‘Alleen nog werk doen dat bij je past? Jaja…’

Een zin die ik opving in een café afgelopen week. Ik ving meer flarden op van een gesprek tussen twee mensen die elkaar driftig aanmoedigden in elkaars gelijk. Eén van de twee had haar baan verloren. Ze besloot, zo vertelde ze, voordat ze ging zoeken naar ander werk op reis te gaan om in contact te komen met de spirituele kant van zichzelf.

De reis zou antwoorden geven op de vraag wat ze in haar verdere arbeidzame leven moet gaan doen. HEAO-CE was achteraf toch geen goede keuze geweest, want opgelegd onder dwang van pa en moe, en nu was de tijd gekomen om het roer om te gooien. Na twee maanden reizen, is het tijd om op zoek te gaan naar werk dat echt voor 100% past. Verder was het belangrijk dat  de balans tussen werk en privé dik in orde is; 36 uur werken is het absolute maximum. En natuurlijk moet het werk nut hebben voor de maatschappij.

In landen als India, Vietnam – en zo zijn er meer landen te noemen – is sprake van een jonge bevolking. Deze jongelieden staan bij honderdduizenden te trappelen om carrière te maken en zijn bereid om bij wijze van 60 uur te werken om vooruit te komen. Zouden zij nadenken over de balans werk en privé of zingeving? Feit is dat zij onze concurrenten worden en ons qua arbeidsethos de baas zijn. Dat arbeid in die landen stukken goedkoper is. Hoe behouden wij op termijn onze concurrentiekracht wanneer we balans en zingeving op nummer 1 zetten in plaats van het maximaliseren van resultaten? Hoe lang kunnen we ons de luxe nog veroorloven om zoveel uur te genieten van onze vrije tijd?

Hebben jullie een idee?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *