Operatie heeft eigen normen en waarden, meneer de teamleider!

 

Wat interesseert medewerkers nou eigenlijk? Een onontkoombare vraag voor verandermanagers, consultants en change agents. Te vaak staan ze te weinig stil bij de ‘taal’ die de medewerker spreekt. Ze proberen het te doen met hun academische jargon en redden het niet. Omdat ze vergeten te groeten, geen aandacht hebben voor het praatje pot, voor de normen en waarden waarmee hij de strijd wil aanbinden. Bert Overbeek doet een poging een aantal verschijnselen van de heerlijke werkvloer te bundelen, en roept op tot nader onderzoek.

Het informele circuit in de operatie is bepalend voor het slagen van een verbetering. Wat de reden daarvoor is, is een belangwekkende vraag. Daar waar managers vaak mobiel zijn en telkens met andere mensen praten, zijn veel medewerkers gebonden aan één werkplek. Op die werkplek ontmoeten zij voortdurend dezelfde collega’s. Daar ga je de eigenaardigheden van zien en die zal je moeten accepteren. Het heeft geen zin iets op te houden. Vandaar dat mensen ook meer primair zijn dan wanneer ze een solistischer functie hebben.
Wat leeft  zoal in een informeel circuit? Dat zal per werkplek verschillend zijn, maar na 12 jaar organisaties van binnen gezien te hebben, zijn mij in elk geval de volgende dingen opgevallen.
-De werkopvatting is anders dan in de hogere lagen. Niet zozeer qua arbeidsethos, maar meer qua betekenis. Werk betekent nog erg vaak: er moet brood op de plank komen en daar werk je voor. Het idee bestaat nog wel eens bij managers dat medewerkers graag de kantjes er van af lopen, maar meestal is dat niet het geval.
-Carrieremakers worden minder gewaardeerd dan in de managementlagen. Het samen een klus klaren is belangrijker dan opklimmen in de hierarchie. Het woord ‘streber’ heeft hier bepaald geen positieve klank.
-Mensen willen meedenken over de invulling van hun werk. Het bepaalt de mate waarin ze zich serieus genomen voelen door hun leidinggevenden.
-Mensen willen door hun superieuren sowieso met respect behandeld worden. Desinteresse vanuit een leidinggevende wordt sterk gevoeld en kan een enorme rol spelen bij weerstand.
-Als werk niet zo boeiend is, dan moet je dat een beetje leuk maken, zo redeneert men. Dan doe je door een grapje op zijn tijd, door te feliciteren met verjaardagen, door met elkaar over sport of over de kapper te praten, iemand te groeten wanneer je hem tegenkomt of door het werk een andere invulling te geven. Als iemand verliefd is of in de problemen zit, is het volkomen normaal om daar tijd voor te maken tijdens het werk. Dat wordt gezien als collegialiteit.
-Je laat een collega nooit vallen. Dit is de uitvoeringsvariant van: ‘het management heeft altijd gelijk dus dat steun je’. Wanneer je een collega afvalt bij je baas, dan geldt dat als hoogverraad. Dit heeft soms geweldige repercussies tot gevolg vanuit het informele circuit.
-Het ‘praatje pot’ is van belang, want daarmee geef je aan elkaar aan dat je elkaar sympathiek vindt, dat het nog wel goed zit.
-Nemen en geven heeft een hoge waarde. Managers noemen dit nogal eens –en niet geheel onterecht-  de ‘ritselcultuur’ die vooral in onregelmatig werk de kop kan opsteken. Medewerkers in de uitvoering ruilen diensten met elkaar, ‘matsen’ elkaar zodat de een een uurtje eerder naar huis kan of de ander in werktijd naar de tandarts.
-Groepen hebben codes. Eigen normen en waarden. Vaak ongeschreven wetten. Die je tegenkomt als je er niet aan houdt. Managers die denken dat ze deze ongeschreven wetten kunnen negeren, kunnen ze op een ander moment enorm hard tegenkomen.
Ik realiseer dat ik me hierboven erg algemeen uitdruk, maar het zijn de dingen die ik ben tegenkomen en ik wil ze je niet onthouden. Ik praat hierbij uit persoonlijke ervaring, niet uit onderzoek, maar ik daag sceptische wetenschappers uit tot een diepgaander onderzoek en ben altijd bereid om mijn conclusies te toetsen aan zulk onderzoek. Wie pakt het op?

3 thoughts on “Operatie heeft eigen normen en waarden, meneer de teamleider!”

Paul Engel 15 jaar ago

Waardevol bericht, mooie oproep. Ik zat gisteren in een bijeenkomst waarin de doorontwikkeling van een achterstandswijk in Utrecht centraal stond. Er zaten directeuren, ambtenaren en hoogleraren aan tafel. We hebben vooral verhalen uitgewisseld over dingen die GOED gingen. Een van de belangrijkse succesfactoren bleek dat de betrokkenen de kunst verstonden van het KLEINE luisteren. Wat leeft er nou echt onder de mensen?

Als organisatieadviseur heb ik dagelijks te maken met veranderingsprocessen. Een ‘kleine luisterend’-onderzoek naar hoe het er echt aan toegaat op de werkvloer, zou voor mij een waardevolle aanvulling zijn op mijn eigen ervaringen…

Elios 15 jaar ago

Bert mijn eerste gevoel was, maar dat zijn toch logische dingen die je opschrijft, maar in tweede instantie realiseerde ik me ook dat dat toch vaak net de jus is die door de drukke ‘interim’ veranderaar over het hoofd gezien worden.
Een bijzonderheid die ook niet over het hoofd gezien moet worden is dat die manager vaak later begint en daarmee ook later weggaat, terwijl die administratief medewerker vroeg begint en derhalve om 16.00 uur blij is dat zijn dag erop zit. Die heeft dan namelijk vanaf 07.30 uur al gewerkt.
Ben reuze benieuwd naar andere reacties en ervaringen.

Bert 12 jaar ago

Heel erg bedankt, dacht altijd dat het aan mij lag dat ik zo dacht, heb diverse bedrijven en managers en operators meegemaakt en dit klopt als een bus, als de bobo,s hier nou eens wat van op zouden steken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *