Bert Overbeek

Berichten van Bert Overbeek

Liefdesverdriet van collega’s: niet fijn…

Er zijn heel wat zaken die aan werk raken. Een van de redenen dat mensen mopperig of stil, of juist heel erg druk worden op hun werk, is verliefdheid. Hoe je het ook wendt of keert, je hebt er mee te maken. De laatste tijd publiceren we op deze site vaker verhalen die invloed hebben op de menselijke gezondheid, en bovendien op de werksfeer. Want een verliefde collega, of eentje met liefdesverdriet, dat is nooit lekker. Hoewel het soms wel verbindend werkt. 

‘Vroeger’: gemopper tussen generaties

Altijd als een belegen of extra belegen mopperkont de jeugd van tegenwoordig bekritiseert, is er wel een weekendkrantkaternlezer die fijntjes glimlachend vertelt dat ‘het in de tijd van Plato ook al zo was’ dat ouderen de jongere generatie bekritiseerde. Meestal heeft zo iemand meer kennis van een broodplank dan van de Griekse oudheid, maar dat maakt niemand verder wat uit. Mensen hebben dan de welbekende ‘o ja’ reactie, en wel in twee opzichten.

‘O ja, joh?’ in de betekenis van ‘Is dat zo? Wat verrassend!’ Of ‘O ja!’ in de zin van ‘Zie je nou wel. Dat gezeur over de jeugd van tegenwoordig is gewoon onzin. De oudere generatie heeft altijd kritiek op de jongere’.

Ex-president Clinton en zijn beeld van leiderschap

Als een president een boek schrijft, wat leer je dan? In ieder geval dat groot leiderschap iets meer is dan alleen maar softe skills. Ex-president Bill Clinton heeft samen met James Petterson het boek ‘President vermist’ geschreven. Clinton wordt door zijn affaire met Monica Lewinsky niet vaak opgevoerd als een voorbeeldleider. Maar 8 jaar Het Witte Huis maakt hem wel interessant genoeg om kennis te nemen van zijn opvattingen over leiderschap.

Dit zal je zelf uit het verhaal moeten distilleren, maar dat is de kracht van storytelling. Je leert er meestal meer van dan van een model. Het verhaal is spannend genoeg om het boek te lezen. Het is een thriller en geen slechte. Amerika wordt bedreigd door een computervirus dat de hele digitale infrastructuur plat lijkt te leggen. Op zichzelf is dat al interessant genoeg om het boek te lezen. Het probleem is modern, en de kwetsbaarheid van onze digitale toekomst is eigenlijk les 1 uit het boek.

Liefdesverdriet veroorzaakt ziekteverzuim (en niet alleen bij de politie)

Relatiebreuken tussen politieagenten leiden tot meer ziekteverzuim, onthulde de Amsterdamse korpschef Pieter-Jaap Aalbersberg in februari op de website van het Algemeen Dagblad. De korpschef schatte dat van de 5.500 Amsterdamse agenten en leidinggevenden tientallen procenten een relatie hebben met een collega.

Als dit zo is bij agenten, zal het ook elders wel plaatsvinden, bedacht ik me. En ik vond het dan ook tijd voor een column over liefdesverdriet. Hier is ie: 

‘Otentiek’: hoe een grijze mus een krassende kraai werd…

Tom had ik 5 jaar geleden voor het laatst gezien. Hij was toen een vriendelijke lachende, introverte man, die zichzelf zag als een fletse vlek op een fleurige lapjesdeken . Hij werkte bij een bank, groot en fatsoenlijk van uitstraling en dus doortrokken van een corruptie, die alleen voor een hoogbegaafde financial te doorgronden was. Hij had eigenlijk best een heel aardige carriere met een prima salaris, vond hij, een fijne vrouw ook en twee kleine kinderen. Leuk autootje, waarmee hij twee keer per jaar een vakantie in Luxemburg organiseerde, omdat hij ondanks de kinderen toch naar het buitenland wilde, al was Luxemburg dan ook meer een regenachtig appendixje van België dan ‘echt buitenland’.

Ziekteverzuim en hartritmestoornissen

Deze week verscheen van de hand van Bert Overbeek een nieuw boek. Een informatief en humoristisch boek van een ervaringskundige over hartritmestoornissen, en de gevolgen daarvan op iemands bestaan, dus ook over zijn werkleven. In het kader van ziekteverzuim is het zeer nuttig voor mensen in organisaties.

‘De ritmes van het hart’ gaat over de ervaringen van bedrijfstrainer Peter Steenbergen met hartritmestoornissen. Het boek wil mensen met ritmestoornissen een hart onder de riem steken. Deels met humor, maar vooral ook met veel nuttige informatie.

Dat gebabbel over ‘je moet het loslaten’…

Ons land zit vol met melk-boeren-honden psychologen. Waar je ook komt, overal is wel iemand te vinden die kaas gegeten schijnt te hebben van het oplossen van psychische problemen. De problemen van een ander, dan. Als je in een onbewaakt ogenblik per ongeluk de vergissing maakt om een flintertje kwetsbaarheid te laten zien, springt er gelijk iemand met goedbedoelde adviezen op je tere ziel. Na het lezen van een paar edities van Happinez of het tijdschrift Psychologie, beschouwt men zichzelf als de ideale vertrouwenspersoon van mensen, die mentaal van het padje zijn.

Tinder maakt teamleider boos

‘Ik ga allerlei politiek incorrecte uitspraken doen over vrouwen de komende tijd’ mopperde Simon. Dat verwonderde ons, zijn collega’s in het bedrijfsrestaurant, niet. Simon stond bekend als een womanizer, die de vrouw hoofdzakelijk zag als een vorm van mannelijke ontspanning. Hij was single, al zou hij het zelf nooit zo noemen.

‘Single? Dat is een 45-toeren plaat, of een weg die rond de stad slingert. Een mens is vrijgezel.’

Simon was een periode erg verliefd geweest op een van de mooiste vrouwen die de mensen in zijn dorp hadden gezien, pochte hij. Ze kwam dan ook niet uit het dorp zelf, waar de vrouwen zich volgens hem teveel lieten beïnvloeden door de blonde hockeymodes. Als de mannen met elkaar zaten, en er passeerde een blonde vrouw, en ze begonnen haar te prijzen, alsof het een exotische bloem was uit de rozentuin van het locale slot, dan temperde hij het enthousiasme door te zeggen, dat het een typisch voorbeeld was van ‘kantoorblond’.

Regels! Normen en waarden! Daar mag je onaardig over doen…

Ik ken een man met een snor, die auditor is en organisaties doorlicht, en die enorm opleeft als hij zich aan de regeltjes houdt. Hij is geen vriend, maar iemand die ik regelmatig in onze straat zie lopen. Soms wil hij een praatje maken, bijvoorbeeld als de straat afgesloten is om leidingen te leggen, met alle herrie die daarbij hoort. Dan komt hij kijken of mensen niet toch stiekem op plaatsen lopen waar ze niet mogen komen. Als hij in de buurt is, komt dat steeds minder vaak voor.

Het maakt niet uit of het om belangrijke of minder belangrijke regeltjes gaat, want hij heeft moeite om hoofd- en bijzaken van elkaar te scheiden. Hij windt zich bijvoorbeeld niet alleen op over opgeschoten jongetjes die geen meisjes kunnen krijgen, en dat compenseren met straatraces, maar ook over mensen die voordringen bij de slager of mensen die per ongeluk een papiertje op straat laten vallen.  

‘Beter voor jezelf opkomen? Jij?’ (Assertiviteit)

Ik moet echt beter voor mezelf gaan opkomen, zei Lotte onze mededorpsgenote toen wij elkaar toevallig troffen bij de locale koffiekoningin. Op dat locaal vermaarde ontmoetingspunt worden zowel de wereldpolitiek, als eigenaardige initiatieven in ons dorp besproken, zoals de alzheimerbar, de rollatorrace en het parkinsoncafé. Er dromt een gezelschap samen van zelfstandigen zonder personeel, welgestelde pensionarissen en moeders met van die Baboo-bakfietsen, die soms zo groot zijn, dat je de indruk hebt dat er kinderen mee naar het asiel worden gereden.

Lotte was een zelfstandige zonder personeel, wier belangrijkste tijdverdrijf het was, om mensen een probleem aan te praten. Ook deinsde ze niet terug voor het stellen van vragen, die de ander volledig in verwarring brachten. Dat deed ze altijd met een rechtgesneden pinnigheid, die ze compenseerde met een glimlachje.