Mannen en huishouden (1): Morsige man strijkt

Mannen en huishouden. Dat hoort zeker op Jonge Bazen thuis. De vrouwenbladen en -studies klagen steen en been over de houding van mannen in het huishouden. Tijd dus voor een serie waarin een man opbiecht hoe hij eigenlijk tegen het huishouden aankijkt. Voel je vooral vrij om te reageren! Want carrieres buiten de deur staan of vallen bij de organisatie van je huishouden. (zie ook www.bertblog.nl)

Hoewel mijn vriendin erg veel van mij houdt, noemt ze mij -meestal met een glimlach- een morsig type. Hiermee bedoelt ze dat ik teveel vlekken op mijn kleren heb. Ik kan daar, zoals het een echte man betaamt, niets aan doen. Hoewel ik de vlekken te wijten heb aan een motoriek, dat soms eigenmachtig bochtjes doet.

Dat ik strijken een ingewikkelde bezigheid vind, versterkt het beeld van morsigheid nog meer. En ik doe toch altijd erg mijn best tijdens het strijken! Ik doe er niettemin langer over dan de gemiddelde vrouw, maar kan het weer beter dan de mannen die ik ken. Die maken over het algemeen een potje van strijken.

Goed, na al dat strijken zitten er vaak meer kreukels in dan voor het strijken en ik doe het dan ook nog vaak opnieuw. De irritatie is dan behoorlijk gestegen, en om die te uiten heb ik me allerlei technieken eigen gemaakt. Ik zet dan bijvoorbeeld oude platen van Led Zeppelin en Deep Purple op, en gil heel hard en meestal nogal vals mee.

Maar de kreukels verdwijnen niet echt. Strijk ik er een weg, dan krijg ik er twee terug.

Hoe doen vrouwen dat toch? Wat is dat toch voor aangeboren praktisch talent, dat ik bij mijn partner en exen waarneem? Zij hopsen naar de strijkplank, stropen de mouwen op, neurieen zwoele soul en een kwartiertje later ligt daar een stapeltje strak gevouwen kleren.

Omdat ik het geen vanzelfsprekendheid vind dat de vrouw in een relatie de vervelende klusjes heeft te doen, en manlief alleen maar lekker kookt en de afwasmachine vult en zo, strijk ik zelf. En dan trek ik een blouse aan en dan zegt mijn vriendin glimlachend dat ik een morsig type ben en dat ik ‘zo’n overhemd eigenlijk zou moeten strijken’.

Ik zucht en ga dan maar eens een tosti maken. Als het ding klaar is, loop ik licht sjagrijnig terug naar de tafel waaraan mijn vriendin de ochtendkrant leest, sigaretje uit de mond.

Ik neem een hap van de tosti en nog een hap, en onderwijl leg ik uit dat ik het maar een lastige bezigheid vind, strijken. Mijn vriendin doet van ‘jaja’ en ‘hmm,hmm’ maar spelt ondertussen het verslag van een voetbalwedstrijd. Ik praat ondertussen gewoon door; een goede gewoonte tussen ons, de een praat onafgebroken, de ander leest en luistert maar half. Allebei gelukkig!

Dan kijkt ze op en lacht. Ik vraag haar waarom ze nu weer lacht.

‘Kijk’ zegt ze en wijst op mijn blouse.

‘De tomaat van je tosti heeft wat sap op je kleren gespetterd.’

 

Herkenbaar, heren?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *