Wetenschappers…je moet ze niet altijd geloven!

P1020424Wetenschappers doen graag een beetje denigrerend over niet-wetenschappers. Ze zeggen van niet, maar ze doen het toch. En zij worden daarin gesteund door een samenleving die steeds meer op diploma’s, certificeringen en keurmerken vlast. Heb je het diploma, dan weet je het. Een diploma halen is eerst de middelbare school met goed resultaat doorlopen, dan naar de universiteit je mastertje meepikken en tenslotte misschien zelfs promoveren en dan ben je gecertificeerd meeprater.

De hoge waarde die we toekennen aan wetenschappers zet hen in een unieke positie: zij weten het. Mijn grootouders spraken altijd over geleerde heren, want toen waren het vooral heren. Tegenwoordig luisteren we graag naar eloquente wetenschappers die van alles roepen, niet alleen als ze het over hun vakgebied hebben, maar ook als ze het over grote filosofische vraagstukken hebben. Alsof ze ook daarin deskundig zijn. 

Ik vind dat wetenschappers wel eens overschat worden. We weten intussen dat ze niet altijd heel zorgvuldig zijn als het om publicaties gaat. En ze vervalsen wel eens een onderzoek. Maar de wetenschap is in die zin een betrouwbaar bedrijf, dat het daar zelf ook kritiek op heeft. Zie de affaires van de laatste jaren rond onder andere Diederik Stapel en Roos Vonk, die overigens beslist niet de enige waren. (Roos Vonk herstelt zich overigens knap en lijkt van haar fouten te hebben geleerd.)

Belangrijker vind ik dat je tegenwoordig geen wetenschapper meer hoeft te zijn om finesses te kennen van bepaalde onderwerpen. Je kunt immers jezelf op een hoger peil brengen door boeken van de vooraanstaande wetenschappers. En het succes en de verschijning van allerlei wetenschappelijk werk bewijst dat je je als ‘leek’ heel goed grondig kunt laten informeren op een bepaald gebied. Ik doe persoonlijk sinds mijn 18e niets anders dan studeren in mijn vrije tijd, omdat ik het leuk vind. Ik ben een van de ‘life time students’.

Is het met al die boeken over het brein, het universum, natuurkundige onderwerpen zoals deeltjes en noem maar op, per se nodig om ook een wetenschapper te gaan zien? Ik bedoel: zijn zij de enige die iets mogen zeggen over een onderwerp? Persoonlijk vind ik dat quatsch, en ik hoop dat aangetoond te hebben met mijn onlangs verschenen top 10 boek ‘Het Flitsbrein’. Wetenschappers zijn vaak specialisten, die zich minder hebben georienteerd op andere vakgebieden. Zeker in het westen zijn ze vaak minder onderlegd op andere gebieden dan gepassioneerde leken, die zich ook aan wetenschappelijke regels willen houden.

Wetenschappers zijn net zo goed als niet-wetenschappers zoekers, in het bijzonder wanneer het gaat om de natuurwetenschappers. Ze werken vanuit aannames, a priori’s en veronderstellingen. Ze vermoeden iets, geloven iets en gaan van daaruit aan het werk. Prima, maar daarin onderscheiden ze zich niet willekeurig welke andere persoon die zich ergens in verdiept.

Wetenschappers zouden zich moeten realiseren dat ze hulp moeten bieden. De grote mond die sommigen van hen opzetten mag wat mij betreft gedempt worden. Ze weten gewoonweg niet alles. Onlangs ontving ik een uitnodiging voor een cursus. Eindelijk zouden neuropsychologische wetenschappers zich uitlaten over het brein, de werkplek en managers. Voor 495 euro per deelnemer (want ze laten zich goed betalen) per module.

Alles wat langs komt in die modules is wetenschappelijk ‘bewezen’. Het feit dat ze pas in 2015 met zo’n cursus komen, zegt iets. Er zijn heel wat pioniers geweest die al 10 jaar bezig zijn met het brein in het werk en zij hebben zich steeds keurig verdiept in de werken van de grote specialisten. Ze zijn geen wetenschappers, maar zochten met de bestaande wetenschap een weg in hun werk. Ze vertrouwden de bestaande modellen en leermethoden niet, merkten dat die verouderd waren.

Plotseling moeten we dan met zijn allen naar een cursus die als mosterd naar de maaltijd komt maar wel beweert dat ‘er voor het eerst wetenschappers zijn die de vertaling maken naar de werkplek’. Dat is nog nooit eerder gebeurd, beweert de aankondiging.

Maar dat is echter weer een buitengewoon onwetenschappelijke opmerking. Want het is niet waar. Al jaren zijn er mensen die verbinding maken tussen brein en werkplek. Het onderwerp is zelfs gehypt. Dat heeft de organisator van die cursussen ook wel door, en hij schimpt daarover dat het nu maar eens afgelopen moet zijn met ‘giswerk’. Maar wetenschap is giswerk, met onze beperkte apparatuur. Dat staat in al die specialistische werken te lezen. Dus: voorzichtigheid geboden met dit soort cursussen. Wel nuttig om heen te gaan. Want je leer er altijd van. Maar niet alles geloven wat wordt gezegd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *