zuigkracht van vergunningen…pfff…

Hoewel half Nederland als enig levensdoel zijn werk lijkt te hebben, en daarmee zich via de blaasbalg van het ego een identiteit meent aan te moeten meten, schrik je je soms een hoedje als je kijkt hoe dat werk wordt uitgevoerd. Mijn straat ligt bijvoorbeeld al anderhalve maand open. Er lopen twee mannen, die met iets onder de grond bezig. Nee, ze zijn geen lijken aan het opgraven. En evenmin zijn ze archeolisch op zoek naar oude Romeinse munten, of een leuke speer uit de prehistorie.

Nee, de mannen werken aan de waterleiding, beweert de gemeente. Ze zijn echter vooral aan het graven. De één doet dat met een schep, de ander met zo’n monotoon loeiende graafmachine. De straat verwondert zich erover af waarom het allemaal zo lang moet duren. Ook zwelt de vraag aan waarom alleen aan de waterleiding wordt gewerkt, en niet ook aan de glasvezel, het riool en de elektriciteit. Dat kan allemaal mooi in één keer.

Nee, zegt de gemeente, daar is geen vergunning voor verleend. Want de gemeente verleent niet zomaar vergunningen natuurlijk. Kom, kom, de computers van onze ambtenaren zitten niet voor niets vol ingewikkelde regels, waarmee ze hun zinledige werk volproppen, om te voorkomen dat ze als brak water verdampen in de veilige cyclus van uitbetaalde overbodigheid.

Dus voor het riool, de waterleiding, het glasvezelnetwerk en de elektriciteitsleidingen bestaan afzonderlijke vergunningen, die allemaal aangevraagd moeten worden en waarop natuurlijk een wachttijd staat van weken, soms maanden, want vergunningen verlenen is kennelijk a hell of a job. Je zou denken dat je de aanvraag standaardiseert, digitaal aanmaakt, zodat de aanvrager hem simpel kan invullen, en binnen een dag een antwoord hebt. Desnoods van een algoritme, want het is nu eenmaal zo dat we ze niet meer echt nodig hebben, die tussenpersonen van de gemeente.

En als de vergunning er dan is, dan ook maar gelijk alle leidingen behandelen. De straat ligt dan toch open. Kan mooi alles tegelijk. Ben je er in één keer vanaf. Kostenbesparend, en de burger hoeft maar een korte periode in de bagger te zitten van de natgerende zandbak die door graafwerkzaamheden voor zijn huis is ontstaan.

Maar neuhhh, dat kan niet. Dan slaan de ambtelijke computers op tilt. Dan gaan de vergunningen teveel op elkaar lijken, en dat zou te makkelijk worden voor de aanvragers.  Dan verwateren de regels, die we als prikkeldraad om de spontaniteit en creativiteit van het leven hebben gespannen. Zo werkt dat niet, meneertje. Dan zou het een janboel van gebruikersvriendelijkheid worden.

Genoeg over de ambtenaren, die wentelen in hun macht als een bejaarde labradoedel op een warme dag in een waterbadje. De werkvloer zelf. Ik weet niet wat de lezer meemaakt als hij naar werkzaamheden kijkt, bijvoorbeeld langs de snelweg, maar ik krijg wel eens de indruk dat de werklieden daar een potje cricket of pétanque staan te spelen. Zie je vijf man bij een klus, waarvan er één aan het werk is. De rest staat erbij en kijkt ernaar. Ik weet het: oordelen over andermans werk is lastig, maar het ziet er allemaal zo lamlendig uit.

In mijn straat is het anders. Daar werken de twee gravers allebei, de ene met zijn schep, de ander met de graafmachine. Maar daar vallen weer andere dingen op. De graafmachine rijdt vooral heen en weer door de straat. Zelden graaft het ding. De blik van de chauffeur is er één van ‘Tot hoe laat moet ik wachten dat ik eindelijk naar de camping kan?’ En de graver met de schep staat na elke vijf minuten spitten even stil. Om een sigaret te roken, een praatje te maken met een voorbijganger of om gewoon even niet te hoeven werken. Er is immers geen tijdsdruk. De gemeente heeft ruim gepland. Zonder overleg met de buurtbewoners natuurlijk.

Het werk schiet niet op. De straat ligt open, en niemand kan zijn auto parkeren. Honden poepen de straatzandbak vol, of gaan vrolijk kwispelend staan graven. Ook kinderen komen met schepjes en emmertjes in het zand spelen. Er wordt dus wel gegraven in de straat, maar vooral recreatief, en vooral ook zonder vergunning. Het is maar goed dat er geen toezichthoudende ambtenaar komt kijken. Want dan had je de poppen aan het dansen. Konden de kinderen strafwerk gaan maken. Honderd keer een ambtelijke regel overschrijven. Om het daarna in de prullenbak te mikken. Zoals met alle ambtelijke stukken.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *