Ben jij perfectionistisch? Maar waarom dan toch? Hierom?

In mijn coachingspraktijk kom ik regelmatig mensen tegen, die zeggen dat ze perfectionistisch zijn. Daar bedoelen ze mee, dat ze pas tevreden als iets wat ze doen heel erg goed is. Het perfectionisme verwijst dan naar hun ambitie: ze steven naar perfectie. Ze gaan voor een negen of een tien. Alles daaronder is niet goed.

Hoewel ze perfectionisme opvoeren als een verbeterpunt, zijn ze er ook altijd een beetje trots op. Niet gek. Je kan beter iets heel goed willen doen, vinden ze, dan er een zootje van maken, wat ze als het alternatief zien van hun drang tot perfectie.

Soms verlangen ze het ook van hun omgeving. Dat leidt tot veel ongeduld en ergernis. Vooral de ontspannen, zelfs wat nonchalante collega’s zijn voor hen geduchte bronnen van irritatie. Die denken dat ze klaar zijn, terwijl de perfectionist vindt dat het ‘nog lang niet klaar’ is. Gevolg is dat ze die collega’s een klus niet toevertrouwen. ‘Ik doe het dan liever zelf, dan weet ik zeker dat het goed komt.’

Perfectionisten zitten daardoor vaak vol met werk. Waarover de echte niet willen zeuren, want een perfectionist kan immers alles aan. Ik zeg in coaching vaak, na een poosje geluisterd te hebben, waarom iemand zijn perfectionisme eigenlijk opvoert als een probleem. En dan komt in 9 van de 10 gevallen de werk-privé-balans uit de hoge hoed. En de ontevreden partners, die vinden dat er te veel tijd in werk, en te weinig in hen zit.

Ooit leerde ik dat het leven bestaat uit fases van 7 jaar, en dat organisaties het liefst vrouwen van 28-35 jaar hebben, omdat die het meest productief zijn. Het zijn inderdaad vaak vrouwen, die in de coaching met perfectionisme als aandachtspunt op de proppen komen.

Verderop in de coaching blijkt het dan gevoed te worden door een mengelmoes van ambitie en onzekerheid: de trainee wil carrière maken, maar heeft het gevoel dat daar heel veel voor gedaan moet worden. Die moeite getroost hij of zij zich dan, zolang er maar voldoende waardering komt van personen in de organisatie, die hun loopbaan een ‘boost’ kunnen geven.

Het belangrijkste is, dat deze stoofpot van ambitie, onzekerheid en het stellen van hoge eisen aan zichzelf en de omgeving tot stress leidt, tot vermoeidheid en in steeds meer gevallen tot burn out. Graven we verder, wat sommigen graag willen, dan rijst de vraag: waar komt het vandaan?

In negen van de tien gevallen komt het dan door ‘vroeger’. Vader en moeder hadden alleen maar aandacht voor ze, als ze goede prestaties leverden. En maar heel zelden kwam er een compliment. Meestal eigenlijk pas na een uitzonderlijke prestatie. De twijfel aan zichzelf en onzekerheid moest verborgen blijven. En er moest vooral niet geklaagd of gezeurd worden.

Een andere reden voor dit type perfectionisme is verzet tegen het kritische nest waar men uit komt. Wat de trainee vroeger ook deed, het was nooit goed. Waardoor hij of zij door prestaties de aandacht ‘buiten de deur’ ging halen, het daar ook kreeg en een gevoel kreeg, dat hij of zij beter was dan haar kritische ouders, die immers niet echt snapten hoe de dingen werkten.

Aandacht is het sleutelwoord, daarmee vertel ik niets verrassends. Kennelijk heeft de perfectionist het idee dat hij of zij dit verwerft door iets heel goed te doen. Maar het is maar de vraag of dit de aandacht is, waar men naar op zoek is. Uiteindelijk gaat het vaak om een behoefte aan ‘gezien worden’,  of soms simpelweg aan dat het goed is zoals men is.  Dat daar niet van alles voor hoeft te worden gedaan.

Iemand helpen om beter om te gaan met zijn of haar perfectionisme, is niet gemakkelijk, maar niet onmogelijk. Als iemand zich minder druk over zijn of haar carrière leert maken, en zich richt op dingen doen die hij of zij leuk vindt, verandert er al veel.

Ambitie zorgt voor prestaties, maar ook voor heel veel stress en onrust. Bijvoorbeeld als er een collega die (potentieel) beter in beeld lijkt bij sleutelfiguren, kunnen er slapeloze nachten ontstaan. Vaak meegemaakt. Wanneer mensen echter echt aan hun perfectionisme willen werken, dan mag het dieper gaan, en helpt het enorm om tot meer zelfacceptatie te komen. Leren te begrijpen dat het goed is, zoals men is. En hier is veel aanbod voor op de trainings- en therapiemarkt.

Belangrijk is om in te zien dat je het nooit perfect doet. Want wie bepaalt wat goed is? Jij? Leuk voor je. Maar vind je omgeving dat ook? En wat vinden je partner en je collega’s van jou als mens? Zitten die wachten op iemand, die zijn of haar onzekerheid en behoefte aan aandacht camoufleert met betweterig perfectionisme? Om tenslotte verdrietig te worden, omdat hij of zij nooit de aandacht krijgt waar behoefte aan is?

De oude apostel Paulus zei het al. Kennis is mooi, maar zonder de liefde is het een rinkelend cymbaal. Ik zou zeggen: ga je richten op wat je leuk vindt, en leer van je nonchalante collega wat ontspanning is. Met jouw perfectionisme zal de kwaliteit je werk echt niet zo snel verminderen…

 

Bert Overbeek  is trainer, coach en schrijver. Contact? bert_overbeek@hotmail.com

Leuk aanbod: https://www.jongebazen.nl/verandermanagement/blijf-je-ontwikkelen-in-dit-corona-tijdperk-het-kan-lees-maar

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *