‘MUSTURBATORS’: over ambitieuze managers die niet altijd winnen!

DSCN5881Onlangs coachte ik een manager van rond de veertig. Leuke vent. Zijn coaching was vooral gericht op verdere ontwikkeling, zo benadrukte hij tijdens de sessies voortdurend. Er waren verder geen problemen, het was allemaal prima met hem. Hij was zelfs een gelukkig mens, maar wilde gewoon graag weten of hij misschien in de nabije toekomst de stap naar de top kon maken.

-Weet je zeker dat je geen probleem hebt? Want ik praat je er graag een aan voor 175 euro per uur, lachte ik. Hij kon de grap wel waarderen.

Was er veel aan de hand, volgens zijn manager? Nou nee. Aardige kerel, af en toe een beetje drammerig in vergaderingen, en soms komt hij ineens stevig uit de hoek. Dan lijkt het alsof hij zich aangevallen voelt.

-Ja, dat ziet Paul goed, gaf hij royaal toe. Dat doe ik af en toe.

Hoe dat dan kwam.

-Omdat ik wil winnen. Ik wil altijd winnen. Als voetballer heb ik net onder de top gezeten. Ik bereikte de top niet, door een gebrek aan talent, maar aan mijn winnersmentaliteit heeft het niet gelegen. In vergaderingen kan ik in discussies nogal eens voor mijn eigen gelijk gaan.

-Omdat je ook daar wil winnen?

-Ja.

-Is het een wedstrijd dan?

-Het wordt een wedstrijd.

-Waardoor?

-In mijn hoofd.

-Maar waardoor?

Deze vraag vroeg wat bedenktijd, wat mij in de gelegenheid stelde twee koffie te bestellen. Terwijl ik bij de koffietoog stond te wachten, dacht ik ook even na. Ik had dit vaker gezien. Vooral bij mannen van deze leeftijd. 40, al een beetje gelouterd door het leven, volop in de energie, nog sterk van lijf en leden en vaak een mooie positie in een organisatie, dus alle reden om aan te nemen dat ze het middelpunt van het universum waren; wat ze dan ook weer enigszins irritant maakt, vooral voor soortgenoten.

Op deze leeftijd zijn mannen in de coaching aanvankelijk zelden bang of verdrietig. Wel boos, of geirriteerd. Althans: zo labelen ze hun eigen gevoel. Ze hebben ergens een hekel aan of ‘beginnen er gewoon niet aan’. Ze zijn ‘ergens klaar mee’, maar zelden gekwetst of verdrietig of bang. Toen ik de koffie overhandigd kreeg, bedacht ik dat de opmerking ‘Ik wil altijd winnen’ in dezelfde categorie valt.

Hij was op een ander spoor. Hij zei dat hij wilde winnen ‘omdat hij de beste wilde zijn’. Ik schoot in de lach.

-Dat is hetzelfde. Willen winnen en de beste willen zijn. Ik vroeg niet naar een andere term, ik vroeg waardoor het kwam.

We gingen er eens rustig voor zitten. En toen kwam er een interessant verhaal. Een klassiek verhaal.

-Mijn ouders hebben altijd alleen maar aandacht voor me gehad als ik prestaties leverde. Ik had twee broers, en als een van ons iets bereikte in de sport of op school, dan werd dat beloond met aandacht. De andere twee werden dan bijna genegeerd. Weken soms. Totdat er weer een prestatie geleverd moest worden.

Zat ik te wachten op een verhaal over vroeger? Niet per se. Maar als de oorzaak in het verleden ligt en dat bepaalt het gedrag in het hier en nu, dan moet je er aandacht besteden. Deze 40-jarige man was gewend om zijn normaal-menselijke behoefte aan aandacht te krijgen door prestaties. Alleen als hij presteerde had hij recht op aandacht, vond hij.

Dus wilde hij winnen. De beste zijn. Om niet genegeerd te worden, als hij niet de beste was. Want zo voelde dat. Uiteindelijk zei hij dat zijn grootste vrees was om niet opgemerkt te worden.

-Ik geloof dat ik daarom wil winnen. En daarom word ik soms drammerig in discussies.

-Angst om niet opgemerkt te worden dus?

-Ja.

-En wat gebeurt er als je drammerig wordt?

Hij begreep het allang. Slimme kerel als hij was. Je gaat drammen uit angst om niet opgemerkt te worden. En wat gebeurt er? Je wordt niet meer opgemerkt. Mij werd wederom duidelijk, want ik leer hier natuurlijk ook van, dat mensen door ambities en die zogenaamde ‘winnersmentaliteit’ allerlei ongewenste emoties genereren bij zichzelf. Niet doen, zou ik denken. Je levert een bijdrage aan iets moois. En als je dat goed doet komt het applaus vanzelf. En als het niet komt, vier je het met je vrienden.

Hou het leuk. En stop met de musturbatie.

Bert Overbeek is een autoriteit op het gebied van coaching, training en diversiteit. Hij is te boeken via pitcher.support@hetnet.nl Zijn website: pitchersupport.jimdo.com

5 thoughts on “‘MUSTURBATORS’: over ambitieuze managers die niet altijd winnen!”

Gerben Ferwerda 4 jaar ago

Leuk stuk, en helemaal eens. Het willen winnen is ook een testosteron dingetje, de concurrenten verslaan. En dat staat weer dwars op alle sociaal aanvaardbare druk om dingen “samen” te doen (wat in het algemeen veel effectiever is dan concurreren, dat is uit onderzoek altijd zonneklaar gebleken). Maar de omgeving nodigt mannen, vrouwen en vooral managers wel heel stevig uit om “de beste te willen zijn”. Ik denk zelf dat mensen die heel sterk dat winnaarsgedrag laten zien, ook als het niet effectief is, dat die weinig zelfvertrouwen hebben. Ik houd persoonlijk wel van een spelletje ook om te winnen, maar soms moet je terugschakelen, bijvoorbeeld delegeren aan mensen die meer gespecialiseerd zijn, of die nog iets moeten oefenen. Managers zouden vooral moeten leren schakelen, omschakelen naar een andere insteek. Een interessant thema, dat zeker.

Jan Jegen 4 jaar ago

Kijk, als je doordenkt kom je ergens ?

Peter Westerhof 4 jaar ago

Voor mijn gevoel is het verhaal niet af.

‘Waarom wil je winnen?’
“Om de beste te zijn”

‘Waarom wil je de beste zijn?’
Om niet genegeerd te worden, om opgemerkt te worden, om aandacht te krijgen

‘Waarom wil je opgemerkt worden, aandacht krijgen?’
???

Iedereen lijkt gevangen in het doosje met het label ‘normaal-menselijke behoefte aan aandacht’.
Niet alleen de coachee, maar ook Coach Bert en ook de organisatie waarin de coachee werkt. Al geeft dat laatste wat toch wat frictie.

Antwoord op Peter Westerhof
Bert Overbeek 4 jaar ago

Beste Peter,

We hebben de reclame even uit je reactie geschrapt. Je vraag waarom iemand opgemerkt wil worden is buitengewoon goed beantwoord door o.a. Jan Geurtz en Alice Miller in haar boeken. Afgezien daarvan is aandacht zo’n sterke basisbehoefte van mensen, volgens de biologie, dat je rustig bij aandacht als verklaring kan blijven. Dieper hoeft niet per se, naar mijn mening. Het kan wel, maar dan niet omdat de coach dat wil. En dat is helaas maar al te vaak het geval. Want sommige coaches willen graag op dat (psychoanalytische) niveau coachen. Altijd volgens het stramien dat het meeste in je gedrag door je opvoeding is bepaald. Dat is echter veel te gemakkelijk, wanneer je modern onderzoek erbij betrekt.

Jacco Harick 4 jaar ago

Mooi stuk en ook mee eens.
Elk mens is waardevol (wordt m.i. te vaak vergeten) en is op z’n sterks als hij de dingen waar hij (zij) goed in is ook goed doet. En niet als hij doet om te zijn wat hij denkt dat hij zou moeten zijn. Dit isvan toepassing van schoonmaker tot CEO.
Als je het (team)resultaat boven aan zet komt je eigen ego er vanzelf onder. Als je jezelf dienstbaar stelt aan het (team)resultaat is iedereen die er op zijn/haar plaats met zijn/haar capaciteiten en verantwoordelijkheden ook een bijdrage aan levert belangrijk. (Het verhaal van de ketting die zo sterk is als de zwakste schakel ). Gevolg: je bent zelf in je kracht en dan sluit ik aan bij Bert “je levert een bijdrage aan iets moois ” + volgende zinnen.
En volgens mij scheelt zo’n insteek ook burn outs. Als je alleen maar gelukkig kunt zijn aan de top heb je het naar mijn idee niet begrepen. Geluk zit niet in de top maar in plezier hebben om je eigen capaciteiten maximaal te benutten. Iedereen op zijn of haar niveau!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *