‘Hou je feedback eens dicht, man!’

‘Jij moet eens ophouden met die klotengrapjes van je tegen die jongen’ hoorde ik. Ik zat te genieten van een veel te warme februarizon vorige week, toen op het balkon van mijn achterbuurman een schelle stem de onophoudelijke stroom middelmatige popmuziek overstemde. Er waren op een vrije zaterdagochtend werkmannen aan het werk. Drie jongens van, naar zij zelf beweerden, een bonafide bedrijf, timmerden met hun gereedschappen de genoeglijke weekendrust naar de wensdromen.

‘Die jongen doet niks verkeerd. Die werkt hier nog maar pas, en die moet je potverdorie helpen, in plaats van dat je hem behandelt als een Zuideuropese asielhond.’

Het was even stil.

‘Ja, dan kan je me wel aankijken met een blik alsof je de plaatselijke kerk ziet instorten, maar ik meen het, Martin. Wat denk je dat met de sfeer in ons cluppie doet, als jij daar de grote jongen gaat uit lopen hangen. Dus vanaf vandaag gewoon een beetje aardig doen tegen die nieuwe.’

Nog steeds geen reactie. Misschien daarom ging de stem verder.

‘En wat moeten onze klanten ervan denken als jij zegt, dat hij te lui is om zijn handen te laten wapperen? Die denken: kijk bij dat bedrijf van van Steinvoort nemen ze mensen aan, die nog te lui zijn om een deur dicht te doen. En die vertellen dat verder, en wij raken klanten kwijt. Alleen maar omdat jij zo lullig doet tegen een nieuwe jongen die het vak moet leren.’

Dit is aanspreken, dacht ik. Bedrijven stoppen zakken vol geld in snel in elkaar gehaakte cursussen om hun mensen te leren dat ze elkaar feedback gaan geven, maar nooit wordt er gekeken of ze het al doen, en hoe ze het doen. Het moet namelijk volgens bepaalde feedbackregels, die alleen managers toepassen in de werkelijkheid. (Een voorbeeld hiervan vind je hier: https://feedbackgeven.nl/feedback-regels-hoe-moet-je-feedback-geven/)

Ik heb eens gezien dat deze regels werden uit- en opgelegd aan een groep hardwerkende stratenmakers, die daar op hun werkplek grappen over maken.

‘Jij verkloot alles’ zei de een tegen de ander. Dat nam die ander niet, en hij begon uit te leggen dat dit niet zo was, omdat hij zijn werk altijd zo goed plande.

‘Ho ho’ zei een derde die het leuk vond om samen te spannen ‘We hebben op de cursus geleerd dat we feedback moeten ontvangen, en dat we ons niet mogen verdedigen’

‘Ach man, hou je feedback toch dicht,’ riep de ander, waarop een vierde die begreep dat er iemand in het ootje werd genomen er nog een toefje bovenop deed.

‘Dit is niet respectvol. Als je feedback geeft moet het wel respectvol gaan, zei de cursusleider.’

Als het effect van een cursus is, dat mensen er grappen over gaan maken, dan ben je verder van huis dan ervoor. Wat je, zonder het te willen doet als bedrijf of cursusleider, is het bestaande feedbackklimaat kapot maken. Nu is disruptioneen erg populair speeltje voor sommige organisaties, die bang zijn dat de digitale ontwikkeling hun marktaandeel komt verorberen alsof het een mooi opgediende chateaubriand is. Maar de vraag is dan altijd, of je niet iets aan het verpletteren bent, wat goed is voor je bedrijf.

Mensen maken er grappen over, omdat ze het onnatuurlijk vinden. Ze hebben het idee in een slecht toneelstuk te spelen, en dat ze rare dingen tegen elkaar moeten zeggen. Niet meer, niet minder. En dat komt ergens door. De taal van de ene beroepsgroep is simpelweg de taal van de andere beroepsgroep niet. Wat in de ene mensenroedel fijn klinkt, wordt door een andere roedel ontvangen als volmaakte verdwazing.

Als iemand met zijn vingers zit aan iets dat je dierbaar is, dan kan je op een heftige reactie rekenen. Mensen verdedigen nu eenmaal wat ze bezitten, ook als dat een taal is; dat is een oud biologisch mechanisme. Wat je familie of stam wil bedreigen of overnemen, wordt daar eventueel agressief vanaf geschoten, met de windbuks van de overlevingsdrift. Taal is identiteit voor veel mensen.

En dat geldt dus ook bij aanspreken, realiseerde ik me op die zaterdagochtend. Je kunt wel willen dat je medewerkers of cursisten op moeten houden met oordelen, en dat je bij het aanspreken respectvol moet zijn, maar als die medewerkers het al jaren anders doen, dan is het boeiend om daar te beginnen. Dus kijken of er al aangesproken wordt, en hoe dat dan gebeurt. Wat is de taal waarin ze dat doen?

Natuurlijk is het niet de bedoeling dat ze elkaar kwetsen en beledigen, maar zijn de apologeten van de feedbackregels niet vaak veel te bang dat dit gebeurt? Verbetering is vaak best mogelijk, maar dan moeten mensen die verbeteringen zelf ook als verbeteringen ervaren. En daarvoor moet je meer doen, dan een cursusje van 2 uur, zoals ik een paar jaar geleden mee maakte.
Een CEO dacht dat wel even zou kunnen, mensen elkaar laten aanspreken door middel van een halve middag training. Zelf stond hij bekend, als iemand die die cursus zelf hard nodig had. Maar hij deed niet mee. Dat hij een half jaar later het veld moest ruimen, vanwege zijn gebrek aan tact in het politieke circuit leidde tot evenveel grappen, als de cursusinhoud die hij liet aanbieden.

Laten we ervan leren. En kijken hoe we een bestaand systeem samen met de mensen kunnen verbeteren, in plaats van alles wat er is platslaan met onze zelfbedachte normen en waarden voor de manier waarop zoiets moet. Daar schiet niemand iets mee op.

Bert Overbeek traint organisaties al 25 jaar. Ook coacht hij, geeft hij lezingen en is hij interim-manager. Als schrijver haalde hij met 4 boeken de top 10 bij Managementsite.nl  U bereikt hem via pitcher.support@hetnet.nl , ook voor feedbacktrajecten van meer dan 2 uur. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *