Heeft ziekteverzuim iets met emotionele vrijheid te maken?

Judith Orloff is de derde psychiater van wie ik een boek heb gelezen. Haar ‘Emotionele vrijheid’ uit, net als de boeken van Dirk de Wachter en Witte Hoogendijk, bezorgdheid over de ziekmakende kanten van onze samenleving. Waarschijnlijk omdat shrinks in hun spreekkamers de slachtoffers zien van onze stressy rat race society.

De Wachter geeft zijn lezers uitwegen uit de gekte door rust en de terugkeer naar traditionele maar zeker niet sleetse waarden als verbinding en loyaliteit, doorzetten, ook als het even niet leuk is, en rust vinden in momenten waarop je verveelt. Dat is altijd nog beter dan continu middelen te zoeken die je een lekker gevoel geven. Hij noemt onze wereld een borderline maatschappij.

Witte Hogendijk ziet dit ook wel, maar ziet meer heil in ‘leren omgaan met’ de technologische verworvenheden van onze tijd. Shit happens, maar er is ook veel moois. Toch ziet ook hij de verlammende eisen die de moderne samenleving aan ons stelt, en die ons opgefokt maken en dus ongezond.

Beide heren hebben weinig met religie. Daarmee bevinden zij zich in het gezelschap van talloze andere wetenschappers, die van mening zijn dat religie iets is dat weldenkende mensen ‘achter zich laten’. Ik heb nu een jaar of tien studie achter de rug van de menswetenschappen. Van de neurowetenschappers, psychologen, biologen en psychiaters die ik las heb ik erg genoten en veel geleerd.

Ik leerde dat heel wat zaken die we doen een vrucht zijn van onze genen, cellen, ons DNA, ons brein, kortom: onze biologie. Toch raakte ik nooit overtuigd van het atheïsme, dat veel wetenschappers tussen de regels uitdragen. Er gebeurt teveel in mijn leven, dat verder gaat dan toeval, al zal een atheïstische wetenschapper met de wetten van kansberekening in zijn rugzak dat anders zien, en mij een romantische dromer vinden.

Tijdens al die jaren rationalistisch en wetenschappelijk denken, dat ik ook nog eens voedde met natuur- en scheikunde, om dieper door te dringen in de biochemische processen van onze menselijke geest, lukte het mij niet om het idee van invloeden vanuit een andere dimensie los te laten. Of beter gezegd: ik bleef geloven in spirituele invloeden die buiten ons brein, en misschien ook buiten onze waarneming lagen.

En toen was daar ineens Judith Orloff, die als arts en psychiater biologie en psychologie combineert met spiritualiteit en energetica; voor de zwevers zou je denken, maar zo zweverig is het allemaal niet. Zij ziet de oplossing voor diep menselijke problemen, die samenhangen met verdriet, boosheid en angst, in de oude waarden van liefde en mededogen. Daarbij is alles toegestaan op spiritueel gebied; iets dat in ieder geval mij erg aanspreekt. Ik hou niet van hekjes en hokjes, die je de vrijheid tot onderzoek ontnemen.

Judith Orloff is niet alleen psychiater van het hoofd, maar ook van hart en buik. Ze neemt daarbij dromen en belevingen zeer serieus. Niet de gebeurtenissen maken je ziek, maar de wijze waarop je die duidt en beleeft. Vandaar dat zij alle interne dwang, al onze spinsels en fantasieën, ruimte geeft. Praat erover, is haar credo, hoe gek ook. Haar spiritualiteit heeft roots in haar Joodse oorsprong, mede daarom hebben ook God, het hiernamaals en zelfs helpende voorvaderen een plaats in haar werk, al laat ze in het midden hoe zij en hun invloed eruit zien. Ze citeert overigens met hetzelfde gemak uit (zen) boeddhistische en taoistische bronnen, en mindfulness, yoga en meditatie omhelst ze eveneens.

Haar boek wil emotionele vrijheid bieden, en ook het geloof dat mededogen, liefde en geduld het antwoord zijn op onze ellende. En dat geloof ik eigenlijk ook.

De voorbeelden uit de praktijk, aangevuld met haar eigen ervaringen, openen de weg naar bevrijding van emoties, op een wijze die ik nog niet eerder zag. Zeker niet bij mijn wetenschappelijke leraren.

Het zal met mijn eigen proces te maken hebben, maar ik ben een beetje klaar met het vaak wat arrogante en cynische rationalisme, dat sommige atheïstische wetenschappers uitstralen. Ik heb meer met de ruimte geest van Orloff, waar alles waait en dynamisch doet. In haar praktijk zitten zowel rabbijnen als acteurs en rocksterren, en als één ding duidelijk is, is het dat ze niet wereldvreemd is; iets dat nogal eens wordt gezegd over spirituele wetenschappers.

Wel is ze gedreven, en doordat ze emoties zeer serieus neemt raakt ze de open mind onmiddellijk. Ze praat over dimensies die niet zo in onze rationele 3D-geest passen. Maar wat zegt het dat dingen niet in onze 3D-waarneming passen? Stephen Hawking, overtuigd atheïst, toch niet de minste in de wetenschappelijke wereld, zegt in zijn boeiende boek ‘De antwoorden op de grote vragen’ dat er mogelijk veel meer dimensies zijn dan de drie of vier die voor ons toegankelijk zijn; misschien wel tien.

Moet dat ons verbazen? Niet als we beseffen dat onze reuk en ons gehoor slechter zijn dan dat van een hond, en dat we echt veel minder scherpe ogen hebben dan een roofvogel. Mensen zijn maar beperkt. Natuurlijk, we hebben hulpmiddelen. Microscopen, deeltjesversnellers en telescopen die ons meer laten zien, maar iedere wetenschapper van enige naam zal bevestigen, dat onze instrumenten voor verbetering vatbaar zijn.

En laten we eerlijk zijn: ons wetenschappelijke idee van de dingen verandert voortdurend. Veel weten we gewoon niet. Ons beeld van het brein is bijvoorbeeld mede vastgesteld op basis van scans, die de bloedtoevoer meten, maar niet wat er precies in ons brein gebeurt. Over 50 jaar ziet het er heel anders uit, waarschijnlijk. Met andere woorden: ons beeld van de natuur en dus ook van de menselijke geest verandert voortdurend, omdat we het nog steeds niet goed in beeld hebben. En de vraag is natuurlijk of ons dat ooit zal lukken.

Judith Orloff heeft het aangedurfd om in haar wetenschappelijke omgeving een boek te schrijven, waarin ze zichzelf op ongekende wijze opengeeft, en zeer kwetsbaar opstelt. Alleen dat al is een reden om het te lezen. Het boek zal waarschijnlijk verguisd worden door veel wetenschappers.Ik maak me geen illusies. Het zullen vooral de spiritueel georiënteerde mensen zijn die het boek met open armen zullen ontvangen. En dat is jammer, want het zou de wetenschap enorm kunnen verlevendigen. Voor mij heeft ze een nieuwe wind doen opsteken in mijn mooie studies van onze geest, en voor een coach met 25 jaar ervaring is dat zeer verfrissend.

Bert Overbeek is een veelgevraagd trainer, coach, manager en OrganisatieDeveloper. Hij schreef ‘Goden en goeroes’, een boek dat, net als zijn drie vorige boeken, intussen de top 10 heeft bereikt van de Managementboek top 100: https://www.managementboek.nl/boek/9789492939067/goden-en-goeroes-bert-overbeek

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *