Bij diversiteit speelt het buikgevoel een onbetrouwbare rol

Onlangs gaf ik in een bekende organisatie een interactieve lezing over een praktischer benadering van diversiteit en inclusion op de werkvloer. Het bedrijfsmagazine interviewde me. De interviewer verraste me met zijn vragen, die wat meer gingen over de achtergronden van mijn boeken, dan om  de inhoud van één boek. Hieronder het interview, dat meerdere pagina’s van het blad in beslag nam.

De onderwerpen in uw boeken zijn voor een managementtrainer niet alledaags. Zo heeft u het in Het Flitsbrein over intuïtie en het brein. Daarna schreef u drie boeken over diversiteit, waarin het brein, hormonen, evolutie, de Nederlandse cultuur en spiritualiteit een rol speelt. Wat moet een manager daar allemaal mee? Die wil toch alleen maar goede cijfers scoren met zijn teams?

 Resultaat staat voorop, daarover hoeven we geen discussie te voeren. Organisaties zijn niet opgericht om gezellig pizza, patat of pasta te eten. Er moet iets gepresteerd worden. Met elkaar. Een manager die alleen maar naar cijfers kijkt, redt het niet. Resultaat wordt bereikt door mensen. De kunst van leiderschap is begrijpen hoe je mensen het beste laat presteren.

Daarvoor moet je begrijpen hoe de menselijke geest werkt. Natuurlijk moet je IT up to date zijn, je financiën moet je goed georganiseerd hebben en ook je personeelsbeleid mag geen barstjes vertonen. Maar prestaties zijn afhankelijk van de wijze waarop je mensen faciliteert. Om dat goed te doen moet je mensbeeld in orde zijn. En daar helpen mijn boeken je bij.

Maar hoewel ze goed leesbaar zijn, zijn ze niet eenvoudig.

 Ik probeer verder te gaan dan de cijfermatige kant. We leven in snelle tijden. Niemand heeft ergens tijd voor, maar zonder verdieping komen we niet veel verder dan boekjes met vluchtige succestips. Dat lijkt me onvoldoende. Terwijl de gedragswetenschappen zich enorm ontwikkelen door de invloed van biologie, evolutie en neurologie, verandert het mensbeeld van onze managers maar matig. Ze lezen graag boeken van schrijvers als Harari, als ze al lezen, maar ze doen er weinig mee in hun leiderschap en coaching van medewerkers. Ik probeer in mijn boeken te laten zien wat de verandering van de inzichten in de mens doet met beïnvloeding en aansturing van je mensen. Neem bijvoorbeeld de persoonlijkheidstesten en competenties. Die zouden laten zien wie een medewerker is. Liefst in een kleurtje. Ik ben rood, hoor je dan, dus ik snap jou niet zo goed, omdat je blauw bent. Terwijl mensen veel meer zijn dan een snelle stereotypering, gebaseerd op verouderde persoonlijkheidsbeschrijvingen.

U vindt ze niet goed?

Ze meten te weinig. Ze stellen niet vast wat de invloed van een omgeving is bijvoorbeeld, hoe je de diversiteit daar moet benutten in plaats van eindeloos bespreken. Terwijl mensen sociale dieren zijn, die een natuurlijke neiging hebben om zich aan te passen aan een omgeving, ook als die divers is. De invloed van die context is sterk en bepaalt in hoeverre iemand  kwaliteiten kan etaleren, die een test voorspelt. Zo kan hij rood zijn, maar door een omgeving een andere kleur kan aannemen. Dat meet je niet met een persoonlijkheidstest.

Slechts een enkele persoonlijkheidstest meet de behoefte van mensen. Toch is het een belangrijke vraag voor organisaties. Welke behoefte hebben je mensen, als het om leiderschap gaat? Als iemand goed presteert onder een faciliterende leidinggevende, omdat dat goed past bij zijn stijl en persoonlijkheid, zal een directieve leidinggevende hem niet tot de beste prestaties inspireren.

Leiders zijn bepalend in contexten. En dus voor de mate, waarin jij als mens tot je recht komt. Dit is in veel opzichten een biologisch fenomeen. Ons onbewuste speelt hier een belangrijke rol. En daarmee ook de irrationaliteit, want veel van wat we doen drijft op instinctiefmatige mechanismes, die we gemeen hebben met de andere zoogdieren. Het lijkt alsof we rationele besluiten nemen, maar die rationaliteit drijft maar al te vaak op angsten en veiligheidsbehoeftes, waarvan we ons nauwelijks bewust zijn.

Bovendien is rationaliteit niet zo populair, tegenwoordig. Mensen gaan liever af op hun buikgevoel, op wat ze hun intuïtie noemen. In Het Flitsbrein heb ik uitvoerig uiteengezet, dat onze intuïtie er flink naast kan zitten. Maar dat registreren we niet. Bij lezingen merk ik ook dat mensen het niet willen horen. Ze zeggen dan dat ze niet alles rationeel willen doen, en ook hun gevoel een plaats willen geven. Dat is prima, maar als het ertoe leidt dat we onze oren sluiten voor de feiten, dan gaat er iets niet goed.

Bij diversiteit, of ‘inclusie’ als u meer van dat anglicisme houdt, zie je bijvoorbeeld ook dat ‘buikgevoel’ een onbetrouwbare rol speelt. Het gevaar bij die buikgevoelens is dat ze zich niet storen aan feiten. Ze hoeven ook niet geijkt of getoetst te worden, vinden velen. En dat zou wel beter zijn, want we denken en voelen een boel onzin, en niet alleen over diversiteit.

U wilt dus een ander mensbeeld. Moeten we de psychologie veranderen?

 Zo zou je het kunnen zeggen. Maar niet alleen de psychologie. Ook onze manier van denken, onze  wereldbeelden en ons historisch bewustzijn. Alfa-wetenschappen zoals sociologie, filosofie, literatuur en geschiedenis zijn in het verdomhoekje terecht gekomen, ook bij minister Ingrid Van Engelshoven, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Bètawetenschappen garanderen volgens velen de meetbaarheid, maar alfawetenschappen zijn onmisbaar, omdat ze ons veel leren over hoe die meetgegevens tot stand komen. Vergeten wat er in de geschiedenis gebeurd is en weten waar toe de mens in staat is, denk aan bestuurlijke ervaringen van de afgelopen duizenden jaren, dat zit allemaal onder het alfadakje. Kennis nemen via Suetonius over de Romeinse keizers, van Machiavelli’s macht, van letterkundige werken over koningen, hertogen, pausen en weet ik wat niet al, leert ons veel over besturen en macht, en trouwens ook over corruptie en mismanagement. Die kennis helpt ons  in het hier en nu.

Niet dat ik vind, dat alfawetenschappen geen gebruik kunnen maken van de bètawetenschappen, integendeel, ik bepleit juist het doorbreken van de grenzen van de wetenschappelijke disciplines. Ik word als schrijver niet gehinderd door een wetenschappelijk specialisme, waardoor ik in de gelegenheid ben om talloze wetenschappelijke disciplines te combineren. En dat moet ook.

Je kunt bijvoorbeeld niet alleen het brein bestuderen om inzicht te krijgen in de menselijke geest. Je kan opvoedingen en culturen niet uitsluiten. Conditioneringen, opvoeding en opleiding vormen ons verder. Ons brein is plastisch, dus we kunnen ook na onze peutertijd veranderen, ook al zijn neurologen soms van mening dat dat niet kan. En wat te denken van de effecten van onze darmen, ons hart en onze andere organen op ons welbevinden? En, om nog even door te gaan, wat doen hormonen met ons? Wat de chemie in ons lijf? Dan kom je uit bij scheikunde, en dat voert dan weer verder dan alleen de neurowetenschappen. En bij dat alles moeten we ons ook realiseren, dat we het meeste niet weten. We onderzoeken ons een slag in de rondte, maar onze kennis is zeer beperkt. Dat onderkennen wetenschappers overigens.

U bent geen wetenschapper, alhoewel u het er veel over heeft in uw boeken. Vindt u dat u dat als niet-wetenschapper mag doen?

 Zeker. Ik ervaar mezelf trouwens wel als wetenschappelijk gevormd, ook al heb ik het brevet niet. Laten we elkaar niet wijsmaken dat je zonder titel niets over wetenschap kan zeggen. Er verschijnen zoveel goede boeken en artikelen van topwetenschappers, dat je in het theater van de wetenschap in de 21eeeuw continu op de eerste rij zit. Via al die schitterende boeken die in deze tijd worden uitgegeven, kan je heel goed up to date blijven. Je kan zelfs het kaf van het koren scheiden, en de pseudo-wetenschap leren onderscheiden van de ‘echte’ wetenschappelijke methode, als je nieuwsgierig genoeg bent. Overigens gaat het over meer dan wetenschap alleen.

Zoals?

In mijn boek ‘Goden en goeroes’ heb ik het over spiritualiteit op de werkplek. Een tricky onderwerp, vinden veel wetenschappelijke vrienden van me. Zij stellen religie en spiritualiteit gelijk aan zweverigheid en soms zelfs aan achterlijkheid, en zien wetenschap en atheïsme als een eenheid. Dat voert mij te ver. Ik denk, en ik verkeer daarmee in het rijke gezelschap van de wiskundige Marcus Du Sautoy, een door en door rationalistisch wetenschapper, dat religie en spiritualiteit ons via hun mythes en verhalen op interessante denksporen kunnen zetten, en dat ze hypothetische verbanden leggen die de wetenschap niet zo snel zelf legt, maar dan weer wel kan onderzoeken.

Verder weten we inmiddels dat zaken als meditatie en mindfulness erg gezond kunnen zijn voor je. Religie doet ook veel met de zelfreflectie van mensen. In ‘Goden en goeroes’ laat ik zien wat je er als leidinggevende aan kan hebben, aan die spirituele diversiteit. Ook als je zelf tot ver onder het vriespunt ingevroren bent in je atheïsme. Het boek voltooide mijn drieluik over inclusie en diversiteit. En natuurlijk verwees het boek nog eens naar het door mij ontwikkelde switchende leiderschap.

Daar had u het over tijdens de lezing. Het leek ons interessant, maar u sprak er maar summier over. Verwees naar het e-learning programma dat u samen met uw uitgever op de markt heeft gebracht. Kunt u er iets meer over vertellen?

 Ik zou het graag doen, maar dat vergt meer dan een paar regels in een interview. Ik ga er een boek over schrijven, en als u daar niet op kan wachten dan verwijs ik u inderdaad naar het e-learning programma, dat u via Futuro Uitgevers kunt aanschaffen. De basis in het leven, en dus ook bij leiderschap, is steeds weer dat we zaken met een open mind tegemoet treden, niet bang moeten zijn om ons te blijven ontwikkelen, ook als het om kennis gaat en om kritisch zijn op dat buikgevoel van ons. En ga alsjeblieft eens in gesprek met mensen van een andere cultuur. Dat ruimt veel onzin op in je bewuste en onbewuste. En met de ruimte die dan vrijkomt, kan je gaan bedenken hoe we moeder aarde gezond houden en hoe we om moeten gaan met de inkomensverdeling die ons te wachten staat in deze en toekomstige tijden van digitalisering en big data. Een basisinkomen of niet; dat is een belangrijk thema. We willen de toekomst gezond houden. Toch?

Bert Overbeek is te bereiken voor lezingen en trainingen via zijn mailadres: bert_overbeek@hotmail.com Hieronder vindt u zijn boeken. 

 

Managementboeken Bert Overbeek:

 

‘Van veranderingen en andere dingen’ (2003), managementcolumns

‘Heerlijk de werkvloer op’ (2008), managementboek

‘Goeroegetwitter’(2010), managementboek

‘Voer voor jonge bazen’ (2012), managementboek

‘Slechte chefs werk je weg’ (2013), managementboek

‘Bert’s breinboek voor managers en trainers’(2014), managementboek

‘Het Flitsbrein’ (2015), managementboek

‘Ik stroom door je land’ (2016), gedichten

‘Mannen en/of vrouwen’ (2016), managementboek

‘Diversiteit’ (2017), managementboek

‘Goden en goeroes’ (2019), managementboek

 

1 thought on “Bij diversiteit speelt het buikgevoel een onbetrouwbare rol”

Hugo Zelders 3 weken ago

Zo zo. Een goed geïnformeerde bedrijfsjournalist. Las die al jouw boeken ter voorbereiding?
Goede research hoor.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *